Column

Aanvalslust

Tom Boonen kreeg een washandje over zijn gezicht en zei: „We reden allemaal op ons tandvlees.” Op de televisie hadden we het gezien, ja. In de laatste kilometers van de wielerklassieker Parijs-Roubaix reden vijf dodelijk vermoeide wielrenners voorop. Ze waren gesloopt door de lengte van de rit en het rammelen over de kasseien.

Je had thuis geen virtualrealitybril nodig om te ervaren hoe zwaar deze tocht was; de meeslepende film met het zelfmoordgebied in Noord-Frankrijk als decor maakte me bekaf.

Als kijker reed je mee: velgen knalden op de hoeken van de kasseien, het achterwiel slipte weg in een natte bocht en je stuur trilde de blaren op je handen.

Toch leek deze editie van de oerklassieker minder zwaar. Het parcours was niet te stoffig en niet te nat, veel beter kunnen de onverharde wegen er niet bij liggen. Het was de aanvalslust die deze rit van kleur voorzag.

Tom Boonen kon Parijs-Roubaix voor de vijfde keer op zijn naam schrijven. Al vroeg in de wedstrijd reed hij voorop. Ik was ervan overtuigd dat de werkdrift hem de das om zou doen. Niemand kon op weg naar Roubaix ongestraft kracht verspillen. Boonen wilde te graag, deed te veel kopwerk.

Maar Boonen hield stand.

Van de kopgroep bleven vijf renners over: Tom Boonen, Edvald Boasson-Hagen, Ian Stannard, Sep Vanmarcke en Mathew Hayman. Wie ging met de eer strijken? Het wikken en wegen begon.

Boonen had de wil om vijf keer te winnen.

Boasson-Hagen spaarde zich en kon sprinten.

Ian Stannard leek een buffelaar.

Sep Vanmarcke ging het snelste over de kasseien.

En Mathew Hayman?

Natuurlijk, ik kende Hayman. Flink postuur, benen als hefbomen, jarenlang knecht bij de Raboploeg, hardrijder, een lange man met een voorjaarsgezicht. Maar Hayman ging niet winnen, toch? Dat zat niet in zijn natuur.

In de laatste tien kilometer begon iedereen zijn kruit te verschieten. Open en bloot, we mochten het zien. Alle pogingen om te ontsnappen mislukten. Niemand gunde de ander de winst.

Op de wielerbaan kwam de kopgroep op de finish af. Vijf mannen op hun fiets, vijf mannen op hun tandvlees. Boonen en Hayman maakten het onderling uit in de laatste meters.

De Vijfde van Boonen of de Eerste van Hayman?

Hayman won de sprint. De 37-jarige Australiër stapte vol ongeloof van zijn fiets. Van omstanders wilde hij weten of hij net echt zijn lievelingsklassieker Parijs-Roubaix had gewonnen?

Een grote grijns op een vermoeid gezicht. Zijn ongelijke gebit vormde een eerbetoon aan de kasseien. Ik zag zijn tandvlees, rauw en bloeddoorlopen.

De Eerste van Hayman, een tocht als een wilde symfonie: violen in het hoge register, hoorngeschal, lange basnoten, paukenslagen, op naar een crescendo, daverend slotapplaus.