Veel Engelsen zien in klokkenluiden ‘sport’

Voor Engelse klokkenluiders is fysieke training een serieuze zaak. En als jagen en vissen een sport zijn, dan is klokkenluiden – in Engeland geen gewoon ‘ding dong’ – dat toch ook?

Engelse ophef: moet klokkenluiden – in letterlijke zin - een sport worden? Ja, meent de hoofdredacteur van Ringing World, het lijfblad voor klokkenluiders. Het gaat om een „gezonde fysieke en mentale training”, die zeker meer inspanning vergt dan vissen of jagen – beiden wel bestempeld als sport.

Nee, meent de Central Council of Church Bell Ringers. Het „belangrijkste doel is het luiden van de klokken voor christelijke gebeden, diensten en vieringen”. Tegen The Times zei voorzitter Chris Mew: „Waar is de glamour van het sportveld? Waar zijn de David Beckhams van de klokkentoren?”

Het antwoord: in St Michael’s Cornhill, midden in de City, de kerk die Scrooge hoorde in Charles Dickens’ A Christmas Carol. Daar oefent de Premier League van het klokkenluiden. Op dinsdag de Ancient Society of College Youths (anno 1637), op woensdag hun rivalen, de Society of Royal Cumberland Youths, honderd jaar jonger.

Tachtig smalle, wenteltrapjes leiden omhoog naar de klokkentoren. Vier vrouwen, dertien mannen staan klaar. De jongste, twintig, werkt bij McDonald’s, de oudsten zijn gepensioneerd. De meeste klokkenluiders – een verzekeraar, advocaat-in-opleiding, fondsmanager, dataprogrammeur – komen rechtstreeks uit hun werk in de City.

Een das gaat los, jasje uit. Er wordt gestrekt. Weinig gepraat, de ontlading volgt na afloop in de pub. De wekelijkse training is een serieuze aangelegenheid.

Precies om half zeven klinkt wat componist George Friederich Händel „het geluid van Engeland” noemde, en dichter John Betjeman zo treffend omschreef in zijn gedicht over een wandelingbij Bristol: „Onder de melodie van druipende takken in plassen en putten / Boven de tallozen iepen, over heuvels en dalen / Klonk het wiskundige patroon van een eenvoudige reeks van klokken”.

Waar elders in Europa klokken meestal een eenvoudige ‘ding dong’ luiden – of zoals vaak in Nederland een carillon klinkt – doen de Engelsen sinds de zeventiende eeuw aan wisselluiden. Twaalf op elkaar afgestemde klokken die in sequens worden geluid, en zo complexe variaties op een toonladder spelen. Een bordje in de klokkentoren van St. Michael’s Cornhill meldt dat de Ancient Society of College Youths in de jaren zestig 5007 combinaties luidden, een drie uur en 34 minuten durend spel.

„Treble going. She’s gone”, roept de luider van de sopraanklok. David House, secretaris van de Ancient Society of College Youths, laat op zijn telefoon zien wat er wordt gespeeld. De compositie ziet eruit als een hartslag, of een temperatuuropname. Na tien minuten is de melodie ‘af’, is er even een minuutje pauze, en gaat de training weer verder.

Wiskundig is het zeker, maar een sport? Volgens Sport England moet een activiteit als doel hebben „fysieke fitheid, geestelijk welzijn en sociale relaties” te verbeteren. Daar lijkt de anderhalf uur durende training van Ancient Society of College Youths aan te voldoen. Er wordt gepuft, zweetplekken verschijnen. Jill Galloway (34): „En er is een wedstrijdelement. We strijden op zaterdag tegen andere klokkenluiders.” Om haar heen wordt gepuft, spieren zijn aangespannen, enkele zweetplekken verschijnen.

David House, sinds 1962 lid van de groep, heeft het over „een kunstvorm”. En ja, toch ook een sport. Want, zo ontdekte hij, na de Reformatie – waarna klokken nauwelijks gebruikt werden in de kerkelijke dienst – werd klokkenluiden een fysieke activiteit. Hij verwijst naar een begin 18de-eeuws handboek getiteld ‘de school van recreatie: een gentleman’s handleiding voor de meest vernuftige oefeningen van jagen, paardenrennen, valkenieren, paardrijden, hanengevechten houden, vogels vangen, vissen, bowlen, tennissen, klokkenluiden en biljard spelen’. Pas eind negentiende eeuw wilde de kerk zijn torens „heroveren”. „Dat leidde ertoe dat meer geestelijken gingen klokkenluiden.”

Het religieuze element lijkt mee te vallen. „De kerk steunen zonder naar de dienst te gaan”, noemt master Tessa Beardman (28), die de groep leidt, klokkenluiden. „Op zon- en feestdagen zijn we weinig avontuurlijk. Maar op zaterdagen spelen we voor het plezier.”