Pareltje van Händel uit Ton Koopmans privébibliotheek

Iemand zou eens met een stofkam door de bibliotheek van Ton Koopman moeten gaan. Daar lag, te midden van duizenden oude handschriften, decennialang een onbekende cantate van Händel verborgen. Musicoloog John Roberts kwam er bij toeval achter; wie weet hoeveel schatten er nog meer op ontdekking wachten.

Hoewel het een vroegere versie betreft van de bekende cantate Tu fedel HWV 171, onderstreepte de evenwichtige uitvoering door Koopman en zijn Amsterdam Baroque Orchestra het belang van deze veel dramatischer versie: vooral de treuraria Se non ti piace is een parel van exclamaties en met dissonanten gekruide neerwaartse lijnen. Jammer dat sopraan Yetzabel Arias Fernández haar mooi omfloerste stem bij deze moderne première niet altijd zuiver kreeg.

De in een laat stadium toegevoegde cantate verhoogde het muziekdramatische gehalte van het programma, gewijd aan Christus’ sterven en wederopstanding. De Lijdenscantate Wo gehet Jesus hin? van Graupner – de man die het in de Thomaskirche van Leipzig níet werd – legt een grillig parcours af vol zoekende harmonieën. Daarvan was bij Bachs Osteroratorium geen sprake: de onbedoeld humoristische teksten van Picander niettegenstaande schreef Bach een volmaakt geloofwaardige geloofsbelijdenis. Tenor Tilman Lichdi compenseerde een zwakke laagte met een prachtdictie. Koopman leidde zijn koor en orkest met een enthousiasme dat soms opgejaagd maar ook heel aanstekelijk was.