Eerste hulp bij afleiding in de klas

Basisscholen schaffen hulpmiddelen aan om de concentratie te bevorderen. Maar misschien zitten kinderen gewoon te lang stil.

Leerlingen van de John F. Kennedyschool in Dordrecht. Naast oorkappen kopen scholen ook wiebelkussens, skippyballen en stressballetjes voor snel overprikkelde leerlingen.

Soms is het wel een gek gezicht; de helft van de leerlingen in de klas met een koptelefoon op – zo eentje zonder snoer, tegen geluid, die je bij de bouwmarkt koopt als je gaat klussen. „Maar het werkt goed”, vertelt leerkracht en locatieleider René de Wit. Kinderen kunnen zich even afsluiten en goed concentreren.

De Wit geeft les aan groep 7 en 8 van de John F. Kennedyschool, locatie Sterrenburg in Dordrecht. Vorig jaar experimenteerde een collega van hem met de gehoorbeschermers in de les. Dat was zo’n succes dat De Wit er vervolgens dertig aanschafte. Voor zijn school – die zestig leerlingen telt.

Op veel scholen in het land gebruiken leerlingen een gehoorbeschermer, zo blijkt uit tal van gesprekken met basisscholen. Het is onrustiger sinds er niet meer klassikaal wordt lesgegeven. Leerkrachten voorzien de klas van een instructie, dan moeten de kinderen aan de slag. Maar voor de leerlingen die het nog niet begrijpen, volgt nog meer uitleg. Terwijl de andere scholieren moeten doorwerken. En dan is het fijn als die even een koptelefoon kunnen opzetten.

Een van de hoofdleveranciers van de oorkap voor kinderen is het bedrijf CoolSafety. Mede-eigenaar Joost Rust vertelt dat hij vijf jaar geleden nog ongeveer vijftig kinderoorkappen per week verkocht. Nu bestellen onderwijsinstellingen zo’n 400 stuks per week online. En in het weekend gaan er circa 50 stuks over de digitale toonbank. „Dan zijn het vaak ouders die ze bestellen.”

De gehoorbeschermers zijn er in allerlei vrolijke kleuren en kosten 20 euro per stuk. Ze houden 25 tot 27 decibel tegen. „Dat is een flinke demping.”

Wiebelkussens

Niet alleen de oorkappen zijn populair op basisscholen. Ook wiebelkussens, skippyballen, stressballetjes, tangles (een soort kettingen waar je aan kunt friemelen of op kunt bijten) en uitklapbare bureaus, die eruitzien als stemhokjes, zie je steeds vaker in de klas. Allemaal materialen om de concentratie te bevorderen.

Is het zo slecht gesteld met de concentratie van leerlingen? Ja bij sommige wel, zegt leerkracht René de Wit. Hij staat al dertig jaar voor de klas. En „ook al heb ik geen wetenschappelijk bewijs”, hij weet zeker dat de kinderen van nu zich „een heel stuk minder” goed kunnen concentreren. Hij denkt dat het komt door televisie en tablets. Kinderen zitten uren achter een scherm te gamen en ze spelen te weinig buiten. „Zodoende hebben steeds meer scholieren te veel energie en kunnen ze in de les maar moeilijk stilzitten.”

Linda Humme, die 27 jaar voor de klas stond en sinds vijf jaar haar eigen onderwijs-ICT-bedrijf runt, ziet ook andere oorzaken. Op maandagochtend trof ze vaak leerlingen onderuitgezakt achter de tafeltjes aan, met een hand onder de kin. „Concentratie nul.” Vaak bleken de leerlingen te laat naar bed te zijn gegaan. „Mee naar feestjes van ouders of tot laat zitten gamen.” Humme denkt dat ouders niet streng genoeg zijn tegenwoordig. „Te weinig regels, te veel snoep, te drukke levens. Het is een combinatie van allerlei factoren die niet bijdragen aan een gezonde concentratie.”

Humme zette vaak een ‘energizer’ in; spelletjes om de concentratie te verhogen. „Dan liet ik scholieren even stampen, zwaaien en klappen bijvoorbeeld.” Dat hielp. Leerkracht René de Wit ziet ook dat bewegen effectief is. Hij pleit daarom voor 3 uur gym per week, door een goed opgeleide docent. „Een lijf heeft beweging nodig.”

Een gekke gedachte? Pedagogen Monique Thoonsen en Carmen Lamp vinden van niet. Zij schreven het boek Wiebelen en friemelen in de klas over waarom kinderen niet stil kunnen zitten of juist onderuitgezakt hangen en wat je er aan kunt doen. De twee leggen uit dat er kinderen zijn die snel overprikkeld of juist onderprikkeld zijn. In beide gevallen vertonen scholieren veelal storend gedrag, vertelt Carmen Lamp – die vroeger zelf voor de klas stond.

Het onderprikkelde kind kan er slaperig en slap bij hangen. En is tot niets bereid. Of het probeert juist prikkels op te doen en gaat bewegen, legt Monique Thoonsen uit – die ook fysiotherapeut is. Wiebelen op een stoel, een gum in stukjes breken, friemelen aan een mouw. „Zo probeert de leerling gefocust te blijven.”

En dan zijn er de overprikkelde kinderen. Deze leerlingen krijgen te veel indrukken binnen die ze niet kunnen verwerken. Dat uit zich meestal in stress, zegt Lamp. Maar dit zijn ook vaak de scholieren die een uitstapje naar het museum heel vervelend vinden; een nieuwe situatie met onbekende prikkels waar ze geen grip op hebben. Lamp: „Ze raken in paniek, zijn snel geïrriteerd. Of ze worden angstig en gaan huilen.”

Zachte kleuren

Voorheen zeiden mensen: deze leerlingen hebben vast ADHD of autisme. Maar ook zonder diagnose kun je met hulpmiddelen en simpele oefeningen goed het gedrag beïnvloeden, zegt Thoonsen. Neem de koptelefoons, goed voor een overprikkeld kind dat zich hiermee even kan afsluiten. Of het wiebelkussen voor de onderprikkelde leerling die zo gedwongen wordt om in beweging te blijven (want anders valt het kind van zijn stoel). Of de tangles, waar scholieren aan kunnen frunniken om te focussen of even stress kwijt te raken.

Maar, waarschuwen de pedagogen: gebruik de materialen niet te lang want gewenning neemt het effect weg. En zet een koptelefoon niet uren op, anders zijn kinderen geen geluid meer gewend en worden ze nóg gevoeliger voor prikkels, zegt Lamp. Zij en Thoonsen zijn een groot voorstander van meer bewegen tijdens de les, zonder hulpmiddelen. Even lekker uitrekken, stretchen of ademhalingsoefeningen doen. Er wordt véél te weinig bewogen, zeggen de pedagogen. „Terwijl bewegen zorgt voor een betere regulatie van de prikkels en dus goed is voor focus en concentratie.”

Op de John F. Kennedyschool in Dordrecht hebben ze niet alleen de koptelefoons om de concentratie te bevorderen. De school is voorzien van rustige zachte kleuren, vertelt leraar De Wit. De lokalen zijn opgeruimd, er hangen niet te veel werkjes aan de muur. „We willen niet te veel prikkels.” Lijnen op het schoolplein moeten de kinderen aanzetten tot spelletjes. „Voor wat extra beweging.”