De tekeningen van Chauvet zijn toch echt 33.000 jaar oud

Rotstekeningen De oudste bezoekers tekenden het meest in de grot van Chauvet. Nieuwe dateringen leggen vast dat hij tweemaal in gebruik was.

Wolharige neushoorns op een rotswand van de grot van Chauvet in de Franse Ardèche. Foto Jeff Pachoud/AFP

De prachtige rotsschilderingen in de grot van Chauvet stammen uit twee verschillende perioden. De meeste tekeningen zijn gemaakt tussen 37.000 en 33.500 jaar geleden. Het gaat ondere andere om afbeeldingen van beren, paarden, mammoeten en reuzenherten. Ook tussen 31.000 en 28.000 jaar gebruikten mensen de grot. Misschien maakten ook zij een paar tekeningen van leeuwen, maar ze lieten vooral roetsporen achter met hun fakkels. Dat is de uitkomst van een groot dateringsproject dat dinsdag verschijnt in PNAS (early edition online).

De rotskunst van Chauvet werd in 1994 door drie speleologen in de Franse Ardèche ontdekt. Ze wurmden zich door een smal gat en kwamen terecht in een geschilderde dierenwereld. De honderden tekeningen van uitgestorven dieren waren gemaakt met houtskool en oker, of waren met een scherp voorwerp in de rotswand gekrast. De schilderingen maakten meteen diepe indruk. Chauvet liet zien dat vroege kunst geen primitieve kunst was.

De dierentekeningen waren zo modern dat archeologen aanvankelijk dachten dat ze maar 20.000 jaar oud waren. De eerste koolstofdateringen wezen echter uit dat de tekeningen 33.000 jaar oud waren. Er bleef echter discussie over de ouderdom.

De Franse archeologen komen nu met 80 nieuwe dateringen van tekeningen, roetplekken van fakkels, houtskooltjes en berenbotten. Bij elkaar zijn er nu 350 dateringen in Chauvet uitgevoerd, waarvan 259 koolstofdateringen.

Na statistische analyse bleek dat de grot in twee verschillende periodes werd gebruikt. De eerste periode (37.000-33.500 jaar geleden) eindigde mogelijk toen een instorting de toegang tot de grot gedeeltelijk versperde. De grot bleef daarna 2.000 à 3.000 jaar ongebruikt. De tweede gebruiksperiode duurde 1.000 tot 2.000 jaar. Ongeveer 29.400 jaar geleden raakte bij een nieuwe instorting de ingang permanent geblokkeerd. Sindsdien zijn er geen grote dieren of mensen meer in de grot geweest. Kleine zoogdieren konden wel naar binnen: de onderzoekers dateerden botten van een marter op een ouderdom van een paar duizend jaar oud.

In de grot lagen geen mensenbotten. Wel de resten van 200 holenberen. Datering daarvan leerde dat die dieren de grot 33.000 jaar geleden gebruikten, totdat de toegang tot de grot voor het eerst versperd raakte.