Moratorium op EU-uitbreiding maakt grenssituatie labieler

Paul Scheffer riep op tot een moratorium van 15 tot 20 jaar op EU-uitbreiding (O&D 2/4), want „zonder een heldere uitspraak over de buitengrens van Europa blijft de onzekerheid voortduren.” Het tegendeel is waar.

Ten eerste bestaat er al een moratorium op EU-uitbreiding: tot 2020 zullen er geen nieuwe lidstaten tot de EU toetreden. Het breed gedragen idee dat de EU teveel uitdijt, moest immers worden weerlegd. Maar het moratorium heeft wel afbreuk gedaan aan de geloofwaardigheid van de in 2003 gemaakte belofte van EU-lidstaten aan de Balkanlanden en Turkije, dat ze bij de EU mogen, mits ze de nodige hervormingen doorvoeren.

Ten tweede lijkt Scheffer voorbij te gaan aan de aantrekkingskracht van het EU-lidmaatschap in Zuidoost-Europa. Oekraïne, zo schrijft hij, kan voorlopig geen aanspraak maken op het EU-lidmaatschap vanwege onder meer de zwakke rechtsstaat en corruptie in het land. Tevens zou de EU te weinig een ‘beschavingsideaal’ zijn.

Maar in Zuidoost-Europa is het tegendeel waar. In landen als Bosnië en Kosovo belooft iedere politieke partij hervormingen na te streven die de bevolking tot heuse EU-burgers zullen maken. Toegegeven, de realiteit is anders; de hervormingen verlopen moeizaam, om soortgelijke redenen als in Oekraïne.

Desalniettemin kunnen kiezers de politici verantwoordelijk houden als dezen het Europese ideaalbeeld niet benaderen, bijvoorbeeld op het gebied van de opbouw van de rechtsstaat. De Maidanrevolutie, die uitbrak toen de Oekraïnse president Janoekovitsch zich uit het associatieverdrag terugtrok, is een goed voorbeeld. Juist omdat de EU geen expliciete buitengrens heeft, kunnen de Zuidoost-Europeanen een fata morgana nastreven. Een moratorium op Europese uitbreiding zou onbedoeld klinken als een doodvonnis.

Daarbij, kiezers in deze landen lijken steeds minder bereid te wachten op veranderingen via de stembus. Ze verlaten het land of protesteren gewelddadig, zoals in Bosnië, Macedonië en Kosovo. Een moratorium dat nog langer aanhoudt, zal de situatie aan de buitengrenzen juist labieler maken - niet stabieler.

Oekraïnereferendum 1

Uitslag heeft positieve kant

Ik ben niet ontevreden met de uitslag. Eerder (NRC, 22/3) sprak ik mijn hoop uit dat de heibel over het associatieverdrag met Oekraïne wordt aangegrepen om af te spreken dat bindende correctieve referenda in ons land niet meer aan de orde zullen zijn. Ik denk dat die hoop bezig is vervuld te worden. Het lijkt me voor de hand te liggen dat bindende referenda na deze pijnlijke proef met een raadgevend referendum niet meer een tweederde meerderheid in beide Kamers zullen halen.

Peter van Walsum