Hij hoefde niet te reizen om veel te zien

Gianmaria Testa (1958-2016) had twee roepingen: de spoorwegen en de muziek. Hij koos pas voor de muziek toen zijn nachtdiensten op het station te zwaar werden.

De geliefde Italiaanse zanger Gianmaria Testa bij een optreden in Utrecht in 2008. Foto Andreas Terlaak

Het mooiste van vertrekkende treinen, vond stationschef Gianmaria Testa, waren de gezichten van de achterblijvers. Graag observeerde hij hen. De scheidende minnaars, de achterblijvende familie. Het station, daar leefde het. De gezichten bij het afscheid voedden zijn fantasie. En eigenlijk wilde hij méé met de passerende treinen die tussen Frankrijk en Italië reden.

Maar de Italiaanse zanger en componist was meer een stilstaande reiziger, die de beste reizen maakte in zijn hoofd. Hij hield van de roman De Zwarte Heuvel van Bruce Chatwin, vertelde hij eens aan deze krant, over tweelingbroers die hun hele leven op dezelfde berg wonen. Hij vond het verhaal even ‘intens’ als Chatwins reisverhalen. „Je ziet dat de inhoud van het leven overal is te vinden. Het is een kwestie van goed luisteren en om je heen kijken.”

Gianmaria Testa, eind vorige maand op 57-jarige leeftijd overleden, leefde lang een dubbelleven. Geboren in een familie van boeren in Cavallermaggiore, in de Noord-Italiaanse Piemonte, werkte hij zeker zeker vijfentwintig jaar als stationschef in het plaatsje Cuneo. Daarnaast schreef hij liedjes op de gitaar die hij zichzelf als kind had leren bespelen.

Toen hij in 2007 zijn stationsbaan opgaf omdat de nachtdiensten hem te zwaar werden, kon hij zich echt muzikant gaan noemen. Dat was al tien jaar na zijn in Frankrijk uitgebrachte eerste album, Montgolfières. Of die ommezwaai in zijn leven een juiste beslissing was, daar was Testa zijn hele leven nooit helemaal zeker van. „Mijn werk bij de treinen was simpel, maar wel nuttig”, stelde hij in 2008. Het beroep van muzikant diende volgens hem tot niets. „Daarom kan ik het gewoonweg niet als werk beschouwen.”

Zijn doorbraak in Italië was het album Lampo, waarna nog zes albums volgden. Net als streekgenoot Paolo Conte had Testa een donkerbruine stem met een aangename ruis erin. Op de grens van parlando en zang sprak en mopperde hij recht uit hart: poëtische mijmeringen op zachte, romantische melodieën in akoestische jazz, blues, tango en Italiaanse volksmuziek. Soms alleen met zijn gitaar, in andere liedjes ondersteund door musici van gewicht, van jazzbassist Enzo Pietropaoli tot jazztrompettist Paolo Fresu. Graag nam hij op met jazzmusici – „echte durfals in de muziek” die zijn muzikale emotie oppakten en transformeerden tot iets nieuws.

De liedjes van Testa waren melancholische observaties op microniveau. Zijn gevoel zat hoog, de liefde voor de medemens stond centraal. In zijn Al Mercato di Porta Palazzo baart een vluchteling zonder papieren een kind op een stadsplein. Hij omarmde ook het gewone leven in de stad. In Gli Amanti di Roma beschrijft hij hoe geliefden in Rome praten, lachen en elkaar aanraken tot in de ochtend. „Ik zoek naar de emotie in een liedje”, zei hij. „Het beeld van een mooie vrouw kan me al mijn gitaar doen pakken en de song komt als vanzelf.”

Met de jaren werden zijn teksten urgenter, maatschappelijker betrokken en daarmee nog indringender. Hoe anders dan de geparfumeerde boodschap van Paolo Conte. In 2006 bracht Testa Da Questa Parte Del Mare (Aan deze kant van de zee) uit. Zo’n tien jaar later is deze cd over migratie en ontheemdheid, in het bijzonder de vluchtelingenstroom in de Middellandse Zee, actueler dan ooit. Testa riep op tot meer menselijkheid. In Una Barca Scura (Een donkere boot) bezingt hij het droeve lot van verdronken migranten.

De liedjesschrijver leefde van dag tot dag. Per album tekende hij een platencontract. Dat zijn liedjes ook aansloegen buiten Italië – in Frankrijk, Portugal, België, Nederland, Canada – bleef hem verbazen. Hij gaf zelfs concerten in de prestigieuze concertzaal Olympia in Parijs. „Hoe verder ik reis, hoe meer het me raakt dat publiek komt luisteren, er niets van verstaat maar wel begrijpt”, zei hij daarover. Zijn bewonderaars bleven trouwe volgers. „Een artiest als Gianmaria Testa verzoent mij volledig met alle aspecten van Italië”, schreef muziekkenner en bewonderaar Leo Blokhuis eens in een reportage in het blad Jazzism. „Hij is lyrisch, maakt bedrieglijk liefelijke muziek, bromt, fluistert en schuurt en bezorgt me heimwee naar een plaats en tijd waar ik nooit ben geweest.”

Gianmaria Testa schreef ook songboeken en werkte veel met andere muzikanten, acteurs en schrijvers. Uit de samenwerking met de Italiaanse trompettist Enrico Rava werd de voorstelling Guarda Che Luna! (Kijk, die maan!) geboren. Hij was een vrije, onafhankelijke kunstenaar, maar bleef op het podium altijd wat onwennig.

Vorig jaar maakte de zanger, die getrouwd was en drie kinderen had, bekend dat hij een onbehandelbare tumor in zijn hersenen had. De dag van de begrafenis, in de kathedraal van zijn woonplaats Alba, werd uitgeroepen tot een dag van rouw.