Niet zo schandpalen met Panama Papers

Dat rijke mensen belasting proberen te ontwijken, is hun goed recht, zegt Zihni Özdil. „Dat is het probleem.”

In 2005 zei Peter Brabeck, baas van de grote multinational Nestlé, in een interview over de privatisering van water voor huishoudens: „Het is een extreem idee, vertegenwoordigd door organisaties die erover blijven doordrammen, dat water een publiek recht zou moeten zijn. Ik geloof dat water net als elk ander voedingsmiddel een marktwaarde moet hebben.”

Dankzij de storm van persoonlijke kritiek die volgde nuanceerde de CEO later zijn woorden en leerde hij dat hij nooit meer het achterste van zijn tong moet laten zien. Tegenwoordig staat er op de website van Nestlé dat Brabeck „wel gelooft dat water een mensenrecht is” maar dat er „niet genoeg vers water is in de wereld” en dat „dit geen PR-spin is”. Intussen gaat Nestlé rustig door met lobbywerk om water te privatiseren, maar dan onder de noemer „schaarsheid tegengaan”.

Dezelfde soort reacties zie ik op de Panama Papers, vooral in Nederland. Terwijl in andere landen tegelijkertijd het systeem achter deze belastingconstructies hevig wordt bediscussieerd, gaat het in ons land vooral om de individuen. Net als een smeuïge soapserie is het elke dag wachten op welke celebrity we nu weer aan de schandpaal kunnen nagelen. Vladimir Poetin, Lionel Messi, Jackie Chan – door mijn jeugdsentiment voor zijn actiefilms vind ik eigenlijk dat hij nog extra geld moet toekrijgen – en inmiddels ook Clarence Seedorf zijn enkele namen die voorbij zijn gekomen.

Het verbaast me dat we in Nederland zo verbaasd zijn over het feit dat rijke mensen gebruikmaken v n alle we ttelijke mogelijkheden om zo min mogelijk belasting te betalen. Is het breaking news dat mensen voor hun economische belangen opkomen? Als ik miljonair was zou ik ook via offshore constructies mijn ‘belastingdruk minimaliseren’ zoals dat zo mooi heet. VNO-NCW-baas Hans de Boer had helemaal gelijk toen hij afgelopen maandag bij WNL uitlegde: „Je moet niet afgaan op het allereerste beeld, want het is nog maar de vraag of dit soort constructies illegaal zijn.”

Dat presentatrice Roos Mogge niet doorvroeg of hij het dan wel eerlijk vond dat die constructies legaal zijn, was kenmerkend voor het lage gehalte aan systeemkritiek in ons land. Een cynicus zou misschien zelfs beweren dat onze politici, media en intellectuelen zeer truttig uit de verf komen ten opzichte van die van andere landen.

De Amerikaanse president Barack Obama zei in reactie op de Panama Papers: „Het probleem is juist dat het legaal is. Het zou niet legaal meer moeten zijn om transacties te doen die belasting ontwijken. Deze mazen in de wet gaan ten koste van de middenklasse die het gat van deze gemiste belastinginkomsten moeten dichten.”

Het zou mij hoogst verbazen als onze premier Mark Rutte dergelijke systeemkritiek zou geven naar aanleiding van de Panama Papers. Sterker nog, het zou me al verbazen als het tenenkrommend lage maaiveld van ons publieke debat – we leven in een land waar het parlement drie jaar geleden officieel heeft besloten de term ‘belastingparadijs’ niet te gebruiken – meer ruimte laat voor zulke analyses.

Door de kritiek op zijn persoon in plaats van op het systeem achter toenemende waterprivatisering verruilde Brabeck zijn eerlijke taal voor marketingjargon. Ook nu verlekkeren we ons aan het spektakel van de personen: „Welke Nederlanders hebben bedrijven in belastingparadijzen?” zoals veel media kopten. Is het erg dat het me totaal niet interesseert welke Nederlanders belasting ontwijken? Het is hun goed recht namelijk. En dát is het probleem dat we niet onder ogen willen zien.