Ribeye ramvol smaak

Joël Broekaert eet bij The Roast Room waanzinnig goed vlees en een gekke groentetoren.

Vlees is de corebusiness bij The Roast Room en dat doen ze goed. Foto Rien Zilvold

Bijzonder

Visaandeschelde, een chic zaakje aan het Scheldeplein, staat al jaren bekend als een van de beste visrestaurants van Amsterdam. Verrassing dus, toen chefkok Michiel Deenik aankondigde aan de overkant, op een hoek van het Rai Congrescentrum, een echt vléésrestaurant te openen. Van twee verdiepingen. The Roast Room is nu precies een jaar open.

Dat het hier om vlees gaat, daar kan geen twijfel over bestaan. Naast de voordeur zit de ‘slagerij’: een grote glazen klimaatkamer waar kwart koeien aan vleeshaken hangen. Beneden bevindt zich de The Roast Bar, een brasserie met simpeler gerechten. Het restaurant op de eerste verdieping is een grote glazen zaal met uitzicht naar drie kanten. Het ziet er gelikt uit, donkerblauw plafond, gebrokenwitte tegeltjes, koperkleurige verlichting en lange rijen keurig gerangschikte tafeltjes ingedekt met wit linnen.

Op de kaart

Er is een chefsmenu van drie tot vijf gangen (45 tot 65 euro, gerechten ook los te bestellen) met bijpassende wijnen (26 tot 39 euro) . Er is ruim keus. Complete voor- en hoofdgerechten, maar ook kip van het spit en stukken vlees met losse bijgerechten. We proberen van alles wat.

De zaak is groots opgezet, om veel gasten tegelijk te bedienen. Helaas merk je dat ook een beetje aan de gerechten. Het wasabischuim bij de runder tataki met soft shell krab waren we al tegengekomen in de amuses. Net als de yuzugel en gepofte quinoa bij het buikspek. Af en toe rijdt een serveerster een kruidentuin op wieltjes door de zaak, die bereidt dan aan tafel chimichurri-saus (een Argentijnse salsa in dit geval van oregano, rozemarijn en tijm). In feite is die saus al klaar, het enige dat ze doet is er wat peper en zout door roeren. Want het moet allemaal wel vlot gaan. Beetje flauwekul dus.

De voorgerechten zijn op zich prima bereid. De runder tataki – rauw vlees met een aangegrild randje – komt met avocado, gembergelei en soja en soft shell krab (een soort rosbief-california-sushi-variatie, 15,50 euro). Het buikspek wordt geflankeerd door een garnaal die een tikje te gaar is, een yuzugel (denk lemoncurd) en weer avocado (16 euro). Geen geïnspireerde composities, meer eetcafé-gerechten op een hoger gastronomisch niveau. We vragen voor de grap ook een vega-gerechtje. Daar wordt niet moeilijk over gedaan. De chef maakt een heel mooi bord op, uiteindelijk eten we een groentetoren met aardappelpuree, soja en ingelegde gember (19,50 euro). Dat is gek. Maar soit, we zitten in een vleesrestaurant.

En dat vlees is waanzinnig goed. Echt heel goed. Op het slagersplateau (35 euro) liggen een bavette van Amerikaanse Angus en een entrecote en ribeye van Ierse. Alle drie van hoge kwaliteit, perfect medium gebakken op de Broilergrill. Leuk om het verschil in ras en deel te proeven. Sluit alsjeblieft af met de ribeye, die is hemels: rauw, verkoolde randjes, umami, glinsterend vet, ramvol smaak, vlokken zout – alles wat goed vlees moet hebben. De shortrib (30 euro) is opnieuw om te janken. Het vet is fruitig en tegelijk zo diep van smaak als chocomelk van echte pure chocolade. Tunnelvisievlees – ik zie alleen nog maar die houten plank. Als bijgerecht eten we échte spinazie à la crème en een spicy polenta met de zachte structuur van een verse madeleines. Gegrilde baby-bindsla is ook leuk, maar de baconmayo schiet onmiddellijk na het opdienen volledig in de schift.

De gewürtztraminer (8,75 euro) waarmee we ons laten verrassen bij het voorgerecht is echt zo’n plakkerige bloemenhoningwijn (moet je van houden). Bij het vlees kiezen we daarom iets uit de ‘Roast favourites’: de goedkoopste rode, een Bordeaux Supérieur uit 2009 voor 45 duro. En zijn daar meer dan content mee.

Conclusie

Dus tsja, wat zal ik zeggen. Vlees is de corebusiness bij The Roast Room en dat doen ze goed. Het is zeker geen goedkope tent, maar: goed vlees is duur. Punt. Als je alleen een ribeye of shortrib met een goede fles wijn bestelt, eet je als een koning. Maar de rest is ook niet goedkoop, en daar – van de weinig indrukwekkende voorgerechten tot dat toneelstukje met die kruidentrolley – mag nog wel eens een keertje kritisch naar gekeken worden.