‘Een liedje moet altijd iets noodzakelijks hebben’

Annie M.G. Schmidtprijs Jan Rot heeft dit jaar de Annie M.G. Schmidtprijs gewonnen met zijn lied ‘Stel dat het zou kunnen… ’. „Ik zie dit als een aanmoedigingsprijs.”

„Het is leuk en aangrijpend tegelijk”, zei juryvoorzitter Jacques Klöters over het lied dat dit jaar de Annie M.G. Schmidt heeft gewonnen voor het beste theaterlied van het afgelopen jaar. Jan Rot werd uit zes nominaties tot de beste verkozen met zijn lied Stel dat het zou kunnen…, over de vraag met welke beroemde dode hij nog wel eens zou willen dineren – en het antwoord: „Geef me maar een uurtje met mijn eigen moeder.”

Jan Rot (58) schreef het nummer voor het theaterprogramma Jong en veelbelovend waarmee hij vorig najaar op tournee was en komend najaar in reprise gaat. Hij keerde daarmee terug als maker van eigen liedjes, nadat hij de laatste jaren vooral buitenlandse hits (inclusief de Matthäus Passion) had vertaald. „Een liedje moet altijd iets noodzakelijks hebben”, zei hij zondagmiddag na de uitreiking, „en ik miste die noodzaak. Ik dacht: alle liedjes zijn er al. Maar nu voelde ik opeens die noodzaak weer. Wat dat betreft zie ik dit als een aanmoedigingsprijs. Er is nog hoop voor de toekomst.”

Jan RotFoto ANP

De prijs is ingesteld door het Amsterdams Kleinkunstfestival en Buma Cultuur. De winnaar krijgt een bronzen borstbeeldje van naamgeefster Annie M.G. Schmidt en 3500 euro.

De jury koos uit 120 ingezonden nummers uit theaterprogramma’s. „Het is origineel van opzet en prachtig geschreven”, aldus het juryoordeel, „heeft een pakkende melodie, sublieme tekstinterpretatie en wordt warm gezongen.”

Gerard Cox, die de prijs uitreikte, hield daarbij een pleidooi voor het zingen in de eigen taal en leverde hardhandig kritiek op het feit dat radio en televisie voor dit soort kleinkunstrepertoire nauwelijks meer zendtijd inruimen. Honend haalde hij uit naar het feit dat De wereld draait door af en toe wél rappers aan het woord laat: „Dat is één grote bak herrie. Je verstaat er geen reet van – en als je het wél verstaat, blijkt paard te rijmen op straat.” Voorts bespotte hij het predicaat singer/songwriter dat de laatste jaren in Nederland steeds vaker wordt gebezigd: „Wij zingen ons hele leven al onze eigen liedjes.” Als alternatief opperde Cox de aanduiding dichter-zanger, die al honderd jaar geleden werd geïntroduceerd door de kleinkunstpionier J.H. Speenhoff.

Stel dat het zou kunnen… zegevierde over liedjes van Louise Korthals, Kiki Schippers, Joost Spijkers en de duo’s Matroesjka en Jan Beuving en Daan van Eijk. „Het zijn niet altijd de meest populaire liedjes die winnen”, verklaarde juryvoorzitter Klöters, „maar wel altijd heel goede”.

„Hier kan ik mijn leven lang op teren”, reageerde Jan Rot, zeer verheugd, in zijn dankwoord.