Instabiel Irak is nu ook nog blut

Lage olieprijs Geld voor oorlog komt uit de VS, geld voor de pensioenen ontbreekt. De lage olieprijs heeft het wankele Irak aan de rand van de afrond gebracht.

Sit-in bij de Groene Zone, voor velen symbool van corruptie en buitenlandse bezetting. Foto Ahmed Saad/Reuters

De populistische geestelijke Muqtada al-Sadr liep twee weken geleden demonstratief de Groene Zone binnen, het zwaarbewaakte en gebarricadeerde regeringscentrum in Bagdad. Hier zijn het parlement, de ministeries en ambassades gevestigd in de oude villa’s en paleizen van Saddam Hussein. Voor veel Irakezen staat de Groene Zone symbool voor corruptie en buitenlandse bezetting.

Een week eerder waren tienduizenden aanhangers van Sadr een sit-in begonnen voor de poorten van de Groene Zone. Ze wilden de regering van premier Haider al-Abadi onder druk zetten om de beloofde hervormingen door te voeren, zodat de endemische corruptie eindelijk wordt aangepakt. Dus kampeerden ze in tentjes tussen de betonnen blast walls.

En ze kregen gezelschap van hun geliefde leider, die vrijwel nooit in het openbaar verschijnt. Volwassen mannen barstten bij de aanblik van Sadr in tranen uit. Hij hield een korte toespraak, waarin hij zijn steun uitsprak voor de hervormingsagenda van Abadi. Hij beloofde net zolang in een tentje voor de Groene Zone te zullen bivakkeren tot de premier zijn ministersploeg vervangt.

Sadr is terug in het middelpunt van de Iraakse politiek. Hij werd berucht na de Amerikaanse invasie in 2003, toen zijn Leger van de Mahdi, een verzameling slecht bewapend maar toegewijd straatschorem, voorop ging in de strijd tegen de bezetters. Nu heeft hij zichzelf heruitgevonden als hervormer. Zo lift hij mee op een golf van volkswoede over corruptie en het gebrek aan overheidsdiensten.

Het protest van Sadr was een opsteker voor premier Abadi. Hij heeft vorig jaar een ambitieus hervormingsprogramma gepresenteerd om de corruptie aan te pakken, de overheidsuitgaven terug te dringen en ministeries samen te voegen. Maar politieke partijen houden zijn regering in een wurggreep, waardoor de uitvoering van zijn plannen is gestrand.

Patronagenetwerken

Onder druk van Sadr stelde Abadi voor om veertien ministers te vervangen door academici en technocraten. Het doel is om de ministeries te bevrijden uit de greep van partijpolitici die hun post misbruiken voor eigen gewin. Dit is mede het gevolg van een quotasysteem, ingevoerd na de Amerikaanse invasie, dat specifieke ministersposten reserveert voor sunnieten, shi’ieten en Koerden. Sadr wil dit systeem afschaffen.

De politieke elite verzet zich fel tegen deze hervormingen, die hun patronagenetwerken dreigen te ondermijnen. Nadat Abadi een herschikking van zijn kabinet had voorgesteld, stuurden zijn politieke rivalen aan op zijn vertrek. De aanval werd geleid door zijn verguisde voorganger Nouri al-Maliki, de leider van de shi’itische Dawa-partij, die eenderde van de zetels in het parlement heeft.

De Verenigde Staten en Iran oefenden achter de schermen zware druk uit om afzetting van Abadi te voorkomen. Ze vreesden dat een politieke crisis de oorlog tegen de terreurgroep Islamitische Staat (IS) in gevaar zou brengen. Het Iraakse leger is net aan het langverwachte offensief begonnen om de miljoenenstad Mosul uit handen van IS te bevrijden.

De afzetting van Abadi lijkt voorlopig afgewend, maar zijn problemen zijn allerminst voorbij. Want gezien het brede verzet tegen zijn kabinetsherschikking lijkt het onwaarschijnlijk dat hij de belangrijkste ministersposten gevuld krijgt. Bovendien ondermijnt de politieke instabiliteit de strijd tegen IS. Vorige maand trok Abadi militairen terug van het front om te helpen Bagdad te beveiligen te midden van de straatprotesten.

Maar de grootste bedreiging voor de stabiliteit is de economische crisis, die het land op de rand van een bankroet heeft gebracht. Dat is het gevolg van de gekelderde olieprijs, die een enorm gat in de begroting heeft geslagen. Ruim 90 procent van de overheidsinkomsten komt uit olie. Om de ineenstorting van de Iraakse economie te voorkomen zegde de Wereldbank vorig jaar 1,2 miljard dollar toe. Maar dat komt niet in de buurt van de 10 miljard die Irak zegt nodig te hebben.

Abadi zal waarschijnlijk pijnlijke bezuinigingen moeten doorvoeren. De regeringsinkomsten zijn gedaald tot 2,5 miljard dollar per maand. Dat is niet genoeg om de 4 miljard dollar aan overheidssalarissen en pensioenen te betalen waar een kwart van de bevolking van afhankelijk is. Laat staan om de opvang van 3,3 miljoen ontheemden en de wederopbouw van verwoeste steden te bekostigen.

De Iraakse bevolking legt de schuld voor de financiële problemen bij de politieke klasse, die miljarden heeft verspild toen de olieprijs nog hoog was. In plaats van te investeren in overheidsdiensten werd het geld besteed aan de uitbreiding van patronagenetwerken. In sommige delen van het land hebben mensen maar een paar uur stroom per dag.

Sociale aardbeving

Corruptie is een enorm probleem in Irak, dat op plaats 161 van de 167 staat in de corruptie-index van Transparency International. Adnan al-Janabi, die tot voor kort in de parlementscommissie voor financiën zat, zei tegen de Financial Times dat tussen 2006 en 2014 zo’n 113 miljard dollar is verdwenen. „Dit is de werkelijke ziekte, niet het gebrek aan inkomsten. Armoede neemt toe, ook al hebben we sinds 2003 een biljoen dollar aan inkomsten gehad.”

Meer sociale onrust ligt dus in het verschiet, net op het moment dat Irak wordt verscheurd door sektarische spanningen en een kostbare oorlog. De crisis zal waarschijnlijk weinig invloed hebben op de oorlogsinspanningen dankzij de hulp van westerse landen. Zo hebben de VS Irak onlangs een nieuwe lening gegeven om wapens te kopen.

Maar de crisis legt wel een bom onder de weinige legitimiteit die de staat nog heeft. Ahmed al-Rubai, een lokale politicus uit de provincie Diyala, zei onlangs tegen The New York Times: „We zijn bang dat de overheid straks de salarissen van miljoenen mensen niet meer kan betalen, wat kan leiden tot een sociale aardbeving met gevaarlijke gevolgen.”