DiDonato tovert Venetië op het toneel

Venetië: de gondels, de pleinen, de lagune, de liefde – én natuurlijk de muziek. De Amerikaanse stermezzo Joyce DiDonato nam haar publiek muzikaal mee op reis door de Dogestad. Maar op een zonnige dag als gisteren, vertrouwde ze de Grote Zaal samenzweerderig toe, kan Venetië niet tippen aan Amsterdam.

DiDonato verwierf haar sterrenstatus in Handel- en belcanto-opera's, maar haar thematische recital getuigde van een brede blik. Met muziek uit drie eeuwen zette ze Venetië steeds in ander licht. Toch kwam het recital langzaam op gang, met twee aria's uit Vivaldi’s Ercole su’l Termodonte.

Vivaldi kwam uit Venetië, maar inhoudelijk hingen de voor Rome gecomponeerde stukken er wat verloren bij; ze werden adequaat uitgevoerd, zonder dat de veeleisende coloraturen werkelijk iets losmaakten. De vijf Venetiaanse melodieën van Fauré sprankelden daarna ook maar bij vlagen, al toonde DiDonato in mooie details haar klasse – een volmaakte frasering, een fluisterzachte, vibratoloze vocalise.

Daarna ging de bladmuziek aan de kant en was het smullen geblazen. Rossini schreef La regata veneziana, zijn drieluik over de beroemde gondelrace, vanuit het liefje van een deelnemende gondelier. Podiumdier DiDonato schmierde, nagelbeet, juichte en kuste dat het een aard had en toverde in tien minuten een complete wereld op het toneel. Bij Rossini was haar lichte, wendbare stem als een vis in het water, en ze bracht het Venetiaanse dialect alsof ze vroeger thuis in Kansas nooit anders gesproken heeft.

Met Three Songs of Venice (1974) van de onbekende Michael Head bereikte de avond zijn ‘modernste’, maar ook keurigste moment: lyrische melodieën, beschaafde stekeltjes in de piano van DiDonato’s vaste begeleider David Zobel. De regen en de mist klonken mooi en droef.

Met de verrukkelijke gezongen, vaudeville-achtige Venezia-liederen (1901) van kosmopoliet Reynaldo Hahn oogstte DiDonato welverdiend daverend applaus.