Column

Leugens

Zelf zegde ik mijn vertrouwen in minister Ard van der Steur al eind vorige maand op, toen twee journalisten van NRC hem op een keiharde leugen betrapten. Dat zat zo: Van der Steur had tientallen Leidse studenten in zijn kasteelappartement laten klussen – voor niks, het hoorde bij de ontgroening. Handig, en weer eens iets anders dan de gebruikelijke vernedering met sleetse corporale rituelen. Maar Van der Steur kende zijn verantwoordelijkheid: „Ik ben ermee opgehouden toen ik docent was, want ik vond dat dat niet meer paste in de onderlinge relatie.” Toen hij daarna werd geconfronteerd met getuigenissen dat het gratis laten klussen door zijn eigen studenten gewoon doorging, stamelde hij: „Dat kan.”

Daarna: „Het was gewoon gezellig.”

In dat laatste zinnetje ligt een wereldbeeld besloten. Mores in plaats van moraal, clubgeest in plaats van klootjesvolk – de wereld van ons-kent-ons, van een voortreffelijke sigaar, een mooi glas wijn en wat het leven verder nog aan stoute genoegens te bieden heeft.

Ik gun het de man. Zelf kan ik alleen maar dromen van Leidse studenten die bij mij gratis en voor niks de badkamer komen verbouwen. En daarna „gewoon gezellig” wat blijven hangen.

Alleen moet hij niet zo liegen.

Want als een politicus over zoiets onbenulligs al met een stalen gezicht leugens verkondigt, waarom zou je hem verder dan nog geloven? De affaire-Maat, de Teeven-deal, het kwijtgemaakte bonnetje en de vermeende doofpot – die kwesties zijn tot daaraan toe, maar het gaat er vooral om wat ze blootleggen. Het gaat om een patroon van halve en hele onwaarheden, van gesjoemel met ongewenste feiten en onmachtig afgeschermd eigenbelang. Het ministerie van Van der Steur lijkt geheel en al van die geest doortrokken. Dan helpt het niet wanneer de minister zelf zichtbaar uit hetzelfde hout gesneden is.

„Het was gewoon gezellig.”

Vanuit de politiek, vooral door ex-politici die na een politieke loopbaan veilig op het pluche van de Nederlandse bestuurscultuur terecht zijn gekomen, wordt chic met het hoofd geschud over het hoge afbreukrisico in de politiek – een misstap, heet het, en de media stormen als een roedel kwijlende bloedhonden op je af. Iets meer waardering graag! De ontketende burger eist het onmogelijke – totale zorgzaamheid, totale veiligheid – en de populisten exploiteren dat verlangen en de media jagen het aan. Wie struikelt dan niet?

Zou het? In het laatste debat over het verbluffende gebrek aan daadkracht van Van der Steur werd deze argumentatie ook ingezet – een minister, zijn ministerie, de veiligheidsdiensten kunnen nog zo hun best doen, er kan altijd iets misgaan, er kan altijd iemand doorheen glippen. Laten we vooral nog beter ons best doen, beter samenwerken. Weer een minister wegsturen heeft geen zin. Die verbeten afrekencultuur levert niets op, toch? Laten we terrorisme bestrijden.

Te gemakkelijk. Het gebrek aan geloofwaardigheid van een politicus als Van der Steur is juist wel een groot probleem. Pijnlijk is, denk ik, niet dat hij geen goede minister is, maar dat hij überhaupt minister heeft kunnen worden. Hij staat nergens voor.

Ik denk dat het gebrek aan vertrouwen in de politiek op dit moment meer mensen uit hun slaap houdt dan de angst voor terrorisme. Je kunt ontzet zijn dat het referendum van woensdag niet of nauwelijks over het associatieverdrag met Oekraïne ging en dat een paar miljoen stemmers hun „nee” hebben geroepen tegen de politiek als zodanig. Kwalijk, en triest voor de Oekraïners – maar legt het juist niet de kern van het probleem bloot? Is heel die sfeer van afdekken en indekken, dat klimaat van loze beloften en verdraaiingen enkel een hersenspinsel van de wrokkige, paranoïde burger die de gevolgen van de globalisering niet aankan?

Bijvoorbeeld: als een politicus van een regeringspartij verklaart dat het associatieverdrag een standaardverdrag is, zoals ook met een land als Chili werd afgesloten, wat gelogen is, gezien de geopolitieke betekenis van Oekraïne – waarom zou je hem dan nog geloven wanneer hij verklaart dat lidmaatschap van de EU uitgesloten is? Ook al is dat wel waar?

Misschien heeft het geen zin om Ard van der Steur naar huis te sturen – niet omdat we beter terrorisme kunnen gaan bestrijden, maar omdat hij een symptoom is, een product van een bestuurscultuur die verbazingwekkend hardleers blijkt. Daar mag van mij hard mee worden afgerekend.