Kijken in de ziel van een voetballer

‘Prestatiecoach’ Joost Leenders begeleidt zo’n twintig spelers, onder wie Mitchell Dijks (Ajax) en Nacer Barazite (FC Utrecht). „Je voelt dit, maar wat is er echt aan de hand?”

Voor Mitchell Dijks (23) hoefde het niet meer zo, profvoetbal. Toen Ajax hem in augustus 2014 voor de tweede keer in een jaar afwees, knakte er iets. „Mijn zelfvertrouwen was helemaal weg.” Na zijn jaar op huurbasis bij Heerenveen, waar hij binnen zes weken twee keer van het veld gestuurd werd, was Ajax weer niet overtuigd. Te druistig, te geforceerd met dat grote lijf van hem. „Allemaal dingen in mijn leven waren niet stabiel”, zegt hij. „Twee keer rood, dat zegt wel genoeg.”

Kijk hem nu zitten aan tafel in de kantine van trainingscomplex De Toekomst. Big smile, ogen vol levenslust. Via Willem II van trainer Jurgen Streppel knokte hij zich terug tot onbetwiste linksback van Ajax en – afgelopen maand – de voorselectie van Oranje.

Nog steeds dat grote lijf van hem, maar nu helemaal in balans. Lichamelijk door zijn yoga-instructeur en een personal trainer, geestelijk dankzij familie, zijn vriendin, zijn „echte vrienden”, zijn zaakwaarnemer. En last but not least: Joost Leenders, ‘prestatiecoach’ en vertrouwenspersoon van vele voetballers.

Dit verhaal gaat over hem. Samen met compagnon Marco Hoogerland van De Talentenacademie begeleidt Leenders tientallen profvoetballers in de omgang met druk, aandacht, teleurstelling. Dijks kwam bij Willem II in contact met Leenders. „Streppel vroeg of ik weleens had gehoord van een mental coach, dat leek hem wel wat voor me”, zegt Dijks. „Ik ben vrij open, we doken meteen diep in mijn verleden.”

Leenders wees Dijks op ‘vaste patronen’ die hem niet hielpen. Afleiding, gedoe. „Ik was niet stabiel. Was veel met meiden bezig. Joost zei: doe die telefoon eens een dag uit, ga eens met een vriend naar de bios.” Dijks zat „in de knoop” met zijn vader, met wie hij geen contact heeft. „Als ik aan hem dacht in het veld werd ik agressief. Ik dacht dat dat mij prikkelde, maar het was het tegenovergestelde. Ik verkrampte. Daar ben ik met Joost aan gaan werken, nu draag ik dat niet meer zo mee.”

‘Even appen’

Joost Leenders vestigde zijn naam in het voetbal met de begeleiding van het grillige PSV-talent Memphis Depay, die hij nu bij Manchester United nog steeds regelmatig opzoekt. Depay, eveneens geen contact meer met zijn vader, noemde Leenders ooit „een vaderfiguur”. Wat dan weer reden was voor tabloid The Sun om aan te bellen bij de voordeur van Leenders. Die bleef – uiteraard – dicht, zegt Leenders.

Aan de muur in het kantoor bij sporthal De Maaspoort in Den Bosch hangen ingelijste shirts van spelers die De Talentenacademie begeleidt. De meesten maken er geen geheim van: Daryl Janmaat, Terence Kongolo, Marten de Roon, Jeroen Zoet, Oussama Tannane – om er een aantal te noemen. Eéns per maand vliegt Leenders naar Istanbul voor de in Nederland opgegroeide Turkse international Oguzhan Özyakup. „Vaak is het ook gewoon even appen, bellen. Net hoe het uitkomt.”

Leenders is „directief” bij de één, bij de ander is het vooral vragen stellen. Hij werkt met egocentrische jongens met aangeboren eerzucht, maar ook de dienstbare profs die zichzelf wegcijferen. „Alleen spelers zonder ambitie kan ik niet helpen. Het begint met wat je wil bereiken. Waar wil je staan over vijf jaar?”

Voor Dijks is dat de top van de Premier League. „Joost zei: dan moet je zo trainen. En ook als je 4-0 voorstaat, denk daaraan. Of hij stuurt voor de wedstrijd even een zinnetje: ‘Mitch, je bent de meest dreigende back die er is. Aanvallend vijf voorzetten, verdedigend iedereen uitschakelen.’ Dat prikkelt me toch.”

Knetterhard en kwetsbaar

Nieuwsgierig naar zijn werkwijze stelde deze krant voor om er eens bij te zitten als Leenders met een speler praat. Maar hij past voor „een toneelstukje”. Hij spreekt niet over zijn cliënten en hun gesprekken – „dat moeten ze zelf maar doen”.

Toch maakt Leenders voor één speler een uitzondering, wegens zijn geringe profiel: Damjan Djokovic. Bekende achternaam, onbekende speler bij GFC Ajaccio in de Franse Ligue 1. Leenders begeleidt Djokovic (25) al vanaf de Sparta-jeugd. Na een enkelbreuk en afwijzing bij Sparta begon een onorthodoxe voetballoopbaan. „Hij ging door waar 99 procent afhaakt”, zegt Leenders. „Knetterhard voor zichzelf, anders hield hij het niet vol, en tegelijkertijd toont hij kwetsbaarheid door aan de bel te trekken als hij ergens mee zit.”

Leenders’ telefoon gaat, Djokovic aan de lijn. Leenders: „Yo. He, kan je op FaceTime?” Vanuit zijn appartement in Ajaccio vertelt Djokovic hoe hij via Slowakije en Kroatië opklom naar de Italiaanse Serie A met Cesena en via FC Cluj in Roemenië op Corsica belandde.

Djokovic: „Ik wist niet wat zo iemand als Joost me te bieden had, maar ik had als tiener wel dingen waar ik mee zat. Ik zat overdag op het vwo waar ik leerde over, ik noem maar iets, Napoleon of de Franse revolutie. En ’s avonds zat ik in de kleedkamer van Sparta, ging het over lekkere wijven. Ik kon dat moeilijk samenbrengen.”

Leenders. „Hij is meer denker dan in voetbal goed voor je is. Damjan zoekt verklaringen voor wat er om hem heen gebeurt. Ik probeer hem duidelijk te maken dat niet alles een verklaring nodig heeft.”

Ruzie

Djokovic: „Ik had in Roemenië bij FC Cluj steeds ruzie met de trainer. Dus Joost vroeg daar naar: wat gebeurt er dan? Wat zeg je dan? Ik kan vrij dominant kijken,dat kan arrogant overkomen. Joost weet dat.”

Leenders: „Dus waarom probeer je hem gewoon eens niet aan te kijken. Betekent niet dat je onderdanig doet, maar wel dat je er even slimmer bij gaat zitten. Zo’n trainer heeft geen tijd om het aan iedere wijsneus apart uit te leggen.”

Djokovic: „Je moet in voetbal soms politiek bedrijven. Kontenlikken.”

Leenders: „Ik noem het: de situatie lezen. Spelers zitten met emotie in een situatie, door vragen te stellen breng ik ze terug in de realiteit. Je voelt dit, maar wat is er echt aan de hand?”

Djokovic: „Hier bij Ajaccio moeten we gewoon naar de gym met mensen die na hun werk nog even komen fitnessen. Dan denk ik: is dit nu een stap vooruit? Ik ben wel wat gewend hoor. Ik wacht nog steeds op salaris uit Roemenië, maar dat terzijde. Soms denk ik wel: waar gaat dit over?”

Leenders: „Ik probeer hem steeds naar zijn ambitie terug te brengen. Waarom zit bij Cluj? Waarom zit je nu op Corsica, waar deed je dat ook alweer voor? Twee dingen staan vast: de speler en zijn ambitie. Daaromheen kan alles veranderen: club, trainer, privéomstandigheden, blessures.”

Taboe

De Talentenacademie is in het Nederlands betaald voetbal in zijn soort de grootste. Leenders merkt dat het taboe op mental coaching slijt. De conservatieve garde dunt uit, al is het nog maar een paar jaar geleden dat een bekende voetbalfiguur, zonder hem ook maar aan te kijken, wegbeende toen Leenders werd voorgesteld als ‘mental coach’. „Echt, alsof ik lucht was.”

Maar ‘de voetballerij’ blijft een machowereld, zegt Nacer Barazite (25) van FC Utrecht. „Als je kenbaar maakt dat je op zoek bent naar zoiets of zo iemand, wordt dat toch gezien als zwakte. Daarom presenteert Joost zich zo niet, ziet zichzelf ook niet als therapeut ofzo. Ik bedoel: Memphis, toch wel een macho, zit al jaren bij hem. Dat zegt wel dat Joost de taal spreekt die bij voetballers aanslaat.”

In een skybox in stadion De Galgenwaard pakt Barazite een roerstaafje tussen duim en wijsvinger en beweegt er langzaam mee heen en weer. „Heb ik meegemaakt bij AS Monaco, zo’n gast die met een pen heen en weer gaat, beetje kijken naar je. Dat zweverige werkt niet bij mij. Joost is meer dan een vriend met veel wijsheid.”

Barazite, geboren in het Gelderse Huissen, was zeventien en had de wereld aan zijn voeten als begenadigd talent bij Arsenal. Maar bij zijn debuut in het eerste raakte zin schouder uit de kom. „In zo’n omgeving gaat de trein ook snel verder”, zegt hij. „Ik was daar alleen met mijn vader. Ik had niet iemand als Joost. En het is niet zo dat die belangrijke figuren daar zoals trainers en spelers dan even komen vragen hoe het gaat. Dat kan een jongen heel goed doen. Maar het is een harde business.”

Vorig seizoen, zijn eerste bij FC Utrecht, werd een teleurstelling. „Ik kwam hier bij Utrecht met goeie intenties, je wil je bewijzen, raak je wéér geblesseerd. Dan kom je in een neerwaartse spiraal, kom je te laat op training. Zes keer. Hoort niet, maar het gebeurt dan toch. Ik stond echt op de grens: kappen met voetbal of doorgaan? ”

Honderd procent

Maar „de knop ging om” ,zegt Barazite. Na gesprekken met zijn vrouw, met vrienden, met mensen bij de club. En Leenders dus, die bij FC Utrecht een paar uur per week ingehuurd wordt. Hij leeft nu naar de ‘honderd procent’-regel van Leenders. „Eerder kwam ik op de club, telefoon aan het oor, met mijn vrouw in gesprek. Dat is half half. Hij zei luister: stap je in de auto naar de club, dan is de focus honderd procent voetbal. Bij je gezin is het honderd procent gezin. Dus geen telefoon enzo. Ga je chillen met je matties, dan honderd procent chillen met je matties.”

Leenders vroeg hem eens: waarom moet jij ook slecht spelen als de rest slecht speelt? „Simpele vraag, ik denk daar dan over na”, zegt Barazite. „Inderdaad: waarom moet ik slecht spelen, als het team slecht speelt? Heb ik altijd mee gestruggeld, dat ik mee ging in die flow.”  Dat gaat nu beter, zegt hij. „Ik blijf die bal halen, initiatief nemen. Bij FC Twente verloren we laatst met 3-1. Vroeger zou ik helemaal ingezakt zijn, gewisseld worden enzo. Nu gaf ik nog een assist, had een penalty moeten krijgen. Niet dat ik dan na afloop zeg: ‘ik was wél goed’. Maar ik was wel goed.”

‘Kabouter Plop’

Barazite, praktiserend moslim, is met zijn baard een opvallende verschijning. „Langs het veld roepen ze ‘Kabouter Plop’, daar lach ik om.” Een paar maanden terug trok hij ongewild de aandacht toen na een gesprek met een Fox Sports-presentatrice duidelijk werd dat hij vrouwen geen hand geeft. In Voetbal Inside zei Johan Derksen dat hij dan maar voor de selectie van Islamitische Staat moest gaan spelen. PowNews kwam met cheerleaders naar de training van FC Utrecht.

Barazite wil er niet te veel over zeggen. „Het is nu gesust. Maar je kan nagaan dat heel Nederland dan over je valt. En dat dat de nodige concentratie en focus wegneemt van je prestaties. Joost belde me meteen, bereidde me voor op wat er zou komen: als er vragen gesteld worden, kan je het beste zo en zo reageren. Hij anticipeert, schetst scenario’s. Dat helpt, want soms overzie je zelf de situatie niet helemaal.”

Leenders oordeelt niet. Wel wijst hij spelers op consequenties van keuzes die ze maken, in een wereld waar de aandacht voor randzaken een gegeven is. De hoed die Memphis Depay droeg bij hotel Huis ter Duin? „Daar gaat dan de halve uitzending van Studio Voetbal over”, zegt Leenders. „Zo bizar is het tegenwoordig. Alles ligt onder een vergrootglas.”

Vergelijk dat eens met de ruimte voor fouten, de begeleiding, de traineeships in de top van het bedrijfsleven, zegt Leenders. „Maar van voetballers wordt verwacht dat ze er al op hun achttiende staan en zich verder foutloos door hun carrière bewegen. Jongens die van kindsaf vrijwel continu onder prestatiedruk staan: trainers, vaders, later media, supporters. Gek he, dat er dan weleens wat gebeurt? Die druk moet er ergens uit.”