Fulltime fluiten – je moet er wel het type voor zijn

Speelronde 30 De KNVB wilde van hem af, maar scheidsrechter Pieter Vink (49) is terug.

Pieter Vink maakte na lange tijd zijn rentree tijdens SC Cambuur - Ajax. Foto Henk Jan Dijks/ANP

‘Noem me gerust voetbalverslaafd. Ik kijk en lees alles. Toen ik dinsdag te horen kreeg dat ik Cambuur-Ajax zou fluiten, heb ik meteen alle informatie erbij gepakt. Wie zijn er geblesseerd? Wat zijn de belangen? De dagen erna kijk ik elke dag op de sites van beide clubs. Ik vind ook dat de KNVB dat van mij mag verwachten. Fluiten is mijn fulltime baan.

Tot 2007 werkte ik nog parttime bij de politie. Stond ik ’s ochtends bij een dodelijk verkeersongeval, moest ik worden afgelost omdat ik later die dag een wedstrijd moest fluiten. Een Europese wedstrijd? Kostte me drie verlofdagen. Ik kreeg dan wel 3.500 euro voor die wedstrijd, maar er ging ook 52 procent van af. In verhouding met voetballers vind ik nog altijd dat het beter kan, de verdiensten van scheidsrechters.

Bij de KNVB vonden ze het in die tijd niet direct nodig dat sommige scheidsrechters fullprof werden. ‘Ga je dan ook meer zien op het veld?’, schertste scheidsrechtersbaas John Blankenstein dan. Nee, maar het geeft je wel de mogelijkheid om meer met je vak bezig te zijn.

Vorige week reed ik om 10.00 uur ’s ochtends naar Venlo. De wedstrijd begon om 20.00 uur, maar ik wil de files voor zijn en ben ’s middags nog even gaan liggen in een hotel. Zaterdag niet. Toen ben ik om 16.00 uur vertrokken vanuit Noordwijk en was ik rond 18.00 uur in Leeuwarden. In de kleedkamer heb ik toen mijn voorbespreking gehouden. Duurt een kwartier. Mijn assistenten weten allang dat ze niet hoeven te vlaggen bij niet hinderlijk buitenspel, maar ik wil het toch gezegd hebben.

Spanning? Nee. Dat heb je niet meer zo snel na 650 competitiewedstrijden in het profvoetbal en meer dan 100 internationale wedstrijden. Maar speciaal was het wel. Na dertien maanden blessureleed is het geen vanzelfsprekendheid dat je terugkeert op dit niveau. Ook omdat de KNVB mijn afscheid al had gepland. Ze wilden dat we afgelopen zomer zouden stoppen – Erik Braamhaar, Tom van Sichem, Reinold Wiedemeijer en ik – om plaats te maken voor jong talent. Door de nieuwe flexwet dacht de KNVB onze contracten niet te hoeven verlengen. Daar kon ik niet mee leven. Niet alleen omdat ik vind dat ik nog goed meekan, maar ook omdat ik 20 jaar lang elk weekend heb gefloten. Noem je dat flexwerk? Wij hebben toen een brief naar de minister gestuurd en die gaf ons gelijk. Onze relatie met de KNVB werd gezien als een dienstverband voor onbepaalde tijd. Mochten we alsnog blijven.

Dat ik ruim een jaar later weer op het veld sta, komt omdat ik per se fluitend afscheid wilde nemen. Ik vreesde voor het ergste, voor een afscheid in een klein berichtje in het sportkatern. ‘Geblesseerde Pieter Vink stopt’. Ik zag het voor me.

Mensen onderschatten weleens wat er bij komt kijken. Jij verdient makkelijk geld met dat ene wedstrijdje per week. Dan wijs ik naar voetballers: die spelen toch ook één wedstrijd? Wat doen zij dan doordeweeks? Juist, trainen. Wij ook. Elke dag. Fysieke training, maar ook in Zeist met het analyseren van beelden of een cursus non-verbale communicatie. Die tweejaarlijkse FIFA-testen waarvoor wij moeten slagen, voelen als examens. Faal je, dan lig je eruit.

Zelfspot

Daarom heeft het me ook teleurgesteld hoe de KNVB afscheid van me wilde nemen. Als je ziet wat ik er al 20 jaar voor laat. En niet alleen ik, ook mijn gezin. Als er onderweg naar Spanje ‘kanker Vink’ werd geroepen in het vliegtuig, moest ik mijn dochter vertellen dat papa waarschijnlijk een penalty had gemist. Die zelfspot moet je hebben, anders red je het niet.

Je moet ook een bepaald type zijn. Daarom is het geen toeval dat veel scheidsrechters bij de politie werken of lesgeven. Geldt ook voor mij. Machtsbelust? Vind ik te gechargeerd. Maar het in goede banen leiden van een evenement of wedstrijd fascineert mij. Dat mensen dan roepen dat we thuis niks te vertellen hebben, hou je toch.

De voetbalwereld is veranderd. Voorheen had je meer kleurrijke figuren waarmee je nog weleens een geintje maakte op het veld. Waar ik een grote hekel aan heb: voetballers die mij verrot schelden, maar het niet pikken als ik wat zeg over een slechte pass. Met de oude garde dronk ik nog wel eens een biertje na afloop. Doe ik niet meer. Eén foto op sociale media en ze kunnen je als partijdig zien.

Laat ik wel voorop stellen dat ik dit vak al 21 jaar heel leuk vind. Ik ben bij de paus op audiëntie geweest, heb de koning van Spanje in mijn kleedkamer gehad en heb gedineerd met voormalig president Joesjtsjenko van Oekraïne. Als politieagent had ik dat nooit meegemaakt.”