‘Panama Papers raken iedereen’

De oprichter van het Tax Justice Network heeft opeens vele medestanders in zijn strijd tegen belastingontduiking. „Het lek onthult een systematisch falen.”

Foto Justin Griffith-Williams

Ook de doorgewinterde belastingparadijzenbestrijder liet zich deze week overdonderen door de gelekte administratie van juridisch adviesbureau Mossack Fonseca in Panama. „De grote verrassing van de Panama Papers is de enorme schaal”, zegt John Christensen aan de telefoon vanuit Londen. „Dit is de eerste keer dat de hele wereld kan zien hoe enorm de geheime wereld van overzeese belastingparadijzen is geworden, en hoeveel van ’s werelds elite daarbij betrokken is. Politici, bekende zakenlieden, gelauwerde advocaten, sterren.”

Al bijna veertig jaar houdt de econoom Christensen (59) zich bezig met belastingparadijzen. Hij werkte voor een groot accountantkantoor (nu Deloitte) in belastingparadijs Jersey, waar hij vandaan komt (al is zijn familie van origine Deens). Daar deed hij regelmatig zaken met Mossack Fonseca. Later onderzocht Christensen voor hulporganisatie Oxfam hoe belastingparadijzen de ontwikkeling van arme landen beïnvloeden. En sinds 2003 is hij directeur van de internationale actiegroep Tax Justice Network, die tegen belastingparadijzen strijdt.

Wat is volgens u tot nu toe de grootste onthulling uit de Panama Papers?

„Het is natuurlijk groot nieuws voor het publiek als er bekende mensen betrokken zijn en als bijvoorbeeld de premier van IJsland hierdoor aftreedt. Maar ik denk dat het groter nieuws is dat veel juridische dienstverleners – ik wil benadrukken dat Mossack Fonseca niet de enige is – betrokken zijn bij criminele activiteiten. En zij werken nauw samen met overheden, zoals die van Panama. Ik denk dat dit verhaal belangrijker is. Dit onthult een systematisch falen van belangrijke instituties als overheden, advocatenkantoren en banken bij het beschermen van het publieke belang.”

In hoeverre schaden belastingparadijzen het publieke belang?

„Het is zowel een institutioneel als een moreel en een economisch probleem. En het gaat niet alleen om belastingontwijking, maar om grootschalige corruptie. Fraude, verduistering, witwassen. En dat maakt het nog erger. Het betekent dat er een wereldwijde economie is gecreëerd waar criminele activiteiten kunnen plaatsvinden, verscholen achter geheime overzeese vennootschappen, ondersteund door het legale wereldwijde bankenstelsel.” Christensen zucht diep en vervolgt: „Puur vanuit het oogpunt van belastingen, onthullen de Panama Papers dat de rijke elite op grote schaal belasting ontwijkt. Daardoor zijn belastingsystemen de laatste decennia verzwakt. En dat creëert ongelijkheid, die zeer schadelijk is voor de economische ontwikkeling, en voor de maatschappij.”

Omdat de man met de pet meer betaalt dan de man met het goud?

„Ja. Zonder twijfel. Overheden hebben de laatste dertig jaar bijvoorbeeld de btw verhoogd om te compenseren voor het verlies van belastingen die bedrijven zouden moeten betalen.”

Zijn burgers zich hiervan bewust?

„Ze hebben wel een vaag gevoel, maar zien dit nog niet zo scherp. Veel mensen lijken nog steeds te denken dat belastingontwijking een misdaad is zonder slachtoffers. Maar dat is niet waar. Deze misdaad kent duidelijk slachtoffers, en dat zijn meestal de armste mensen in de armste landen. Maar ook in Europese landen, waar bezuinigingsmaatregelen worden getroffen, volgens overheden omdat er geen geld is. Maar er is natuurlijk wel geld. Het is alleen overzees. Volgens onze schatting uit 2012 wordt er tussen de 21.000 en de 32.000 miljard dollar aan persoonlijk kapitaal overzees gestald – onbelast. Gigantische bedragen.”

Belasting ontwijken mag. En bedrijven zeggen dat ze het aan hun aandeelhouders verplicht zijn om zo min mogelijk belasting te betalen.

„Dat laatste is juridisch gezien niet waar. Ze hebben de plicht om de winst te maximaliseren, niet om belasting te ontwijken. In veel zaken hebben rechters belastingontwijking al illegaal genoemd. Ook omdat het vaak strijdig is met de mededingingsregels. Helaas zijn politici op dit punt traag van begrip.”

Politici reageren ook geschokt op de Panama Papers en zeggen dit probleem te willen aanpakken. Is dat oprecht of gespeeld?

„Al veertig jaar hoor ik politici over de hele wereld zeggen: ja, ja, we moeten hier iets aan doen. Maar ze voegen nooit de daad bij het woord. Autoriteiten neigen ook nu weer naar doorgaan op de oude weg. Maar dat wordt moeilijk, want de publieke opinie eist meer politieke maatregelen, op nationaal en internationaal niveau. We hebben nog niet genoeg voortgang gezien.”

Waarom blijven maatregelen steeds uit?

„Om verschillende redenen, die variëren van land tot land. Ten eerste laten de Panama Papers zien hoeveel politici bij de belastingparadijzen betrokken zijn. Zij, hun families en hun bedrijven profiteren ervan. Ten tweede komt er te veel financiering van politieke partijen uit overzeese belastingparadijzen. En ten derde bestaat er een zeer sterke en succesvolle lobby van banken en advocatenkantoren die het belastingparadijzenmodel beschermen. Bovendien lette de samenleving niet goed op. Pas het afgelopen decennium ontstond er een tegenlobby. Maar wij hebben heel weinig middelen.”

Hebben jullie wel enig succes geboekt?

„Oh zeker. In 2003 waren er nog geen vijftig activisten over de hele wereld met dit thema bezig. Tegenwoordig is dit hét grote thema onder activisten wereldwijd. Omdat we nu zien hoeveel schade belastingontwijking berokkent aan ontwikkelingslanden én ontwikkelde landen.”

Zijn belastingparadijzen wel aan te pakken?

„Ja! Zonder twijfel. Met de juiste politieke wil kan dit worden gestopt. Of niet geheel gestopt, maar goeddeels worden voorkomen. Met een paar technisch simpele maatregelen. Eén: volledige en automatische informatie-uitwisseling tussen belastingdiensten. Twee: openbaarmaking van de werkelijke eigenaren van overzeese vennootschappen. Als duidelijk wordt welke mensen zich erachter verstoppen, is het game over voor de belastingparadijzen. Want dat is wat Panama verkoopt: geheimhouding. En de derde maatregel die wij bepleiten is van multinationals eisen dat ze hun jaarverslagen per land uitsplitsen en zich verantwoorden voor al hun dochterondernemingen. De G20 [de twintig belangrijkste landen voor de wereldeconomie, red.] is al akkoord met al deze maatregelen. Nu moeten ze nog worden geïmplementeerd. Daar is nog meer publieke druk voor nodig.”

Vindt u alle personen die voorkomen in de Panama Papers verdacht, of zelfs schuldig?

„Toen ik als accountant in het overzeese belastingsparadijs Jersey werkte, gebruikte ik Mossack Fonseca vaak voor mijn klanten. En wat ik zag, shockeerde me. Het was glashelder dat iedereen die de Panamaroute gebruikte, dat deed voor een illegale activiteit. Vaak had het te maken met belastingontwijking. Maar het kon erger. Sommige cliënten handelden met voorkennis. Sommige deden aan illegale giften. Eentje hield zich bezig met illegale wapenhandel. En als ik nu, als onderzoeker, een Panamees bedrijf zie opduiken in een bedrijfsstructuur, gaat er bij mij een alarmbel af. Dan moet een bedrijf zich verantwoorden, want daarvoor bestaat in principe geen legitieme reden.”

Wie is verantwoordelijk voor dit systeem? Kantoren als Mossack Fonseca of autoriteiten?

„Er zijn meer schuldigen. Juristen, ook grote internationale advocatenkantoren als Deloitte, zijn zeker grote spelers. Zij ondersteunen de criminele activiteiten van hun cliënten. Zij creëren de structuren, zij zetten die vennootschappen op papier, compleet met papieren directeuren en aandeelhouders. En dan doen ze alsof ze niet weten wat daar speelt! Dat ontken ik. Ze zijn medeplichtig. Daarnaast hebben natuurlijk ook de regeringen van de belastingparadijzen schuld, met hun geheimzinnige wetgeving en hun onwil om transparant te zijn.”

Past Nederland ook in dit rijtje?

„Daar maken wij ons niet speciaal zorgen over. De Nederlandse wet is niet zo geheimzinnig. Nederland wordt vooral gebruikt als doorvoerland voor multinationals, om winst te verplaatsen.”

Is het Verenigd Koninkrijk veel erger?

„Het Verenigd Koninkrijk is interessant, omdat het heel transparant lijkt – terwijl het vuile werk wordt opgeknapt in de Britse overzeese gebieden. De City van Londen parkeert zijn foute cliënten gewoon op Jersey of Guernsey of de Maagdeneilanden. Een van de interessante dingen die de Panama Papers bevestigen is hoeveel activiteiten er plaatsvinden in de Maagdeneilanden. De Panama Papers bewijzen dat het Verenigd Koninkrijk een grote speler is en dat de City, met dank aan de satellietstaten, het grootste witwascentrum ter wereld is.”

Heeft de Britse bevolking hier last van?

„De echte slachtoffers van dit systeem zitten in de armere landen, vooral in Afrika. De inwoners van Angola en Congo zijn de ergste slachtoffers, want hun natuurlijke hulpbronnen worden geroofd door grote bedrijven en hun rijkdom wordt overzees weggezet en niet ter plaatse geïnvesteerd in het creëren van nieuwe banen, in onderwijs, infrastructuur en zorg. Hier komen de mensenrechten om de hoek kijken. Onze redenering is simpel: als een land als Panama weigert informatie te verstrekken over de daar gevestigde bedrijven – en dat is het geval – dan ondermijnt die regering doelbewust de capaciteit van Afrikaanse overheden om hun verplichtingen op het gebied van mensenrechten na te komen. Ik zou ook willen zeggen dat Mossack Fonseca doelbewust mensenrechten schendt, want het kantoor weet dat zijn cliënten actief bezig zijn overheden te beroven van het geld dat ze nodig hebben om hun inwoners onderdak, veiligheid en zorg te bieden.”

Staten zeggen dat ze onderling moeten concurreren wat belastingen betreft, en dat een gunstig belastingsklimaat ook geld oplevert.

„Ik betreur dat politici de economische dynamiek van de globalisering niet begrijpen. Ze gebruiken de term ‘belastingconcurrentie’, maar dat heeft niks te maken met de gewone concurrentie tussen bedrijven. Die is bedoeld om prijzen naar beneden te brengen, productie-efficiëntie te stimuleren en de kwaliteit van goederen en diensten te verbeteren. Maar dit principe toepassen op natiestaten is economische nonsens. Hoe kan Zambia concurreren met China? Waar concurreren ze om? Ze willen kapitaal aantrekken, en daarom subsidiëren ze de bedrijven. Dus vloeit het kapitaal niet naar de plek waar bedrijven de beste productie-efficiëntie kunnen behalen of de beste kwaliteit, maar naar de plek waar ze zo min mogelijk geld moeten afdragen. En dat ondermijnt het hele principe waarop de globalisering is gebaseerd. Dit is geen kapitalisme meer. Dit creëert een feodale economie, waar gewone belastingbetalers grote bedrijven subsidiëren.”

U heeft een plaatje van Don Quichot aan uw muur hangen. Dat stelt mij niet gerust.

Christensen lacht. „Ik ben echter een optimist. Het kan lang duren, maar het publieke besef is enorm gegroeid, vergeleken met tien jaar geleden. Toen werd wel erkend dat corruptie de ontwikkeling van arme landen schaadt. Maar toen ging het over hún corruptie, hún corrupte overheden en instituties. Nu wordt erkend dat het hele systeem corrupt is. Ónze banken zijn corrupt. Ónze belastingstructuren zijn corrupt. Het is ónze corruptie die de ontwikkeling van armere landen het meest remt. Dat begrijpen we in Europa nu beter. Dus er is hoop.”