Slechts 1 op de 5 stemde tegen

illustraties Cyprian Koscielniak

Misschien is het goed om er op te attenderen dat slechts één op de vijf kiesgerechtigden (60 procent nee-stemmers bij een opkomst van 32 procent) tegen het associatieverdrag met Oekraïne heeft gestemd. Dat is een reëler beeld dan ‘Nederland heeft massaal nee gestemd’ wat je overal hoort en leest. Liefst vier op de vijf kiesgerechtigden – 80 procent van de kiesgerechtigden – heeft ofwel voorgestemd ofwel in het door ons parlement allang aangenomen verdrag geen aanleiding gezien om zich daar tegen uit te spreken.

Bovendien is gebleken dat veel nee-stemmers niet tegen het associatieverdrag waren, maar hun onvrede wilden uiten over andere zaken, die soms helemaal niets met Oekraïne te maken hebben.

Oekraïnereferendum 3

Ik gokte verkeerd

Hoe mijn ja-gevoel omsloeg in nee-gevoel.

Ik ging uit strategische overwegingen niet stemmen, om het ja-kamp te steunen door onder de geldigheidsdrempel proberen te blijven. Ik gokte verkeerd. Nu na het raadgevend referendum de Oekraïense president zo fijntjes heeft laten weten dat het in Nederland „meer over de EU ging dan over het associatieverdrag”, dat „de uitslag niet bindend is”, en „een aanval op de Europese eenheid en de verspreiding van de Europese waarden” behoor ik met die onheuse meningsmanipulatie ineens tot het nee-kamp. Zó was de vraag, die hier voorgelegd werd, niet gesteld.

Gert Ruijer Hilversum