Lezen en laten lezen

De Bibliotheek Rotterdam gaat het helemaal anders doen. Het bezuinigingsplan van 2012 gaat op de schop. De opzet was de 26 bibliotheekvestigingen met 20 te verminderen. In plaats daarvan wordt nu gestreefd naar een geheel van grote en kleine bibliotheken en zogeheten servicepunten, al naar gelang de wensen en voorkeuren in de verschillende stadswijken. Rotterdam was de enige niet. Overal in Nederland zijn bibliotheken gesloten, met dank aan gemeentelijke subsidiekortingen. Het aantal van 1.073 ‘volwaardige’ vestigingen was in 2015 gereduceerd tot 802. Een aantal van de overgebleven bibliotheken werd beperkt tot een soort afhaalpunten voor boeken.

De nieuwe directeur van Bibliotheek Rotterdam heeft nu tot modificatie van de krimp besloten omdat hij, als was dat een nieuw inzicht, concludeerde dat een bibliotheek naast het uitlenen van boeken van oudsher óók velerlei buurtfuncties vervult. Er komt geen geld bij. Het zal een hele toer worden om de kaalslag te ondervangen en zo mogelijk terug te draaien.

Voor een blauwdruk van het belang van de bibliotheek hoeft hij niet ver te zoeken. In reactie op de aangekondigde dood van locale leeszalen opende in 2013 in Rotterdam-West ‘Leeszaal West’, op initiatief van de buurt. Van de site: „De boeken neem je gewoon mee, zonder administratie. Als je het boek uit hebt, kan je het terugbrengen, of niet. Er zijn dagelijks vijf kranten, Nederlands, Chinees, Turks. Er zijn computers en er is wifi via de bovenbuurman.”

Leeszaal West werd opgezet door twee idealisten, wordt betaald uit donaties en gerund door ruim tachtig vrijwilligers. Mooi, maar de continuïteit is de achilleshiel. Een initiatief als dit kan nooit een excuus zijn voor gemeentebesturen om achterover te leunen en het bibliotheekwezen over te laten aan particulier initiatief.

De buurtfunctie van de bibliotheken is belangrijk maar moet de kerntaak niet buiten zicht houden: lezen en laten lezen. Het rapport Bibliotheek van de toekomst (2013) verwacht dat in 2025 de bibliotheken een vitale rol zullen spelen in een door kennis en innovatie bepaalde samenleving. En zonder bibliotheken, waar laagdrempelig geleend, gelezen en gestudeerd kan worden, wordt de stijgende ontlezing self-fulfilling prophecy. Ontlezing is zorgelijk. Nog los van de geestelijke rijkdom die de literatuur biedt en niettegenstaande de beeldcultuur, staat iemand die niet vaardig leest op alle mogelijke terreinen op achterstand.

Het aantal jeugdleden van bibliotheken stijgt door samenwerking met de scholen en dat is niet voor niets: de bieb heeft onmiskenbaar iets belangrijks te bieden.