Het beste theaterlied van het seizoen

Theater Welk lied verdient de zondag uit te reiken Annie M.G. Schmidt-prijs? Twee theaterrecensenten bespreken de zes genomineerde liedjes.

Voor het eerst in 24 jaar zijn er nominaties voor de Annie M.G. Schmidt-prijs, de prijs voor het beste Nederlandstalige theaterlied van het afgelopen seizoen (’14/’15). Ze moeten zichtbaar maken hoe rijk en breed het aanbod van theaterliedjes is. Met de vernieuwing werd bereikt dat de genomineerden zich konden presenteren bij RTL Late Night: een flinke stap vooruit voor een prijs die respectabel is, maar jaren nauwelijks weerklank had buiten de eigen kring.

Vorig jaar was dat al anders, toen het televisiegenieke duo Yentl en De Boer de prijs won, met het aanstekelijke ‘Ik heb een man gekend’. Gaat de winnaar van dit jaar, gekozen door een jury onder leiding van cabaretkenner Jacques Klöters, evenveel losmaken en een nieuw publiek bereiken? Dat is de vraag. „Deze jury is dol op Anton Pieck.”

Onze theaterrecensenten Ron Rijghard (RR) en Henk van Gelder (HvG) bespreken de zes genomineerde liedjes.

Jan Beuving en Daan van Eijk: Meisje

HvG: „Onbetwist het origineelste nummer. Noem het supertraditioneel cabaret, met een elegant melodietje en een vormvaste tekst die verrassingen biedt. Beuving is de zanger die de situatie schetst: „Ik zag een meisje huilen in de trein…” En dan vertaalt Van Eijk het beschrevene in natuurkundige termen. Zodat, bijvoorbeeld, de lyriek van de meisjestranen in het parlando wordt teruggebracht tot de wetenschappelijke werking van vloeistofmoleculen. Een eerdere Annie M.G. Schmidt-prijswinnaar als Kees Torn zou zich er niet voor schamen. Drs. P evenmin. Het noodt niet automatisch tot meezingen, maar is wel een toonbeeld van esprit.”

RR: „Beuving is dan ook een eerdere winnaar van de Annie M.G. Schmidt-prijs: Hij schreef het winnende lied van Angela Groothuizen in 2012.
„Beuving en Van Eijk zijn de mannelijke cabaretvariant van de Wiskundemeisjes. Leuke jongens, maar door de afwisseling van praten en zingen is dit meer een geinige sketch dan een lied. Na één keer luisteren ken je de pointe.”

Matroesjka: #Imalive

RR: „Dit lied is op zijn best als je de tekst leest. Aan het woord is een vluchteling die optimistische berichtjes naar huis stuurt over zijn reis naar Europa, via Lesbos en Hongarije: ‘Ik bid dat jullie snel ook deze kant op kunnen komen’. Verontrustend is dat er geen antwoord komt. Matroesjka vangt in dit actuele liedje de grootste tragedie van deze tijd, waar de blijmoedige samenzang en deinende melodie danig mee wringen.”

HvG: „De resonerende bassen geven in dit suggestieve nummer de toon aan, waarna de twee zangstemmen spannend omhoog gaan. Een stevige sound met een hyperactueel thema. Hooguit een beetje te karig in de uitwerking van de tekst. Wat mij betreft had het contrast tussen dat ene troostende zinnetje en de werkelijke situatie op Lesbos explicieter mogen schrijnen.”

RR: „Tja, die sound. Kiest er eens een act voor elektronische begeleiding en niet voor het zoveelste inwisselbare gitaarloopje, krijg je een afgekeurde track van Depeche Mode. Nota bene Herman van Veen pionierde dat seizoen met knisperende, eigentijdse elektronica op zijn album Kersvers. Klonk een stuk spannender.”

Kiki Schippers: Guus

HvG: „Haar geliefde heeft een ander, het is bijna onmogelijk een grotere gemeenplaats als onderwerp te kiezen. Daar komt bij dat het refrein niet van briljante vondsten aan elkaar hangt: ‘We zouden trouwen/ jij met mij/ nu sta je hier/ met een ander aan je zij’. Toch weet Schippers dit droeve relaas een paar keer op te schudden door iets onverwachts. In het liefdesverdrietgenre is het immers ongebruikelijk de rivale als ‘kuthoer’ te betitelen – zonder stemverheffing. In de debuutvoorstelling waarmee Schippers nu op tournee is, zitten betere liedjes.”

RR: „Na de bekendmaking van de nominaties twitterde Micha Wertheim: ‘Waarom heet het eigenlijk de Annie M.G. Schmidtprijs, en niet: ‘Prijs voor meest sentimentele retrocabaret liedje? Annie had toch smaak?’ Hier spreekt Wertheim als regisseur van Katinka Polderman, die in Polderman baart zorgen een handvol kwaadsappige, geestige liedjes bracht. Schippers wedijvert met Polderman in het schrijven van vileine teksten, maar Polderman klinkt met haar rafelige lofi-geluid en lijzige dictie een stuk ongemakkelijker. Om haar scabreuze ‘Ode aan Nick en Simon’ blijf je grinniken.”

HvG: „Grinniken? Luidkeels lachen! Iemand die ‘dwangrijm’ kan laten rijmen op ‘behanglijm’ zou eigenlijk dit jaar de Annie M.G. Schmidt-prijs moeten winnen.”

Louise Korthals: Kruisje

RR: „De hartverscheurende liedjes waren de grootste attractie van Zonder voorbehoud van Louise Korthals. Een van de emotionele voltreffers was ‘Kruisje’. Korthals roept de wanhoop en absurditeit op van de dood, en vraagt, even wanhopig en absurd, aan God om haar geliefde niet voortijdig tot zich te roepen. Beide keren dat ik de voorstelling zag had ik na afloop Korthals en pianist Erik Verwey die Annie M.G. Schmidt-prijs zo in hun handen gedrukt.”

HvG: „Kruisje is het meest dramatische nummer van de nominaties. Op dwingende toon richt Korthals zich tot een ‘reisleider’ bij de Styx, die van plan is haar geliefde mee te nemen. ‘Deze man, die hou ik liever hier’, zingt ze. En ook: ‘Hij mag niet naar binnen zonder mij’. Noem het een hartenkreet van de heftigste soort, waarbij het kruisje een knap gevonden dubbele betekenis krijgt. Maar misschien toch iets te gekunsteld om onmiddellijk doel te treffen.”

RR: „Dat gekunstelde is een studioversie (en die staat op de site van het festival). Het was even schrikken toen vorig jaar de cd van de voorstelling verscheen: gladgestreken producties, met gedragen en op effect gerichte vertolkingen, ontdaan van hun rauwheid en intensiteit. De hartenklop was eruit.”

Jan Rot: Stel dat het zou kunnen…

HvG: „Half pratend, half zingend zoekt Jan Rot antwoord op een vraag die een favoriet gezelschapsspelletje is: met wie – dood of levend – zou je nog wel eens een avondje aan tafel willen zitten? Rot loopt de grote namen langs, van Pavarotti tot Elvis (‘dat ie even voor je zingt’), maar komt tot dit antwoord: ‘Nee, geef me maar een uurtje met m’n eigen moeder’. Jammer dat die conclusie, in tegenstelling tot de onderkoelde coupletjes, opeens zo veel vocale pathetiek meekrijgt. Ik heb me wel laten charmeren door Rots weemoedige overwegingen, maar die refreinen zijn me net iets te huilerig. Wel een lekker deuntje, trouwens.”

RR: „Wat een kitscherige smartlap. Rot wenst zich nog een uurtje met zijn overleden ‘moe-oeder’. Voor die wens ben ik best gevoelig, maar als de prijs is dat ik dit nummer moet uitzitten, twijfel ik toch. Sorry mam.”

Joost Spijkers: Alle seizoenen

HvG: „Liefdesverdriet hoeft niet blijvend te zijn, suggereert Joost Spijkers, ‘als je alle seizoenen maar een keer hebt gehad’. Een poëtisch opsommingsnummer: de eerste vlokken op je jas, de eerste schaatsen op de plas – en als de zanger al die kentekenen van elk nieuw seizoen één keer heeft overleefd, komt het werkelijk wel weer goed. Het is sfeervol opgeschreven, maar echt verrassen doet dit liedje niet.”

RR: „Deze jury is dol op Anton Pieck. Dit lied klinkt als het in 2013 bekroonde Vinkeveen van Groothuizen. Dat had regels als: ‘Vinkeveen, volle maan. Ik maak sporen met mijn noren, die ik voor het eerst dit jaar heb aangedaan.’ Keuzes als deze onderstrepen de noodzaak van een frisse blik, die vernieuwing aanmoedigt.”

Ron Rijghard: „Het genre kan wel een impuls gebruiken. Maar deze nominaties zijn niet per se representatief voor het niveau van het theaterlied. Mijn keuze is ‘Kruisje’, live gebracht.”

Henk van Gelder: „Lastig kiezen. Er is er niet één die met kop en schouders boven de andere uitsteekt. Eigenlijk is alleen ‘Meisje’ puntgaaf, en nog grappig ook. Dat moet dus mijn favoriet zijn.”