Laat de burger er nou ook eens over meepraten

Geen ruzie maken zoals afgelopen week over het referendum, maar samen oplossingen bedenken voor de politiek: dat is het idee achter de G1000. Superpositief hoor, maar: „Je kunt niet alles bij de burger leggen.”

In een Amersfoortse sporthal praatten 430 burgers zaterdag over politiek. Als mensen „niet vervallen in overheidsjargon”, maar praten over hun eigen ervaringen, „krijg je common ground en gedeeld eigenaarschap”. Foto Renzo Gerritsen

De democratie schijnt in een crisis te verkeren, maar daarvan is deze zonnige zaterdag in de Fit Academie Bokkeduinen niks te merken. Verspreid door de enorme sporthal delibereren 430 Amersfoortse burgers in groepjes over lokale politiek. Terwijl ze eendrachtig woorden en pijlen op papier zetten, verschijnt op een groot scherm een ‘wordcloud’ – de woorden ‘betrokkenheid’, ‘ontmoeting’ en ‘verbinding’ lichten op.

De Amersfoorters zijn hier voor de G1000: een vorm van deliberatieve democratie waarbij een groep burgers samen ideeën ontwikkelt voor de politiek. De achterliggende gedachte: gewone burgers komen sneller tot constructieve ideeën dan politici, die vanwege partijpolitiek en de wensen van de achterban niet vrij kunnen spreken. „De politiek is gericht op het vergroten van de verschillen”, zegt Harm van Dijk, een van de initiatiefnemers. „We hebben het in Nederland te weinig over wat we met elkaar delen.” Wat dat betreft is de G1000 de tegenpool van het referendum van vorige week: stonden daar voor- en tegenstanders tegenover elkaar, bij de G1000 zoekt men de verbinding.

Het idee van de G1000 komt van de Vlaamse schrijver David van Reybrouck. Vijf jaar geleden bracht hij in Brussel 704 burgers samen om oplossingen te bedenken voor de Belgische politiek, die toen in een impasse zat door een ellenlange formatie. Om de groep representatief te laten zijn, waren de burgers geloot; wie een uitnodiging had gekregen, kon zich aanmelden. Deze groep zou door vreedzame deliberatie tot oplossingen moeten komen waartoe de politiek niet meer in staat was.

Harm van Dijk zag David van Reybrouck op tv, raakte enthousiast en besloot de G1000 naar Nederland te halen. In maart 2014 was het zover: de eerste Nederlandse G1000 vond plaats in Amersfoort. Er volgden er meer, dit voorjaar alleen al organiseren vijf gemeenten een G1000. Amersfoort is nu al aan de tweede toe.

Plannen smeden

De Amersfoortse versie wijkt af van die van Van Reybrouck. Volgens het oorspronkelijke idee zou de G1000 een burgerraad zijn die delen van de taken van de politiek overneemt. Een andere variant is de burgertop: die functioneert niet in plaats van, maar naast de politiek. Burgers verzinnen samen ideeën die zij vervolgens zelf uitvoeren. De politiek heeft hooguit een faciliterende rol.

In Amersfoort heeft men gekozen voor een tussenvorm. Burgers kunnen beleidsaanbevelingen doen, maar ze mogen ook plannen smeden die buiten de politiek om worden uitgevoerd.

Van de 10.000 gelote burgers komen er deze zaterdag 430 opdagen. ’s Ochtends bedenken ze in groepjes welke thema’s behandeld moeten worden, ’s middags werken ze die uit in concrete ideeën.

Haastig flansen de groepjes ‘Prezi’s’ in elkaar die op schermen worden vertoond, Amersfoorters krioelen door elkaar om de presentaties te bekijken en op de beste te stemmen. Met de tien winnende plannen, variërend van ontmoetingsplekken tot pogingen om Amersfoort energieneutraal te maken, gaat een deel van de aanwezigen de komende tijd aan de slag.

Grotebekkendemocratie

Bij het borreltje na afloop hangt een vrolijke sfeer. De vraag is: hoe duurzaam is dit enthousiasme? Wat levert zo’n G1000 concreet op?

Politicologen van verschillende universiteiten hebben het fenomeen onderzocht, met als resultaat de onlangs gepresenteerde bundel G1000. Ervaringen met burgertoppen. De conclusie: het is een interessant experiment, maar het heeft nog wat mankementen.

Een van de problemen is de gebrekkige representativiteit van de G1000. Van de gelote mensen meldt slechts een klein deel zich aan, en dit zijn veelal witte, hogeropgeleide vijftigplussers. „De participatie-elite”, in de woorden van Evelien Tonkens, hoogleraar actief burgerschap aan de Universiteit voor Humanistiek. Bij de presentatie van de bundel uitte zij kritiek op deze gebrekkige representatie. Tonkens hoopte zelf ook dat loting dit zou doorbreken, maar constateert dat het tot nu toe niet is gelukt. Door de zelfselectie van deelnemers dreigt de G1000 te ontaarden in een ‘grotebekkendemocratie’, waarin toch weer de fortuinlijken het voor het zeggen hebben, aldus Tonkens.

De organisatie is zich hiervan bewust en heeft haar best gedaan om minderheden te lokken, maar dit is niet helemaal geslaagd. Jongeren en etnische minderheden zijn zaterdag nauwelijks aanwezig. Jerphaas Donner, een van de initiatiefnemers, ziet het glas graag half vol. „Er zijn deze keer bijvoorbeeld meer gehandicapten”, zegt hij terwijl achter hem een oudere man op een scootmobiel langszoeft.

In de zaal erkennen mensen het probleem. „Ik vind het jammer dat er weinig mensen uit andere culturen waren”, zegt Dorinde van der Hiel (64) na afloop. Ze staat te praten met tafelgenoot Mariëlle van Rooij (38), die eveneens erkent dat het gezelschap vrij homogeen was. „Het zijn allemaal sociaal betrokken, bevlogen mensen.” In hun groepje ging het over vluchtelingen, iedereen stond te springen om iets voor ze te doen. Tegenstanders van vluchtelingenopvang waren er niet.

Het tekent de sfeer van de dag: mensen zijn positief, ze denken met elkaar mee in plaats van in discussie te gaan. Dat is ook de bedoeling van de G1000, zegt Peer Smets, socioloog aan de VU en nu aanwezig als ‘waarnemer’. Hij doet onderzoek naar de dynamiek aan de tafels. Interpersoonlijke verbindingen staan daar centraal, aldus Smets. „Dat ontstaat wanneer mensen niet vervallen in intellectuele praatjes of overheidsjargon, maar in plaats daarvan over hun eigen ervaringen vertellen. Alleen dan krijg je common ground en gedeeld eigenaarschap.”

Gebrekkige invloed

De G1000 is een zoektocht naar wat mensen met elkaar delen, zegt ook Harm van Dijk. „In mijn werk als procesbegeleider heb ik gemerkt dat groepen het in 90 procent van de gevallen met elkaar eens zijn. Omdat er bij de G1000 dialoog is in plaats van debat, wordt er altijd consensus bereikt.”

Niet iedereen deelt deze zienswijze. „Wereldvreemd”, noemt Evelien Tonkens het. „Over sommige dingen, vluchtelingen of het milieu bijvoorbeeld, denken mensen wezenlijk verschillend. Dat verdwijnt niet als je elkaar vriendelijk in de ogen kijkt.” Juist het huidige politieke systeem is een manier om die verschillen een stem te geven, zegt Tonkens. „We hebben de politiek uitgevonden om op een beleefde manier dingen uit te vechten.”

Een ander probleem dat de onderzoekers signaleren is de gebrekkige invloed van de G1000. Omdat de politiek zich niet verbindt aan de uitkomsten, gebeurt er vaak weinig mee. Dat de Amersfoortse G1000 een combinatie is van een burgertop en een burgerraad vergroot de verwarring. Wie is nou verantwoordelijk voor de uitvoering: de politiek of de burgers zelf? „Wij hebben goede ideeën, maar je kunt niet alles bij de burger leggen”, zegt deelnemer Mariëlle van Rooij. „Er moeten ook dingen geregeld worden.”

De gemeenteraad heeft deze keer toegezegd de tien uitgekozen plannen te zullen bekijken. Maar het is nog steeds te vrijblijvend, vindt GroenLinks-raadslid Hiske Land, zaterdag ook aanwezig. „De politiek moet van tevoren aangeven wat ze met de uitkomst doet.”

Zelf wil ze graag een gelote burgerraad die over specifieke thema’s, zoals het instellen van vuurwerkvrije zones, echte besluiten neemt. In Peel en Maas bestaat zoiets al: daar hebben ze twee keer per jaar een ‘sociale raad’ van 50 gelote burgers die beslissen over lokale thema’s.

Of zo’n burgerraad er in Amersfoort gaat komen, is de vraag. „Veel mensen in de gemeenteraad zeggen: wij zijn gekozen, dus wij nemen de beslissingen”, zegt ze.

Dat is ook wat de onderzoekers concluderen: in theorie zijn politici enthousiast, in de praktijk geven ze niet graag macht uit handen. Toch gelooft Land dat dit zal veranderen. „Politici groeien langzaam toe naar het idee dat dit kan en moet”, zegt ze. „We kunnen het niet meer ontkennen, er zijn dingen aan het veranderen.”