Kunnen we ze niet gewoon verbieden?

Motorclubs Motorclubs blijven een hoofdpijndossier voor justitie. De roep om ze te verbieden klinkt weer feller.

Foto Christopher Furlong/Getty Images

Vuurwapens, messen, drugs, vals geld en 55.000 euro in contanten: de politie heeft vrijdag een grote buit binnengehaald bij motorclubs, bij doorzoekingen op 19 locaties. Die doorzoekingen waren een direct gevolg van de massale vechtpartij tussen leden van verschillende motorclubs in het Van der Valk restaurant in Rotterdam op donderdagavond.

Het was etenstijd toen daar stoelen en krukken door de lucht vlogen. Er werd door zo’n dertig man geknokt met messen en hamers en volgens getuigen klonken er wel twintig schoten. Er werden 23 mensen aangehouden. Een confrontatie tussen motorbendes, concludeert de politie. „Een groot deel” van de aanwezigen had volgens de korpschef Rotterdam een link met de Hells Angels en de Mongols.

De motorclubs waar de verdachten lid van zijn, manifesteren zich als ‘one percenters’, zei korpschef Frank Paauw vorige week tegen de NOS. One percenters is een term uit de motorwereld voor mensen die zich niet aan de wet houden. „Ze zijn georganiseerd, ze plegen strafbare feiten. Ze voldoen aan de criteria van een criminele organisatie.” Toch kunnen deze organisaties bestaan, hebben ze clubhuizen, dragen ze leren jassen met logo’s. Kun je deze clubs verbieden?

Als het aan het Openbaar Ministerie (OM) ligt, komt er in ieder geval voor sommige regionale afdelingen, ‘chapters’, een verbod. Het OM deed daar al verschillende pogingen toe maar die mislukten. In een zaak tegen de chapter Northcoas van de Hells Angels in Harlingen oordeelde het gerechtshof in Leeuwarden in 2006 dat leden activiteiten hadden ondernomen die weliswaar strafbaar waren, maar geen algeheel verbod op de organisatie rechtvaardigden.

„Verenigingen kwalificeren voor een verbod als er samenhang bestaat tussen het optreden van individuen en de organisatie van een vereniging”, zegt criminoloog Cyrille Fijnaut. „De overheid moet dat aantonen.” Dat is moeilijk gebleken.

Het OM voert sinds 2012 een beleid dat gericht is op het terugdringen van criminaliteit in relatie tot de clubs. Leden en clubhuizen worden scherp in de gaten gehouden. Als de wet wordt overtreden, wordt er een strafrechtelijke procedure gestart.

Maar de politie en het OM zouden graag zien dat het mogelijk is om bepaalde motorclubs via een civielrechtelijke procedure helemaal te verbieden: dan mogen ze niet bij elkaar komen en bijvoorbeeld ook geen clubjasjes dragen.

Als het aan justitie ligt komt er voor sommige ‘chapters’ een verbod

Vorig jaar zei minister van Justitie Van der Steur (VVD) dat een wetswijziging wordt onderzocht, zodat motorclubs verboden kunnen worden. Het ligt volgens een woordvoerder van het OM in de lijn der verwachting dat zij binnenkort weer naar de rechter stappen in een poging om bepaalde chapters te verbieden.

Strafrechtadvocaat Sidney Smeets vindt dat het verbieden van hele verenigingen tornt aan de beginselen van de democratie. „Om het maar even in het belachelijke te trekken: veel PVV’ers zijn veroordeeld voor strafbare feiten. Maar dat betekent niet dat het een organisatie is met als doel het plegen van strafbare feiten.”

Volgens een rapport van het Informatie- en Expertisecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie uit oktober 2014 heeft 80 procent van de leden van de Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) – motorclubs die door de politie in de gaten worden gehouden – een strafblad.

Dat motorclubs zelf zeggen dat ze boven de wet staan, maakt volgens Smeets niets uit. „Bij supportersverenigingen van voetbalclubs wordt ook dat soort taal uitgeslagen. Daar zitten vast criminelen tussen, maar ook vaders met kinderen. Of mensen die gewoon wat te vaak naar Sons of anarchy hebben gekeken en het stoer vinden om te flirten met het idee dat ze boven de wet staan.”

Sinds de laatste keer dat het OM probeerde om een motorclub te verbieden, is er jurisprudentieel wel het een en ander veranderd, zegt Smeets. In 2014 besliste de Hoge Raad dat Martijn, een vereniging voor pedofielen, verboden is. Die beslissing is zeer uitzonderlijk. Of een verbod iets oplost is volgens Fijnaut ook nog maar de vraag. „Je beperkt de lebensraum maar ze kunnen ook illegaal blijven bestaan.”

We hebben in Nederland eigenlijk niet de geschikte middelen om motorclubs aan te pakken, vindt Fijnaut. „In Duitsland is het eerder wel gelukt om motorbendes te verbieden omdat ze daar in het Vereinsgesetz hebben vastgelegd dat een vereniging de openbare orde niet mag verstoren, zoals dat donderdag in Rotterdam gebeurde bijvoorbeeld.”

Motorclubs zijn onderhand een gevaar voor iedereen geworden, vindt Fijnaut. „Het punt is bereikt dat de discussie vurig zal opsteken.”