Wie waagt de sprong naar zee en haalt de subsidie binnen?

Energieakkoord De aanbesteding voor twee windparken voor de kust gaat van start. Dat leek een lucratieve klus, totdat de lage stroomprijs roet in het eten kwam strooien.

Foto ANP

Vanaf nu is het menens: de operatie wind-op-zee is feitelijk begonnen. Gegadigden voor de bouw en exploitatie van de eerste twee nieuwe windparken op zee kunnen zich vanaf deze maandag melden.

De aanleg van in totaal vijf nieuwe parken voor de Nederlandse kust is het pièce de résistance van het Energieakkoord dat het aandeel duurzaam opgewekte energie in 2020 op 14 procent moet brengen en in 2023 op 16 procent.

Dat is bijna drie keer zoveel als de schamele 5,6 procent waarop Nederland nu staat. Binnen Europa neemt ons land één van de laatste plaatsen in, als het gaat om duurzaamheid.

De eerste aanbesteding die nu van start gaat betreft Borssele 1 en Borssele 2, windparken die voor de kust van Walcheren komen te liggen. Het gaat om twee parken met een vermogen van 350 megawatt (MW). Bij elkaar dus 700 MW. Later dit jaar volgt de aanbesteding van Borssele 3 en Borssele 4. En volgend jaar beginnen de activiteiten voor de kusten van Zuid- en later Noord-Holland.

In totaal komt er 3.500 MW bij, inclusief de 1.000 MW die er nu staat, zou dat voldoende moeten zijn voor 4 miljoen huishoudens. De operatie betekent niet alleen een sprong in duurzaamheid, maar miljardenprojecten zijn ook een vette kluif voor het bedrijfsleven.

Vijftien jaar lang subsidie

De aanleg van windparken op zee is lastig en duur, maar levert de eigenaren dankzij subsidies een gegarandeerde bron van inkomsten voor vijftien jaar.

Hoe dat werkt? Minister Kamp (Economische Zaken, VVD) heeft voor dit eerste project een maximale kostprijs per kilowattuur (kWh) vastgesteld van 12,4 cent. Ieder bod daaronder is geldig, het laagste bod wint. De bieder, meestal een consortium van verschillende bedrijven, moet dus goed rekenen: hij moet lager zitten dan de anderen maar moet ook wel uit de kosten kunnen komen.

Algemeen wordt aangenomen dat de biedingen zich ergens net boven een kostprijs van 10 cent per kWh zullen bevinden. De winnaar bouwt en exploiteert het park en krijgt op iedere kWh die geproduceerd wordt een subsidie die gelijk is aan het verschil tussen het bod, zeg 10,3 cent en de marktprijs van dat moment.

Een aantal maanden geleden leek dat nog lucratief toen de marktprijs zich rond de vijf cent bewoog. Op iedere kWh elektriciteit zou de aanstaande exploitant ruim 5 cent subsidie krijgen. Er leek zich dan ook een tiental consortia op te maken voor het avontuur op zee.

Een belangrijke overweging was ook de hoeveelheid opdrachten die in het verschiet lagen. Wie immers het eerste bod wint, ligt bij voorbaat voor bij de anderen op het tweede bod dat later dit jaar zal volgen en op de aanbestedingen die daar weer op volgen. Wie het spel goed speelt kan zich verzekeren van een reeks opdrachten en een subsidiestroom tot na 2030.

Hoever daalt de stroomprijs nog?

Maar de stroomprijs op de beurs is de afgelopen maanden sterk gedaald en beweegt zich nu rond de 2,9 cent per kWh en dat gooit de berekeningen flink door elkaar. De subsidie kent namelijk ook een ondergrens van 2,9 cent. Zakt de stroomprijs nog verder weg, bijvoorbeeld naar 1 cent, dan is er tot die ondergrens geen vergoeding. Dat zou de exploitant dus weer 1,9 cent schelen.

Inmiddels lijken er slechts vijf consortia in de race te zijn. Er is een Zeeuws consortium met onder andere energiebedrijf Delta en Heerema, bouwer van offshore installaties. Een tweede consortium zou bestaan uit de energiebedrijven Eneco en Shell, turbinebouwer Vestas en maritieme bouwer Van Oord.

Ook het Duitse RWE zou in de markt zijn met onder andere Macquarie Capital als investeerder. Daarnaast zingen ook de namen rond van Vattenfall (Nuon) en het Deense energiebedrijf Dong. Uiterlijk 11 augustus wordt bekend wie er op zee aan de slag gaat.