Operadirecteur die ook enthousiast kon regisseren

Foto NAU

Hij was een man van vier of vijf carrières, vrijwel steeds in connectie met muziek, theater en vooral opera, als onvermoeibaar directeur, organisator en enthousiast regisseur. De vorige week in Phoenix, Arizona op 81-jarige leeftijd overleden Nando Schellen werkte in het transportbedrijf van zijn familie, voor hij in 1969 zakelijk directeur werd van de Nederlandse Opera Stichting – nu De Nationale Opera.

Het waren de jaren vóór de opening van het Amsterdamse Muziektheater in 1986, toen de Opera zich dankzij intendant Hans de Roo flink vernieuwde. Er klonk in de Amsterdamse Stadsschouwburg veel modern repertoire en er waren steeds meer eigentijdse ensceneringen. Maar er was ook ruimte voor juist de allervroegste opera’s, die van Claudio Monteverdi, met de ‘authentieke’ dirigenten Gustav Leonhardt en Nikolaus Harnoncourt.

Vervolgens was Schellen tijdelijk directeur van de Twentse Schouwburg in Enschede en interimdirecteur van het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam. In Amerika, was hij van 1992 tot 1996 leider van de Indianapolis Opera en van 2000 tot 2015 van het operatheater van de Northern Arizona University.

Hij ensceneerde in Europa, Canada en Amerika zo’n zeventig opera’s, schreef artikelen, gaf als hoogleraar les in operahistorie en deed veel aan talentontwikkeling van jonge zangers. Daartoe leidde hij in Italië ook het zomerfestival Flagstaff in Fidenza.

Het regievak leerde hij tijdens vier zomers assisteren in het Wagner Theater in Bayreuth. Voor het Holland Festival 1982 ensceneerde hij een ‘authentieke’ uitvoering van Die Zauberflöte met replica’s van de decors, zetstukken, beesten en kostuums van de première kort voor Mozarts dood in 1791. In 1987 regisseerde hij Salto Mortale van Wim Stoppelenburg op een libretto van Belcampo, begeleid door het Amsterdams Nonet. Daarin werd ook gezongen door zijn vrouw, de Amerikaanse sopraan Deborah Raymond.

Nando Schellen was een bedachtzaam en beminnelijk man, een hartstochtelijk muziekliefhebber. Zijn moeder, een pianiste, overleed toen hij zeven was en liet zijn vader beloven hem een muzikale opvoeding te geven. Hij luisterde veel, kreeg les op piano en viool. Toen hij in 1960 de opera Wozzeck van Alban Berg zag, was dat ‘a life changing event’: „Daar wil ik bij horen.”