Andere tijd betekent einde van siësta

Spanje De Spaanse premier Rajoy wil de klok een uur terugzetten. Niet alle Spanjaarden vinden dat een goed idee.

Twee arbeiders in Madrid doen even een dutje. Spanjaarden vinden het gewoon om laat te beginnen met werken, maar premier Rajoy wil nu een ‘Europees’ werkritme introduceren. Foto Alberto Di Lolli/AP

Eerder naar bed en vroeger opstaan. Dat is het idee achter het plan dat demissionair premier Mariano Rajoy lanceerde om de klok in Spanje een uur terug te draaien en daarmee een definitief einde te maken aan de siësta. Het zou de concurrentiepositie van de Spanjaarden ten opzichte van andere Europese landen volgens Rajoy verbeteren. Niet iedereen ziet daar gelijk iets in. „Vrijwel het hele jaar zie ik geen streepje daglicht en het is dan heerlijk om in de zomer tot laat in de avond de zon te zien”, zegt groentenboer José Moreno achter zijn stalletje op de Mercado de Torrijos in het centrum van Madrid. „Ik ben gewend aan ons eigen ritme. Om meer te leven, slaap ik graag wat minder.”

Wie op de kaart een lijn van Londen loodrecht naar beneden trekt, ziet dat vrijwel het gehele Iberische schiereiland ten westen van de Britse hoofdstad ligt. In Portugal en het Verenigd Koninkrijk staan de klokken gelijk, maar de klok van Spanje loopt gelijk met die van de meeste Europese landen.

In Spanje gaat vrijwel niemand voor middernacht naar bed

Sinds de jaren veertig van de vorige eeuw leeft het land in de verkeerde tijdzone. De klok werd in de Tweede Wereldoorlog een uur vooruitgezet om zo in dezelfde tijdzone te zitten als nazi-Duitsland. De productie in fabrieken werd zo afgestemd op die in Duitsland, Italië en nog een aantal landen.

Na de oorlog schakelden verschillende landen weer terug naar de oude tijd, maar Spanje bleef onder dictator Francisco Franco vasthouden aan ‘de Duitse tijd’. Met alle gevolgen van dien. Spanjaarden leven in ander ritme dan de rest van de Europeanen. Vrijwel alles begint minimaal een uur later dan tachtig jaar geleden gebruikelijk was. Spanjaarden ervaren het als de gewoonste zaak dat ze om 10.00 uur beginnen met werken, van 14.00 uur tot 16.00 uur lunchen en rusten, daarna tot 20.00 uur doorwerken en om 22.00 uur aan tafel gaan voor het avondeten.

Ver na middernacht thuis

Vrijwel niemand gaat voor middernacht naar bed. De primetime van de Spaanse televisie begint pas in het tweede deel van de avond. Zo wordt het dagelijkse nieuws van staatszender TVE steevast om 21.00 uur uitgezonden. Een populair programma als Master Chef Junior begint doordeweeks pas om 22.30 uur. En wekelijks beginnen er voetbalwedstrijden in de Spaanse Liga pas om 22.05 uur. Het publiek komt daardoor pas ver na middernacht thuis.

Spanjaarden zouden volgens verschillende onderzoeken gemiddeld 7,12 uur slapen. Velen kampen dus met een chronisch tekort. In het verleden was het vooral op het platteland gebruikelijk het verloren uurtje met een siësta in te halen. Vandaag de dag zou volgens een onderzoek van de Spaanse vereniging voor het bed (Asocama) nog maar 16 procent van de Spanjaarden dagelijks een middagdutje doen. Iets meer dan één op de vijf mensen zegt soms een siësta te houden. Bijna 60 procent van de Spanjaarden slaapt alleen nog maar ’s nachts.

Volgens Rajoy zou dat getal verder omhoog kunnen als de dagindeling ‘Europeser’ wordt. Volgens hem zou de werkdag in Spanje ook om 18.00 uur voorbij moeten zijn. De leider van de conservatieve Partido Popular zou het terugzetten van de klok onderdeel willen maken van een regeerakkoord als hij opnieuw premier van Spanje zou worden. Zover is het nog lang niet. Het land zit al sinds de verkiezingen van 20 december vorig jaar zonder regering en de kans dat verschillende partijen samen een meerderheid gaan vormen, lijkt niet groot.

Het ligt voor de hand dat Rajoy zijn plan in zal moeten zetten tijdens de campagne voor de nieuwe verkiezingen op 26 juni. En juist in de zomer vinden Spanjaarden het heerlijk om in de hete middag een dutje te doen en laat op de avond te eten.

Een infographic van El Pais met bovenin “hoe vaak Spanjaarden een dutje doen” (van 16,2 procent elke dag tot 58,6 procent nooit) middenin de meest en minst slapende regio’s en onderaan waar men slaapt (meeste op bed, een kwart op de bank):