John de Wolf

Oud-voetballer John de Wolf (53) wordt de eerste ‘ambassadeur ouderenwerkloosheid’, was een primeurtje dat minister Asscher graag aan het AD gunde. De bedoeling is dat John gaat bemiddelen tussen werkgevers en oudere werklozen, maar John gaat vooral vooroordelen wegnemen want aan oudere werklozen kleeft een stigma van te duur, te vaak ziek en te veel vrije dagen.

De minister over zijn ambassadeur: „John is iemand die werkgevers, werknemers en werkzoekenden streng kan toespreken als het moet, maar ook een schouderklopje kan uitdelen: juist de kwaliteiten die nodig zijn om een boegbeeld te zijn.”

Vervang de naam John de Wolf door een willekeurige andere naam en het klopt ook.

John de Wolf was een ‘meedogenloze’ verdediger in het Appie-Happie-elftal waarmee Feyenoord in 1993 kampioen werd. Hij had lang geblondeerd haar, oorbellen en een baard en droeg buiten het veld bij voorkeur felgekleurde blouses. Zijn populariteit onder Feyenoordsupporters begreep ik nooit zo tot ik hem voorafgaand aan de wedstrijd Vitesse-Feyenoord zijn warming-up zag doen. Hij ging voor het vak met de meest lawaaiige supporters van de thuisclub staan, keerde ons de kont toe en wreef met beide handen over zijn billen.

Daarom dus.

Na zijn carrière verdiende John vooral geld met John-zijn. Hij werd trainer, voetbaldeskundige, verhuurde zichzelf als pr-functionaris, maakte reclame voor Ditzo en werd een beetje zielig toen hij meedeed aan Sterren Dansen, Wie ben ik? en De Pelgrimscode. Sinds enige tijd doet hij met andere ex-profvoetballers de theaters aan met een programma vol ‘voetbalhumor’ waarin hij vertelt over hoe hij stiekem in de schoen van een teamgenoot poepte en hoe hij de spits van FC Luzern, die ondanks een gebroken neus toch meespeelde tegen Feyenoord, intimideerde: door hem in zijn gebroken neus te knijpen.

John nam zijn nieuwe functie alvast heel serieus.

Hij adviseerde werkloze ouderen om toch vooral van de bank af te komen en ging bij werkgevers langs om ze erop te attenderen dat er aan zo’n vijfigplusser behoorlijk wat subsidies en regelingen hangen. Wat die aanpak ging opleveren, durfde hij niet te voorspellen – „Cijfers is wat mij betreft koffiedik kijken” – en dus legde hij de lat niet te hoog.

„Elke persoon die we aan het werk krijgen is er een.”

Zelf was hij in ieder geval blij met zijn nieuwe functie en met hem minister Asscher die met de benoeming van John voor weinig geld wat positieve publiciteit kreeg. John de Wolf als ambassadeur, hoe blij werd je als werkloze oudere eigenlijk van zo’n cadeau? Alsof iemand je stiekem in je gebroken neus knijpt.