Netjes betalen is geen linkse hobby meer

De reacties op de Panama Papers laten de politieke omslag zien: rijke bedrijven moeten hun deel betalen.

Illustratie Roel Venderbosch

Nieuwe rijken, nieuwe routes. De Zuidas, met zijn fiscalisten, advocaten en trustkantoren, staat lelijk te kijk. De nieuwe rijken en hun families, uit landen waar het staatskapitalisme toonaangevend is, zoals Rusland en China, slaan ‘ons’ gewoon over. Ze zoeken hun eigen fiscale (sluiproutes) en trucs, net als sommige ‘oude’ rijken en gevestigde multinationals uit westerse landen.

Zo kozen de kennelijk puissant rijke kring rond de Russische leider Poetin en de kapitalen vergarende zwager van de Chinese partijleider Xi Jinping voor een adviesbureau in Panama. En brievenbusbedrijven op bijvoorbeeld de Maagdeneilanden, blijkt uit de berichtgeving over de zogenoemde Panama Papers.

Maar de Panama Papers zijn meer dan een staalkaart van fiscale vluchtroutes en roverij. De reacties onderstrepen dat het politiek-culturele klimaat waarin overheden fiscale sluiproutes eigenlijk wel prima vonden, radicaal is veranderd. In dat klimaat overheersten opvattingen als: iedereen doet ’t, dus wij ook. En wij trekken er ook nog werkgelegenheid mee als bedrijven zich om fiscale voordelen in ons land vestigen. Als een ander land belastinginkomsten misloopt, pech gehad.

Bedrijven konden hun gang gaan. Vorig jaar velde het Amsterdamse gerechtshof bijvoorbeeld een vernietigend oordeel over de moraliteit van een belastingconstructie waarmee een bedrijf de fiscus „tot grote omvang” had benadeeld. Maar straf? Nee. In het maatschappelijk klimaat ten tijde van het opzetten en implementeren van deze constructies (2005-2008) en „in de maatschappelijke kringen waarvan belanghebbenden en haar adviseurs deel uitmaakten” werden dit soort fiscale structuren „als legaal en toelaatbaar beschouwd”. Aldus de rechters.

Zou dat nog steeds gelden als een bedrijf met zulke constructies de fiscus zou tillen? Nee. Schande! Straffen!

Natuurlijk is niet elk land, elk bedrijf of elke rijkaard zomaar een fiscaal heilig boontje geworden. Maar het opmerkelijke is dat het verzet tegen de praktijken en brievenbusmaatschappijen van multinationals, vermogende particulieren en een legertje dienstverleners de laatste jaren opeens massaal geworden.

Je kunt de omslag zelfs bijna precies dateren. 15 oktober 2012.

De OESO in Parijs, dé denktank van de grote industrielanden, zette in de loop van dat jaar het onderwerp eerlijker belastingheffing op de politiek-economische agenda. De politieke respons was lauw. De regeringsleiders van de rijkste landen, de G20, reageerde in de trant van: interessant, succes ermee.

Toen kwam op 15 oktober Starbucks. De winstgevende Amerikaanse multinational, exploitant van uw koffiewinkel op de hoek, bleek bijna geen Britse winstbelasting te betalen. In veertien jaar nog geen 9 miljoen pond. Met dank aan fiscale constructies en vrijstellingen. Parlement en publiek reageerden woedend.

„Toen zeiden de G20-leiders ineens: dit moet stoppen”, herinnerde Marlies de Ruiter zich anderhalf jaar geleden in een interview met NRC. Als medewerker van de belastingafdeling van de OESO kon ze de omslag vrijwel precies dateren. Ze zag naar eigen zeggen op dat moment de wereld veranderen, althans, zo voegde ze daaraan toe: de „fiscále wereld.”

Tot dan toe was het ageren tegen de brievenbusmaatschappijen van multinationals, vermogende particulieren en een legertje dienstverleners in belastingparadijzen een linkse hobby. Linkse partijen ergerden zich eraan dat de kredietcrisis en de economische crisis wel voor werkloosheid, lastenverzwaringen voor burgers en het afknijpen van sociale voorzieningen hadden geleid, maar dat het grote ondernemingen en gefortuneerde particulieren best voor de wind was gegaan.

De onthulling over het fiscale voordeel van Starbucks was het startschot van een reeks van onderzoeken en politieke maatregelen tegen belastingontwijking. In de daaropvolgende vier jaar veranderen westerse overheden op grote schaal van passieve toekijkers tot ‘activisten’ die met hun vuist op tafel slaan.

Hoe ging dat in zijn werk? Welke fases kun je onderscheiden?

1 De overheid is je beste vriend

In september 2012 was de Amerikaanse Senaat een onderzoek begonnen naar de belastingpolitiek van twee aansprekende bedrijven in de technologiesector: Microsoft en Hewlett-Packard. Het ergerde senatoren dat de bedrijven hun software in de VS maakten, maar de winsten deels in het buitenland konden boeken en daar konden afrekenen tegen absurd lage belastingtarieven. Absurd laag in Amerikaanse ogen, want in de VS is het winstbelastingtarief 35 procent (in Nederland 25 procent).

Het jaar daarop begon de commissie ook een onderzoek naar Apple, dat verschillende opmerkelijke feiten opleverde. Apple bleek in Ierland een apart dochterbedrijf gestationeerd te hebben dat eigenlijk nergens een thuisland had waar belasting kon worden geheven. Al langer was bekend dat Ierland, al dan niet met Nederland in de zogeheten Irish-Dutch sandwich, een cruciale schakel is om inkomsten uit westerse landen met hoge belastingtarieven door te sluizen naar een belastingparadijs. Deze of vergelijkbare fiscale routes kiezen bedrijven als Google en Uber ook. Zoals een hoogleraar tegen het Amerikaanse blad Fortune zei: in Silicon Valley is men niet alleen blij om technische innovaties met elkaar te delen, maar ook fiscale innovaties.

De senaatscommissie brandmerkte Apple als een belastingontduiker. In een hoorzitting probeerde Apple-topman Tim Cook zich vrij te pleiten: Apple betaalde eerlijk alle belastingen die zij moest betalen. De Apple-topman keek naar de belastingen die het bedrijf moest betalen ná de fiscale slimmigheidjes, maar de senatoren laakten juist die slimmigheidjes en zagen dat als een tekortschietende belastingmoraal.

De onthullingen over Apple in Ierland hebben geleid tot onderzoeken van de Europese Commissie. De vraag is nu hoeveel naheffing Apple moet betalen: 8 miljard dollar? 19 miljard dollar? Het bedrag is de inzet van politiek geruzie op het hoogste niveau tussen de Europese Commissie en de Amerikaanse regering.

2 Overheden in het defensief

De Europese Commissie deed na Apple in Ierland ook onderzoek in België, Luxemburg en Nederland. Met de resultaten daarvan zette de Commissie de overheden en nationale belastingdiensten in de hoek. Ze werken eigenlijk mee aan het bevoordelen van individuele bedrijven, is de conclusie. De Commissie oordeelt dan ook dat de overheden ongeoorloofde staatssteun hebben gegeven en een naheffing moeten opleggen. Maar daar schrikken overheden van. In plaats van het extra geld van de belastingplichtige aan te pakken, gaat bijvoorbeeld Nederland in beroep bij de Europese rechter.

De onderzoeken maken samen met onthullingen (Luxleaks, eind 2014) over de hemelse fiscale regelingen die Luxemburg biedt, ook pijnlijk duidelijk dat je als Europese multinational niet naar een exotisch belastingparadijs hoeft uit te wijken met (een deel van) je winst. Het kan ook om de hoek.

Een rapport deze week van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen naar de belastingen die Nederlandse bedrijven betalen, bevestigt dat beeld. Wie legaal zijn belastingen wil drukken, kan terecht in België, Ierland, Luxemburg, Zwitserland én Nederland zelf. Naast Singapore en Hongkong, overigens.

3 Overheden als hervormer

Op 19 juli 2013 zet de G20 van de rijkste landen een historische stap. Het uitgewerkte actieplan van de OESO met 15 suggesties tegen belastingontwijking krijgt groen licht. De wereldleiders, bijeen in Moskou, zijn enthousiast. Bijvoorbeeld over het belasten van vermogen dat is weggestopt in belastingparadijzen. En over het beëindigen van fiscale sluiproutes en trucs. De G20 belooft dat er samen met de OESO binnen 18 tot 24 maanden concrete maatregelen liggen waarmee landen aan de slag kunnen. Dat tijdschema is gehaald.

Maar daarmee begint ook het schipperen: elk land wil toch graag zoveel mogelijk van zijn eigen regelingen redden ten behoeve van zijn bedrijfsleven en van zijn aantrekkingskracht als vestigingsplaats voor internationale bedrijven.

4 Overheden als politieagent

Fiscale voordeeltjes afpakken van bedrijven vinden overheden niet leuk. Maar wie kan bezwaar hebben tegen gedetailleerde gegevensuitwisseling tussen belastingdiensten, hard onderhandelen met grote concerns en opsporing van fiscale criminaliteit? De Britten hebben een naheffing van Google afgedwongen. Meteen volgde kritiek: het is nog steeds te weinig.

Nederland wisselt informatie uit met andere belastingdiensten over fiscale afspraken met buitenlandse multinationals. Zo weten de buitenlandse diensten welke regels hier overeengekomen zijn. Zwartspaarders worden vervolgd. Het toezicht op trustkantoren, die brievenbusmaatschappijen beheren, wordt strenger.

De Panama Papers en de media-aandacht voeden nu het maatschappelijk klimaat met nieuwe voorbeelden van verwerpelijk fiscaal gedrag. Verklaarde tegenpolen hebben opeens dezelfde mening. Mediamagnaat Rupert Murdoch, die de macht van de Britse drukkersvakbonden brak, schreef eerder dit jaar op Twitter: „Mondiaal werkende technologiebedrijven maken enorme winsten, maar sturen dat naar belastingparadijzen. Tenzij dat wordt gestopt, ruïneren zij lokale bedrijven die wél belasting betalen.”

Leo Hartveld van het dagelijks bestuur van de FNV, de opdrachtgever van het Somo-belastingenrapport, dat deze week verscheen, zei deze week in een begeleidend persbericht: „Elke cent die bedrijven hierdoor extra winst maken is feitelijk diefstal van de maatschappij. Burgers en mkb-bedrijven betalen hierdoor honderden euro’s extra belasting.”