Voor de vitaliteit van het theater past alleen een diepe buiging

Theater maken is liefdewerk. En daarvoor past alleen een diepe buiging

Ze schreeuwden moord en brand in 2011, en marcheerden tegen het failliet van de beschaving. Strategische bombast, oordeelden sceptische beleidsmakers toen al. Het zou heus allemaal wel meevallen, ook met wat subsidie minder. En zie, bijna vijf jaar later: een bloeiende theatersector! Ondanks de korting van twintig miljoen wordt er nauwelijks minder geproduceerd, bezoekersaantallen stijgen, instellingen werken beter samen, en voor bijna elke theatermaker is ‘maatschappelijke relevantie’ inmiddels ambitie nummer één, op de voet gevolgd door cultureel ondernemerschap. Ziezo, klus geklaard, en ogenschijnlijk met succes. Het zou de sector sieren als ze excuses maakte aan Halbe Zijlstra over de destijds zo overdreven apocalyptische toon, riep de VVD al.

Maar er is veel verborgen leed. Collega Daan van Lent trof in het doorspitten van de jaarverslagen in oktober veel rode cijfers aan; het aantal instellingen dat verlies lijdt is sinds 2012 verdubbeld, velen teren in op hun reserves. De bezuinigingen zijn deels opgevangen door te korten op personeel, oké, maar dat betekent: werkeloosheid, slecht betaald zzp-schap, en veel meer werk voor minder mensen. Aan de gevolgen daarvan wijdt vakblad Theatermaker nu een goed en soms zelfs schrijnend themanummer. Om in theatertermen te blijven: dramatisch, zonder larmoyant te zijn.

Zo maakte Patrick van der Hijden een mooie serie over burn-out in de sector, iets dat zowel de jonge theatermaker Emke Idema als de zeer ervaren oud-directeur van de Koninklijke Schouwburg Oscar Wibaut overkwam. De constanten in hun verhalen zijn de grote werkdruk (nooit een avond of weekend vrij), de toegenomen prestatie-eisen, de onzekerheid en onrust als gevolg van de bezuinigingen, en de neiging om genoegen te nemen met een onverantwoord gebrek aan middelen, omdat je nou eenmaal houdt van wat je doet. Elders in het nummer constateert cultuursocioloog Ruben Jacobs ook al: ‘wie op passie draait, draait al snel door bij gebrek aan externe zelfbescherming.’

Lees dat nummer, en je beseft hoe hard er door velen in het theater gewerkt wordt. Goed dus dat een clubje makers nu ijvert voor een Fair Practice Label – een soort keurmerk voor betere werkomstandigheden. Het huidige gebrek aan regulering, en de grote bereidheid misstanden te aanvaarden, is zeer zorgwekkend. En dat is niet overdreven apocalyptisch geformuleerd.

Hoe kan het dan dat die sector ondanks alles nog zo vitaal is, onverminderd artistiek interessant en maatschappelijk relevanter dan ze vele jaren was? Omdat kunst maken liefdewerk is. En daarvoor past alleen een diepe buiging.