De aanklagers: tikkertje spelen met de boeven

‘Wat een mooi vak.’ De baas van het Openbaar Ministerie Herman Bolhaar twitterde dit na de première van De Aanklagers. In die vierdelige documentairereeks volgden de journalisten Coen Verbraak en Daniëlle van Lieshout een jaar negen officieren van justitie.

Het levert onalledaagse beelden op van het werk van de achthonderd officieren van justitie. De eerste aflevering opent met officier van justitie Justin Louman die op de plaats delict in Amsterdam het dodelijke slachtoffer van een liquidatie komt bekijken. „Hij is echt helemaal kapot. Zijn hele been ligt los”, concludeert hij.

De officieren van justitie Anne-Katrien Banning en Nicole Vogelenzang worden gefilmd in hun jacht op jihad-verdachten. Ze staan voor de cel waarin een Nederlandse moslim zojuist is opgesloten die in Syrië terreurtraining zou hebben gevolgd. Hij weigert de magistraten een hand te geven. „U gaat denk ik niks zeggen”, zegt Vogelenzang. Dat klopt.

De documentairemakers mochten redelijk vrijuit filmen. Alleen achteraf zijn op verzoek van het OM verhoren geschrapt en beelden van kentekens en mensen geblurd. Tussen de acties door worden de magistraten in alle rust en met de gordijnen dicht op zijn Verbraaks ondervraagd. Grote onthullingen of echt nieuwe inzichten levert dat niet op.

De officier van justitie is 24/7 beschikbaar. Nicole Vogelenzang geeft op het hockeyveld haar telefoon zelfs aan een reservespeler die op de bank zit, zodat die kan opletten terwijl zij achter de bal aanholt. Alles moet wijken voor het geboefte.

Collega Louman omschrijft zijn werk als „tikkertje en verstoppertje” spelen met de onderwereld. De aanklager maakt de meest laconieke indruk. Dat de onderwereld een prijs van 50.000 euro op zijn hoofd zette, verzweeg hij voor zijn echtgenote.

In het leukste fragment uit de eerste aflevering zie je Louman, die via een videoverbinding het gesprek volgt dat twee agenten afnemen in een liquidatieonderzoek. De man dreigt uit onvrede met het gesprek naar huis te gaan. „Dan ga je toch naar huis”, moppert Louman tegen het scherm. „Schop die gozer eruit”, roept de politieman die de apparatuur bedient. Maar ook hij verzucht op het eind: „Wie kan zeggen dat hij de bijzondere dingen meemaakt die ik meemaak?”