Staat verweert zich tegen milieuvonnis

Het kabinet zegt het opgelegde Urgenda-vonnis niet voor 2020 te kunnen uitvoeren. Bovendien zou het land ermee op hoge kosten worden gejaagd.

Nederland heeft nu nog tien kolencentrales

Het milieuvonnis van de rechtbank in Den Haag jaagt Nederland op hoge kosten, terwijl de opgelegde maatregelen niet op korte termijn, voor 2020, kunnen worden uitgevoerd. Dat stelt de Staat in een zogeheten ‘memorie van grieven’, de basis van het hoger beroep van de Staat tegen het zogeheten Urgenda-vonnis.

Milieubeleid kan alleen in internationaal, Europees verband worden uitgevoerd, zo betoogt de landsadvocaat. De Staat kan niet juridisch verplicht worden om tot 2020 verdergaande maatregelen te nemen voor de reductie van broeikasgassen dan internationaal is afgesproken.

De memorie van grieven is zaterdag door staatssecretaris Dijksma (Infrastructuur&Milieu, PvdA) en minister Kamp (Economische zaken, VVD) gepubliceerd. In het Urgenda-vonnis oordeelde de rechter eind juni dat de Nederlandse overheid meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2, te verminderen. De staat moet van de rechter de CO2-uitstoot met minimaal 25 procent verminderen ten opzichte van 1990. Nederland gaat nu uit van een vermindering van 17 procent.

Volgens de landsadvocaat is het effect van de door de rechter bevolen maatregelen minimaal voor het milieu. Volgens de landsadvocaat heeft de rechter die extra reductie bovendien opgelegd zonder wetenschappelijke basis. Klimaatbeperking is een zaak van internationale samenwerking en politieke besluitvorming, aldus de landsadvocaat. Dat is ook de aanpak waar op de Klimaattop in Parijs voor gekozen is. „De rechtbank miskent de internationale dimensie van het klimaatprobleem en de noodzaak van internationaal gecoördineerde aanpak ervan. (...) De rechtbank leest de internationale afspraken en wetenschappelijke onderzoeken op verschillende manieren verkeerd.”

Kolencentrales

Het kabinet heeft wel afspraken gemaakt over aanscherping van het milieubeleid, mede in het licht van de uitkomsten van de Klimaattop in Parijs. Het kabinet overweegt twee extra kolencentrales te sluiten, naast de eerder afgesproken sluiting van vijf oudere kolencentrales. Sluiting van nog drie centrales, die recent geopend zijn, is dan niet meer aan de orde.

Recent pleitte een Kamermeerderheid ervoor dat alle Nederlandse kolencentrales gesloten moeten worden. Maar D66 en PvdA, die die motie ondersteunden, vinden dat er nu belangrijke stappen zijn gezet. PvdA-woordvoerder Jan Vos: „Zeven van de tien Nederlandse kolencentrales worden nu gesloten. De energietransitie van fossiel naar duurzaam is hiermee definitief ingezet.” D66 noemt het besluit een mooie stap in de goede richting. Stientje van Veldhoven, de indiener van de motie om alle kolencentrales te sluiten: „Ze moeten allemaal dicht. Maar dat hoeft niet tussen nu en 2020. Er wordt nu in kaart gebracht wat de consequenties zijn van sluiting van die twee centrales. Maar de laatste drie moeten op termijn ook volgen.”

„De PvdA heeft haar handtekening onder die motie gezet”, zegt Tweede Kamerlid Liesbeth van Tongeren van GroenLinks. „Maar blijkbaar is coalitiebelang nu belangrijker dan het milieu.” VVD-woordvoerder Remco Dijkstra herkent zich in het kabinetsbesluit. „De werkgelegenheid en de portemonnee van hardwerkend Nederland krijgen de aandacht die ze verdienen. Het besluit ademt nuchterheid uit en dat is hard nodig om de klimaatverandering te beperken en zo onze aarde leefbaar te houden.”

    • Jos Verlaan