‘De stad zag de gevaren niet op tijd’

Interview Hoogleraar Jan van der Borg Toerisme levert óók veel op, zegt hoogleraar Jan van der Borg. Maar bewoners profiteren er te weinig van.

Foto's: Gino Kleisen

Een jaar of twintig geleden ging Jan van der Borg langs bij de gemeente Amsterdam. Of hij onderzoek kon doen naar de gevolgen van toerisme voor de stad. Dat had hij voor zijn proefschrift ook net in het toeristische en drukke Venetië gedaan, en Amsterdam zou weleens die kant op kunnen gaan. Maar de wethouder stuurde hem weg. Drukte, dat is geen issue hier, kreeg hij te horen. Zoals in Venetië, zo wordt het in Amsterdam nóóit.

En zie waar de stad nu staat. De drukte is een van de politieke hoofdthema’s. Oppositiepartij PvdA presenteerde maandag een actieplan met suggesties voor extra maatregelen, boven op die van de coalitie van D66, VVD en SP. Zoals: halveer de maximaal toegestane verhuur van woningen via sites als Airbnb, van 60 naar 30 dagen. En verminder het aantal evenementen.

Venetië is een extreem geval, zegt Van der Borg aan de telefoon vanuit diezelfde stad, waar hij inmiddels als bijzonder hoogleraar stedelijke economie en toerisme werkt (evenals aan de universiteit van Leuven). Er zijn veel toeristen van het ‘verkeerde soort’: dagjesmensen die weinig uitgeven. „Als je niets doet, wordt het in Amsterdam ook zo.”

Van der Borg ontwikkelde een rekenmodel om te bepalen hoeveel toeristen een stad aankan totdat het „frustratieniveau” wordt bereikt. Op dat kantelpunt wordt de stad vies, raken parkeerplekken vol en kun je nergens meer uit eten. De negatieve gevolgen (inflatie, intolerantie) zijn dan groter dan de positieve (banen). Amsterdam zou zo’n berekening moeten maken, vindt hij. „Het is een redelijk makkelijke exercitie. En pas als je weet wat de capaciteit is kun je een duidelijke strategie vaststellen.”

Als je niet reguleert, trek je niet de juiste toeristen

Toen hij de berekening eind jaren 80 voor Venetië maakte, vanwege de mogelijke komst van de Wereldtentoonstelling in 2000, bleek de stad twaalf miljoen mensen per jaar aan te kunnen – mits verspreid over de tijd. Er kwamen er vijftien miljoen. Inmiddels is de draagkracht van de stad verhoogd naar veertien miljoen mensen per jaar, waarvan de helft dagjesmensen. Er komen er 27 miljoen. Tachtig procent blijft maar een dag.

In Amsterdam is het in ieder geval een paar maanden per jaar te vol, denkt Van der Borg. „Wat gaat frustreren, is als er veel mensen zijn die niets in het laatje brengen en een hoop rotzooi veroorzaken waar de collectiviteit voor op moet draaien.” Een stad is een publiek goed, en het marktmodel werkt niet voor een publiek goed. „Bezoekers betalen ondernemers, die profiteren van het product Amsterdam. Maar bewoners en gemeente incasseren niet genoeg. Je moet dus beleid voeren dat de marktwerking aanvult of overstemt.”

Zoals een bufferzone rond de stad waar bezoekers goedkoop hun auto kunnen parkeren (een maatregel die Amsterdam in 2014 invoerde). Of een reserveringssysteem, waarmee mensen hun bezoek aan de stad kunnen boeken. In ruil daarvoor zouden ze voordelen krijgen. „Zo kun je als lokale overheid de toeristenstroom managen. En je ziet wat de drukke momenten zijn, zodat je daar bijvoorbeeld politie-inzet op kunt aanpassen.” Bezoekers zouden daarnaast informatie moeten krijgen over de beste tijd om te komen en de rustige straten. „En er moet heel veel geld gepompt worden in een campagne die Amsterdam cultureel-historisch op de kaart zet. Voor de niet-Amsterdammer blijft het toch een feeststad.”

Veel kritiek richt zich op verhuurplatform Airbnb, dat het toerisme oncontroleerbaar zou maken. Maar Van der Borg ziet de site niet als probleem: „Airbnb stelt bewoners in staat de stijgende woonlasten te betalen. Het geeft ze de mogelijkheid te profiteren van de toeristenstroom.”

Tot voor kort moedigde het stadsbestuur het toerisme juist aan. Heeft de stad zich erop verkeken? Aan de ene kant wel, zegt Van der Borg. Amsterdam heeft de gevaren niet op tijd gezien. Aan de andere kant is de groei van ‘slecht toerisme’ een natuurlijk gegeven. „Als je niet reguleert, trek je niet de juiste toeristen, en dan verschraalt het winkelaanbod.”

Bezoekers besteden in de metropoolregio Amsterdam bijna 11 miljard euro per jaar. En de toeristische sector levert hier 109.000 banen op. Burgemeester Van der Laan noemde de drukte in Amsterdam vorig jaar dan ook een „luxeprobleem”. Daar is Van der Borg het niet mee eens. „Als je kijkt naar de collectieve kosten en opbrengsten, is dat helemaal niet zo. Kleinere gemeenten, waar veel minder mensen komen, maar economisch-sociaal gezien wél van het goede soort, zijn veel beter af.”