Een eindeloze zee aan referenda

Als ik aan de Europese Unie denk, zie ik nog jaren van referenda voor me. De burger wil iets over de EU zeggen en zal iets over de EU zeggen. Linksom of rechtsom. We zagen het bij de organisatoren van het Nederlandse referendum van afgelopen woensdag. Eigenlijk wilden ze een referendum over de vraag of Nederland uit de EU moet, maar daarover konden ze geen referendum afdwingen. Dus organiseerden ze maar een referendum over het Associatieverdrag van de EU met Oekraïne. Bijna hetzelfde.

We zagen het in Griekenland. Toen het land gered moest worden door de EU, dreigde de regering een referendum uit te schrijven over de EU-hulp, die gepaard ging met pittige eisen. Aanvankelijk werden die oprispingen door de rest van Europa de kop in gedrukt. Maar uiteindelijk was er geen houden aan. We zagen het ook in het Verenigd Koninkrijk. David Cameron zag zich gedwongen een Brexit-referendum te beloven.

Zo zou het nog weleens veel vaker kunnen gaan. De EU komt steeds pregnanter in ons leven en roept daarom steeds pregnanter verzet op. De referenda zullen niet tegen te houden zijn. Referenda die politici uitschrijven omdat ze anders geen verkiezing winnen, of hun geloofwaardigheid kwijtraken, of omdat een land een referendumwet heeft, zoals Nederland. Telkens zal zo’n referendum de EU een paar maanden bezig houden. Er zal moord en brand worden geschreeuwd. Er zal tijd en geld aan worden besteed. Kan dat niet sneller en simpeler?

Waarom vragen we het in heel Europa niet in één heldere keer: wilt u lid blijven van de EU? Ja of nee. Een Europabreed referendum dat de eindeloze zee aan referenda overbodig maakt. Een preemptive strike. Zegt u het maar: in or out. Hebben we dat gehad. Kunnen we verder. Nog steeds blijkt uit peilingen dat de groep burgers die positief tegenover de Europese Unie staat veel groter is dan de groep die er negatief tegenover staat. Zo peilde het Sociaal en Cultureel Planbureau in het eerste kwartaal van dit jaar de stemming over de EU in Nederland: 21 procent van de Nederlanders vindt lidmaatschap geen goede zaak, 40 procent wel.

Toch is de uitslag van zo’n Europabrede peiling ongewis. De stemming over de EU en de steun voor de EU fluctueert nogal. Een kwartaal eerder vond een aanzienlijk grotere groep Nederlanders, 27 procent, lidmaatschap geen goede zaak. In 2008-2009 was dat nog maar 16 procent. En 31 procent van de Nederlanders neemt een neutrale positie in. Dat is nogal wat: wat gaan die stemmen? De vraag in-of-uit-de-EU lijkt simpel maar dat is hij niet. Wat stem je als je wel in de EU wil blijven, maar vindt dat die EU wel fundamenteel anders moet?

Een meerderheid van de Nederlanders vindt dat Den Haag teveel macht heeft overgedragen aan Europa, aldus weer het SCP. Zou een referendum dus niet veel meer moeten gaan over hoeveel Europa we willen? Of het soort Europa?

Kortom, een referendum over Europa lijkt simpel maar is het bepaald niet. En juist de onzekerheid die over zo’n Europabreed in-of-uit-referendum ontstaat is een probleem op zich. Het creëert immense onrust die als een donkere wolk boven de financiële markten en het economische verkeer hangt, en die de kans op politieke en economische brokken groot maakt.

Ik denk dus dat we moeten accepteren dat af en toe in een land de spanning over de EU zo hoog oploopt dat er een referendum volgt dat linksom of rechtsom over de EU gaat. En als we in Nederland om de haverklap referenda krijgen die eigenlijk gaan over de vraag of we lid moeten blijven van de EU, dan moeten we misschien de echte vraag maar eens een keer stellen.