Column

Weten

Illustratie Olivia Ettema

Bij het zondagse ontbijt merkt Folkert op dat Esther in haar hum lijkt vandaag, en in zijn stem klinkt verrassing door. Het doet hem goed haar zo tevreden te zien zitten, ze mag dat gerust weten. Esther, die er sowieso nooit tegen kan als haar stemming het onderwerp wordt van gesprek, staat op en neemt de hond mee voor een ommetje.

De hond heeft er zin in, en ondanks de kou maakt Esther er een extra lange wandeling van. Na anderhalf uur is ze totaal verdwaald. Ze heeft haar hele leven in de stad gewoond en hier lijkt alles op elkaar. De weilanden zijn groen en leeg, en alle grote moderne stallen hebben dezelfde golfplaten daken.

Esther heeft er spijt van dat ze in de haast haar telefoon heeft thuisgelaten. Ze bedenkt dat ze bij de eerstvolgende boerderij de weg zal moeten vragen, maar ze vergeet het door haar hond, die helemaal enthousiast wordt van een ton die aan de weg staat, een ronde kliko waarin ze dode dieren stoppen voor de kadaverdienst. Esther weet nog niet zo lang dat die ton daarvoor is, Folkert heeft het haar nog maar pas uitgelegd. Haar hond rent nu vrolijk snuffelend een rondje om de ton, en Esther wordt overvallen door een diep treurig gevoel.

Ze trekt de hond weg, en terwijl ze snel doorlopen, vraagt ze zich af of het treurige gevoel opgeroepen wordt door een dood dier waarvan ze niet eens weet of het wel in de ton zit, en zo ja, of haar treurnis dan wordt veroorzaakt door een kalf of door een big of misschien wel door een dier waarvan ze niet vermoedde dat het op een boerderij leeft, of dat het komt doordat haar hond de tegenstelling benadrukt tussen hen die weten en hen die niet weten van de dood. Ze heeft het gevoel dat ze tot voor kort nog aan de kant stond van haar vrolijke hond, terwijl ze, nu ze weet wat de ton inhoudt, ineens in het kamp zit met haar man die hier zo thuis is in de streek en alle dingen altijd zo ontzettend goed weet.