Cameron maakt zich onnodig kwetsbaar in Brexit-debat

A week is a long time in politics. Dat heeft de Britse premier David Cameron weer eens ondervonden. In de aanloop naar het Brexit-referendum in juni is het ja-kamp gebaat bij een premier die zijn volle gewicht in de campagnes kan werpen.

In plaats daarvan heeft hij zich kwetsbaar gemaakt door dagen lang ontwijkende antwoorden te geven over zijn banden met een Brits offshore-investeringsfonds waarvan zijn overleden vader een directeur was, en dat wordt genoemd in de Panama Papers.

Cameron heeft de indruk gewekt, of laten bestaan, dat hij iets had te verbergen. Britse kranten en de oppositie konden zich daar in vast bijten. Met als uitkomst dat Cameron dit weekend ten slotte een uittreksel van zijn belastingaangifte openbaar heeft gemaakt, in de Britse maatschappelijke verhoudingen een ongekende daad.

Maar het tumult houdt aan. Want uit de aangifte blijkt dat zijn moeder hem in 2011, het jaar na de dood van zijn vader, een substantieel bedrag heeft geschonken. Volgens zijn tegenstanders is het een evidente poging successierechten te ontlopen.

Vandaag moet de premier zich in het Lagerhuis verdedigen tegen zulke aantijgingen. Vragen blijven er ook over Blairmore, het door zijn vader opgerichte fonds. Dankzij versoepeling van valutarestricties onder premier Thatcher belegde dit het geld van rijke Britten in dollars. Het opereerde op de Bahamas en heeft volgens onderzoekers van The Guardian nooit Britse belasting betaald.

Cameron had zulke discussies kunnen vermijden, althans beperken, door direct openheid van zaken te geven. Nu blijft hij in het defensief over vermeende hypocrisie en sjoemelarij, en krijgt hij het verwijt te behoren tot een klasse die wel lusten maar geen lasten draagt. De klassestrijd is in Engeland nooit ver weg.

De reputatie van Britse politici als het om hun eigen geld gaat, is al lang niet best. Zie de omvangrijke declaratieschandalen. Ook op andere ministers en parlementariërs stijgt de druk hun belastingen openbaar te maken. Maar legitieme aarzelingen daarover zullen nu worden uitgelegd als aanwijzing voor lijken in de kast.

Vandaag maakt Cameron nieuwe maatregelen bekend om belastingontduiking in het buitenland door bedrijven strafbaar te stellen. Al in 2013 vroeg hij – tevergeefs – aan belastingparadijzen die ooit deel uitmaakten van het Britse Empire hun ‘mantel van geheimzinnigheid’ af te werpen. De Panama Papers onderstrepen hoe groot die taak is, en hoezeer nationale regeringen daarbij kunnen helpen. Maar de onduidelijkheid over zijn eigen financiële achtergronden is hinderlijk. Cameron heeft zichzelf, de politiek en de publieke zaak een slechte dienst bewezen.