Het volk zet de elite weer even op zijn plek

Opstandigheid is een eigenschap die de IJslanders overhielden aan de financiële crisis van 2008. De Panama Papers brachten de volkswoede weer naar boven.

De ambtswoning van de IJslandse president Olafur Ragnar Grimsson, in Reykjavik. Grimsson weigerde verkiezingen uit te schrijven toen de (inmiddels afgetreden) premier Sigmundur Gunnlaugsson dat vroeg. Foto David Keyton / AP

Het zou zó in het scenario passen van een duistere Scandinavische televisieserie. Toen zondag via de Panama Papers uitlekte dat premier Sigmundur Gunnlaugsson van IJsland en zijn vrouw geld verstopten op het Caraïbische eiland Tortola, ontstond er in de hoofdstad Reykjavik beroering.

Er waren grote protesten. Demonstranten eisten massaal het aftreden van de premier. Even leek het erop dat Gunnlaugsson zijn ontslag zou indienen, maar nog dezelfde dag ontkende hij dat van plan te zijn. Woensdag was er totale onduidelijkheid wie nou de regeringsleider was. Toen besloten de partijen van de centrum-rechtse coalitie na lang crisisberaad hun premier alsnog te laten vallen en over een half jaar nieuwe verkiezingen uit te schrijven.

Het speelde zich allemaal af in een waterkoud stadje waar betonnen huizenblokken afsteken tegen een schraal vulkaanlandschap aan de ene kant en besneeuwde bergen aan de andere. Nordic Noir, maar dan echt. „Als het een aflevering van Borgen was geweest”, zegt Huginn Thorsteinsson, een prominente IJslandse politiek adviseur van onder meer de voormalige minister van Financiën, „dan is het wel een aflevering waarbij de schrijvers totaal zijn doorgedraaid”.

Volgens de organisatoren waren er bij de grootste betoging op maandag 22.000 mensen. IJsland heeft 320.000 inwoners. Vertaald naar Nederlandse verhoudingen zouden er dan bijna 1,2 miljoen mensen op het Binnenhof staan demonsteren. Ook in de dagen na het vertrek van de premier stonden vele duizenden IJslanders met potten, pannen en toeters op het plein voor het kleine parlementsgebouw, dit keer om direct nieuwe verkiezingen te eisen, omdat ze de rest van de regering ook niet meer vertrouwen.

Volkswoede

Waarom komt IJsland wel in opstand en andere landen niet? Na de Panama Papers ontstak nergens een vergelijkbare volkswoede. Tijdens de bankencrisis na 2008, die IJsland hard trof, was het ook al een van de weinige landen waar bankiers daadwerkelijk in de cel belandden.

Maar wie een plein vol boze Vikingen verwacht, komt bedrogen uit. Demonstraties hebben hier iets gemoedelijks. Af en toe vliegt er een eitje of een flard skyr (een soort kwark) richting het parlementsgebouw, maar daarmee houdt het qua vandalisme wel op. Demonstranten bekladden hier een monument met stoepkrijt, niet met graffiti.

Er staan veel artsen, ingenieurs en architecten tussen de demonstranten. Iedereen geeft beleefd antwoord op vragen, in vlekkeloos Engels. „Onze politici verrijken zichzelf met dit soort belastingconstructies, terwijl onze kinderen moeite hebben om een fatsoenlijk huis te kopen”, zegt demonstrante Ran Johannsdottir. „Dat is oneerlijk.”

Oneerlijkheid is een woord dat veel demonstranten, oppositieleden en commentatoren gebruiken. „IJsland bestaat uit twee landen”, zegt Katrin Olafsdottir, socioloog aan de universiteit van Reykjavik. „Eén land dat netjes belasting betaalt en een ander land waarvoor blijkbaar andere regels gelden.”

In IJsland doet een onthulling over het stallen van geld in het buitenland extra pijn. Er gelden na de bankencrisis nog steeds beperkingen, waardoor IJslanders niet zomaar kapitaal mogen aanhouden in andere valuta. „Maar als het gaat om een financiële constructie in een belastingparadijs, mag het ineens wel”, zegt Katrin Jakobsdottir, leider van de Groenen, een van de grotere oppositiepartijen. „Dat is een reden voor de woede.”

Terwijl veel IJslanders het de laatste jaren financieel zwaar hadden en belastingverhogingen en bezuinigingen voor de kiezen kregen, zorgde de elite goed voor zichzelf – is het beeld. „Van bedrijven wisten we dat, maar nu blijken ook politici betrokken te zijn”, zegt Jakobsdottir. „Terwijl je toch van hen zou mogen verlangen dat ze hogere standaarden hebben, al helemaal als het gaat om belasting betalen.”

IJsland is, net als andere Scandinavische landen, egalitair, maar traditioneel wat rechtser. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Janteslöginn, de Wet van Jante, heet die maatschappelijke norm. Dat de elite die norm blijkbaar schendt, voedt de woede.

Een IJslandse nieuwszender bracht middenin de protesten nieuws naar buiten, dat de vrouw van de premier interesse had getoond in het maken van een privéruimtereis. Achteraf bleek het hele verhaal niet te kloppen, maar het bericht versterkte het beeld: deze politieke elite is blijkbaar totaal niet gewoon gebleven.

Wéér Landsbanki

Nog een andere open zenuw waar de onthullingen van de Panama Papers aan raken: allergie voor alles wat met de financiële sector te maken heeft. Een sleutelrol bij het optuigen van de financiële constructies blijkt weggelegd voor Landsbanki, dezelfde bank die verantwoordelijk was voor het faillissement van spaarbank Icesave. „Het is wéér Landsbanki, terwijl wij haar hebben moeten redden”, zegt socioloog Katrin Olafsdottir.

Veel mensen op straat zeggen trots te zijn op het protest. Het volk zet de elite even op zijn plek, is de sfeer. IJsland als het enige landje ter wereld dat zich krachtig verzet tegen de uitwassen van de financiële sector en de corrupte elite.

„Die houding is pas na 2008 ontstaan”, zegt politiek adviseur Thorsteinsson. „Daarvoor werd het volk juist verweten dat het nooit eens boos werd, dat het onverschillig was.” Opstandigheid hebben IJslanders zich pas recent aangeleerd. Kan dat ook in andere landen gebeuren?

Op zich lijkt de voedingsbodem voor de IJslandse woede ook elders aanwezig. Kijk alleen maar naar het Nederlandse succes van kritische boeken (Dit kan niet waar zijn van Joris Luyendijk) en toneelstukken over bankiers (De Prooi en De Verleiders), of van films als The Wolf of Wall Street en The Big Short – allemaal min of meer aanklachten tegen het financiële systeem. Ook in andere landen groeit de ongelijkheid en blijken prominenten genoemd te worden in de Panama Papers. Maar mensen blijven toch liever binnen boos dan dat ze de straat opgaan.

De trigger voor de woede was in IJsland dan ook sterker dan elders. De IJslandse elite komt meer voor in de Panama Papers dan die van andere landen. In totaal worden ruim 600 IJslanders genoemd in de documenten. „Afgezet tegen de omvang van de bevolking zijn wij wereldkampioen belastingconstructies in de Panama Papers”, zegt Jakobsdottir van de Groenen. Ook de huidige minister van Financiën blijkt gebruik te maken van een belastingparadijs voor zijn privévermogen.

Belangenverstrengeling

De premier had het bijzonder bont gemaakt: de financiële holding van zijn vrouw had een belang in bedrijven die nog geld tegoed hadden van IJslandse banken, terwijl de premier namens het land moest onderhandelen over gedeeltelijke kwijtschelding van die schulden. Belangenverstrengeling is nog niet bewezen, maar hij heeft de schijn tegen.

Wat ook niet helpt: de partij van de opgestapte premier was ook aan de macht toen de banken in het land ontspoorden. „Mensen in andere landen zouden zich moeten afvragen waarom zij niet zelf ook zo boos worden als IJslanders”, zegt politiek adviseur Thorsteinsson. „Het is net zo oneerlijk dat hun elite geld verstopt in belastingparadijzen en het op die manier onttrekt aan publieke middelen, aan scholen, ziekenhuizen, wegen.”

Er is overigens geen bewijs dat de IJslandse premier het bedrijf van zijn vrouw op Tortola gebruikte om belastingen te ontduiken. Gunnlaugsson zelf ontkent dat stellig. „Maar goed, waarom zou je ánders je geld verstoppen op Tortola”, verwoordt socioloog Katrin Olafsdottir het IJslandse cynisme.

Dat cynisme vertaalt zich in enorme winst in de peilingen voor de anarcho- liberale Piratenpartij, die in sommige polls reikt tot 40 procent van de stemmen. Zowel op het plein als daarbuiten klinken zorgen door over de geschiktheid van de politiek onervaren Piraten om een land te besturen.

„Hoe langer de politieke onrust duurt, hoe meer het land er last van krijgt”, zegt Frosti Olafsson, voorzitter van de IJslandse Kamer van Koophandel. „We moeten snel laten zien dat we een stabiel land zijn, anders verslechtert ons imago bij buitenlandse investeerders.”

Ondanks het aftreden van de premier duurt de onduidelijkheid over de politieke situatie voort. De regering wil zelf tot het najaar aanblijven, al nemen demonstranten daarmee geen genoegen. De Piratenpartij blijft olie op het vuur gooien door nieuwe eisen te stellen, de regeringscoalitie blijft steeds onhandig reageren. De protesten gaan elke dag na werktijd, stipt om vijf uur ’s middags door.

Het politieke drama gaat nog wel even duren, denkt demonstrante Gudrun Erlingsdottir. „Ik blijf in elk geval komen. Dat dat nuttig is hebben we wel geleerd in 2009.” Toen demonstreerden de IJslanders net zolang totdat de voltallige regering opstapte. „We kunnen het lang volhouden.”