We hebben alles nog te verliezen

Opnieuw laat de Griekse ex-minister van Financiën van zich horen. Dit keer neemt hij je mee door tachtig jaar internationaal monetair beleid om te laten zien waarom het misging met de eurozone. Hij wekt ergernis, maar legt ook de vinger op de zere plek.

Yanis Varoufakis als minister van Financiën in 2015.

Wat is Yanis Varoufakis toch een onuitstaanbare man. Ook zonder hem ooit ontmoet te hebben kun je die conclusie waarschijnlijk veilig trekken na lezing van zijn nieuwste werk, En de zwakken ondergaan wat ze moeten ondergaan? Maar dat betekent niet dat je dit boek gemakkelijk in een hoek kunt smijten. Wat Varoufakis schrijft, roept wel degelijk om aandacht.

In de vijf maanden dat hij vorig jaar minister van Financiën was in de socialistische Syriza-regering heeft hij zoveel mensen in het Griekse crisisdrama weten te irriteren dat hij volstrekt geïsoleerd raakte. De ergernis zat hem niet in het feit dat zijn boodschap – ‘scheld de Griekse schuld kwijt’ – nu eenmaal onwelgevallig was, zoals hij zelf gelooft. Het was ook niet zo dat hij zich in de hitte van de strijd iets heeft overschreeuwd, alles in het belang van de lijdende Grieken. Nee, deze speltheoreticus miste gewoon alle sociale behendigheid die nodig was om zijn land te helpen.

Ook nu nog is hij zich van geen kwaad bewust, blijkt uit het boek. Tijdens een bezoek aan zijn nemesis, de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble, dacht hij er goed aan te doen een vergelijking te maken tussen de opkomst van de extreem-rechtse Gouden Dageraad in Griekenland en het Duitse naziverleden. ‘Niemand begrijpt beter dan het volk van dit land dat een in het slop geraakte economie, gecombineerd met rituele nationale vernedering en oneindige hopeloosheid, ervoor kan zorgen dat er een slangenei in je maatschappij wordt uitgebroed.’ En: ‘We vragen de hulp van het Duitse volk in onze strijd tegen die mensenhaat.’

Griekenland als slachtoffer, en Duitsland dat te hulp moet schieten omdat het anders nieuwe nazi’s in het zadel helpt. Varoufakis schrijft: ‘Noem het naïef, maar ik beken dat ik een positieve reactie op mijn korte speech had verwacht. In plaats daarvan volgde er een oorverdovende stilte.’

Tot zover de zelfreflectie. Dit boek is dan ook geen autobiografie. Het is bedoeld als waarschuwing tegen de weeffouten in de muntunie en de schadelijke gevolgen daarvan voor de zwakkere landen. Tijdens de crisis is niets gedaan om die weeffouten te herstellen, zegt de auteur, maar het is nog niet te laat. ‘We hebben alles nog te verliezen.’

Adviseur

Dat iemand die fouten eens op een rij zet op een manier die iedereen kan volgen, is zeker nuttig. Terwijl Europa alweer in beslag is genomen door de volgende crisis, reist Varoufakis het continent rond om aandacht te vragen voor het feit dat de eurocrisis nog niet is opgelost. Ook adviseert hij de Britse Labour-leider Jeremy Corbyn, met wie hij de overtuiging deelt dat bezuinigingen een economische crisis alleen maar versterken.

De zijlijn is een geschiktere plaats voor Varoufakis dan het centrum van de macht. Hier kan zijn gebrek aan tact minder kwaad, en hij roept zo hard dat iedereen hem toch wel hoort. Ook in dit boek. In een noodvaart neemt hij de lezer mee door tachtig jaar internationaal monetair beleid om te laten zien hoe het zo mis kon gaan met de eurozone. Voor lezers is het wel raadzaam om niet aan zijn lippen te gaan hangen, want Varoufakis heeft behalve een didactisch talent ook een zekere demagogische gave.

Zo is de Europese Unie een Amerikaans product, schrijft de zelfverklaarde marxist Varoufakis, bedoeld om de hegemonie van de VS en het kapitalisme te bestendigen. De Truman-doctrine uit 1947, waarin de VS hulp boden aan elk land dat zich door het communisme bedreigd voelde, was het begin.

‘De reïndustrialisering van Duitsland gebeurde alleen omdat Amerika daartoe had besloten’, schrijft hij, en de EU werd opgericht omdat een sterke Duitse mark zijn basis moest hebben in een sterke Duitse industrie met goede afzetmarkten in de omringende landen. Dat Europa zichzelf wilde verenigen om oorlog in de toekomst te voorkomen, komt in dit boek niet aan de orde.

De politieke kant van zijn betoog overtuigt dus niet, maar zijn uiteenzetting van de monetaire mechanismen werkt vaak wel goed. Varoufakis vertelt bijvoorbeeld hoe Europa na de oorlog meeliftte op de Amerikaanse welvaart door het Bretton Woodssysteem, waarbij de Europese munten waren gekoppeld aan de dollar en de goudstandaard. Hoe dit systeem onhoudbaar werd toen de Amerikaanse handelsbalans omsloeg in een tekort en president Nixon in 1971 besloot om Europa uit de dollarzone te zetten. En hoe Duitsland en Frankrijk daarna de mark en de frank inzetten in hun strijd om de macht, wat decennia later uitmondde in de euro.

Technocraten

Varoufakis hekelt de macht die de oprichters van de eurozone hebben gegeven aan de Brusselse bureaucratie en de technocraten van de Europese Centrale Bank, omdat geld en de prijs ervan (rente) nu eenmaal politiek zijn en niet gedepolitiseerd kunnen worden. De Franse president François Mitterrand en de Duitse bondskanselier Helmut Kohl, drijvende krachten achter het europroject, hadden moeten weten dat een monetaire unie niet zomaar zou leiden tot politieke eenheid, maar dat dit doel juist verder weg zou raken, zoals we tijdens de crisis zagen.

‘Europeanisatie werd synoniem aan het degraderen van nationale parlementen tot stempels zettende instellingen en aan onderwerping van de zwakken aan de superieure oordelen van de sterken’, schrijft de auteur.

Een van de grote gebreken in het Verdrag van Maastricht is dat eurolanden de muntunie niet (tijdelijk) kunnen verlaten, om hun eigen, oude drachme of lire te devalueren en zo weer concurrerend te worden met de anderen. De euro is opzettelijk als een ‘hotel California’ ontworpen, om zwakke landen aan te jagen productiever te zijn.

Tijdens de crisis bezweken die landen onder de schuldenberg die is ontstaan doordat bankiers ze hadden overladen met leningen en moesten ze gered worden met belastinggeld van de andere eurolanden. Die waren trouwens vooral bezig hun eigen banken overeind te houden, die tot over hun nek in de Griekse staatsobligaties zaten. En steeds als een de situatie dreigde dat Griekenland de hulppakketten niet kon terugbetalen, kwam er op het allerlaatste moment weer een nieuw hulppakket, in plaats van schuldkwijtschelding. ‘Fiscale waterboarding’, vindt Varoufakis.

Hij zegt het allemaal veel te hard, maar legt wel vingers op zere plekken. Afgelopen week nog werd bekend dat de onderhandelingen tussen het IMF en Europa over nieuwe hulp aan Griekenland muurvast zitten. Het IMF eist schuldreductie, Europa houdt vast aan volledige terugbetaling, en zo sleept de zaak voort. Dat maakt Varoufakis’ verhaal behalve de moeite waard ook actueel. De man heeft een gebruiksaanwijzing van hier tot aan de Olympus, maar negeren lukt ook weer niet.