Kabinet wil nog strengere regels voor topinkomens

Vrijwel niemand mag straks nog meer verdienen dan het salaris van een minister. Nu gelden die regels alleen voor bestuurders.

Minister van Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) op een archieffoto. Foto Phil Nijhuis / ANP

De regels voor maximumsalarissen in de publieke en semipublieke sector moeten verder worden aangescherpt. Vrijwel niemand mag straks nog meer verdienen dan het salaris van een minister, zo staat te lezen in een maandag gepubliceerd conceptwetsvoorstel van minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA). Nu geldt dat salarisplafond alleen voor bestuurders.

Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kan van de strengere regels worden afgeweken, schrijft Plasterk in het voorstel. Zo gelden de regels niet voor luchtverkeersleiders en artsen. Ook kunnen alle ministers samen besluiten om voor één iemand een uitzondering te maken. Dat gebeurde eerder bijvoorbeeld bij president Klaas Knot van De Nederlandsche Bank.

Grootverdieners in bijvoorbeeld de wetenschap of bij radio- en televisieomroepen moeten daarentegen wel aan salaris gaan inleveren. Datzelfde geldt voor adviseurs of managers die nu niet worden gezien als topbestuurder. Het salaris van een minister is voor dit jaar vastgesteld op 179.000 euro.

Zo’n tweehonderd topverdieners

In de publieke en semipublieke sector werken nu nog ongeveer tweehonderd mensen die meer verdienen dan een ministerssalaris, zo staat in een vorige zomer gepubliceerde verkenning. Van hen werken 75 tot 100 in de wetenschap en veertig bij de publieke omroep. Bij De Nederlandsche Bank werken 59 niet-topfunctionarissen met een topsalaris. Bij de Autoriteit Financiële markten tien.

Het is overigens niet zo dat werknemers – als de wet wordt aangenomen – meteen aan salaris moeten inleveren. Zij mogen hun topinkomen nog uiterlijk vier jaar houden. Daarna wordt het salaris in drie jaar tijd teruggebracht naar het wettelijk toegestane bedrag.