Ook waterpolomannen missen de Spelen in Rio

Doelman Eelco Wagenaar troost een ploeggenoot na de nederlaag tegen Frankrijk. Foto ANP/Orange Pictures

Bondscoach Robin van Galen schatte de kansen dat zijn waterpolomannen de Spelen van Rio zouden halen nooit hoger in dan zo’n 25 procent. Maar de manier waarop Nederland vrijdagavond in Triëst het felbegeerde ticket uit handen liet vallen, zal de ploeg nog jaren heugen.

Het sprookje eindigde in de cruciale kwartfinale van het olympisch kwalificatietoernooi na een serie strafballen tegen Frankrijk, nadat Nederland vrijwel de hele wedstrijd had genomineerd. De jonge Nederlandse ploeg presteerde in Triëst een week lang op topniveau, maar vergat zichzelf te belonen voor alle arbeid in de afgelopen jaren.

Het betekende, voorlopig, een abrupt einde van de reis. Van Galen zal zich volledig richten op Tokio (2020). „Ik ben supertrots op die gasten, dat ze deze week boven zichzelf zijn uitgestegen”, zei hij na afloop telefonisch. „Maar na die strafballen heb je opeens niks. Dat is wel keihard. Zó dichtbij. Het laatste procentje. Die jongens zitten helemaal stuk.”

Want de kansen waren er, vrijdagavond. Nooit was Rio dichterbij. Een uitstekende opening, met treffers van Luuk Gielen, legde de basis voor een duel waarin Nederland vrijwel onafgebroken leidde. Het enige verwijt dat de ploeg zichzelf kon maken was dat het niet verder afstand nam.

Drie minuten voor het einde kwamen de Fransen voor het eerst gelijk (7-7), een minuut later zelfs op voorsprong (7-8). Nederland sleepte er nog een strafballenserie uit, maar de ploeg maakte daarin één fout te veel.

„We gaan nu de scherven oprapen”, zei Van Galen, de man achter het olympische succes van de vrouwen in Beijing (2008). „Wij gaan zullen hier wel een paar maanden ziek van zijn. Maar dan gaan we door, richting Tokio. Voor deze jonge ploeg, gemiddeld 24 jaar, was Rio een heel goed ervaringsmoment geweest. Maar 90 procent van de jongens blijft in de nationale ploeg. Maar dit is natuurlijk wel een keiharde les.”