Opnieuw viel de Rotterdamse marathon tegen

Rotterdam Marathon Geen toptijden en evenmin aansprekende winnaars. De Rotterdam Marathon heeft het sinds twee jaar moeilijk.

Deelnemers aan de Marathon van Rotterdam lopen over de Erasmusbrug. Foto: Robin Utrecht/ANP

Het gaat niet goed met de Rotterdam Marathon. Er zijn steeds minder aansprekende winnaars in steeds slechtere tijden. Zelfs bij ideale weersomstandigheden, zoals zondag, won de volstrekt onbekende Keniaan Marius Kipserem in een tegenvallende tijd van 2.06.11. Dat had volgens de organisatie minstens een minuut sneller gemoeten.

Het kost ‘Rotterdam’ jaarlijks meer moeite een deelnemersveld samen te stellen met de garantie van een toptijd. Sinds 2008 is – conform de internationale ontwikkelingen op de marathon – tussen de 2.04.27 (parcoursrecord) en 2.05.38 gelopen. Sinds de Rotterdam Marathon twee jaar geleden in handen is gekomen van het Belgische sportmarketingbedrijf Golazo klokken de winnaars 2.06.47 en 2.06.10. Opmerkelijk.

Heeft dat te maken met de wens van de nieuwe eigenaar om de nadruk te leggen op de recreatieve loper zodat het geïnvesteerde geld snel kan worden terugverdiend? „Geen sprake van”, riposteert Marc Corstjens, de atletenmanager die namens Golazo medeverantwoordelijk is voor de samenstelling van het deelnemersveld. „Dat is nooit onze opzet geweest. Wij gaan in Rotterdam niet over op een recreatieve marathon, zoals in Brussel en Antwerpen.”

Die uitspraak lijkt in strijd met een bericht in het Algemeen Dagblad dat het atletenbudget voor de Rotterdam Marathon was gedaald van 1 miljoen naar 700.000 euro. Zowel Corstjens als directeur Mario Kadiks ontkent dat stellig. Er zijn verkeerde valuta gehanteerd, is Kadiks’ respons. „Die 700.000 euro was het equivalent van 1 miljoen dollar.”

Concurrentie grote marathons

En dan is er nog een storende factor, meldt Kadiks. Dat is de strategie van de zes Major Marathons om vroeger dan voorheen goede lopers vast te leggen. Ook lopers van wie ‘Rotterdam’ het moet hebben en die voorheen de sprong naar de lucratieve Major Marathons pas konden maken op basis van bijvoorbeeld een in Rotterdam gelopen snelle tijd.

Kadiks: „Tegenwoordig worden de contracten al in september, of zelfs nog vroeger, getekend. Wij waren gewend te wachten tot na de marathons van New York en Chicago om te zien of een loper de vorm heeft voor een snelle tijd in Rotterdam. Die gelegenheid is ons ontnomen.”

De sussende reacties van Corstjens en Kadiks ten spijt zeggen de atletenmanagers wel degelijk te merken dat de Rotterdam Marathon minder geld te besteden heeft. Valentijn Trouw, in dienst bij het bureau van Jos Hermens, spreekt van „een fragiel deelnemersveld”. Dat kan volgens hem alleen met geld te maken hebben.

De grote marathons leggen vroeger goede lopers vast: storend voor ‘Rotterdam’

Trouw constateert dat lopers in Rotterdam, meer dan in andere marathons, het na 25 kilometer moeilijk krijgen. „Of het aanvangstempo is te hoog, of het niveau van de atleten is gedaald. Dat zie je niet bij vergelijkbare marathons. ‘Hamburg’ bijvoorbeeld is groeiende en ‘Parijs’ blijft stabiel. ‘Rotterdam’ moet oppassen de aansluiting te verliezen.”

Negatief voorbeeld was de Ethiopiër Tsegaye Kebede (persoonlijk record van 2.04.38), tweevoudig winnaar van de prestigieuze Londen Marathon. Hij koos na een reeks blessures voor Rotterdam, mede om met een snelle tijd zijn plek voor de Spelen in Rio veilig te stellen. Het werd een afgang. Hij werd zondag vijfde in een voor hem beschamende 2.10.56.

En de snelster Nederlander? Dat was Jeroen van Damme op de 58ste plaats in 2.26.18. Maar hij was de ‘haas’ van de Ethiopische Haylay Gebreslasea, winnares bij de vrouwen.