De tranen van de wetenschap

Wat is waarheid? Wie in de medische wetenschappen de stap waagt van experiment naar toepassing in het ziekenhuis – toch een soort uur der waarheid – komt terecht in wat er de Vallei des Doods heet. De meeste ideeën sneuvelen bij herhaalde testen. Kunnen die eerste onderzoeken dan niet wat preciezer worden uitgevoerd?

Het is maar een van de vele toestanden die in deze special worden beschreven. In de biologie wordt goede sier gemaakt met veel te kleine resultaten. „Je weet 10 procent, en 90 procent schrijf je erbij”, smaalt een topwetenschapper. Later blijkt het natuurlijk niet te kloppen. Bij de psychologen heersen fikse ruzies nu flair van de onderzoeker ineens niet meer meetelt bij de betrouwbaarheid van het onderzoek. En in de sociologie is zelfs nog niet eens ruzie: bijna niemand doet er een onderzoek nog eens nauwkeurig over. (Maar de natuurkundigen kijken verbluft toe: daar heerst al 350 jaar strakke herhalingsdiscipline.)

Zo veel wetenschappers, zo veel onderzoeken, met – volgens Wereldbankcijfers – wereldwijd ongeveer een verdubbeling in publicaties tussen 1990 en 2010, de groei is sindsdien alleen maar groter geworden. Is dat dus allemaal ‘ook maar een mening?’

Welnee, voert Jan Sprenger aan – Duits wetenschapsfilosoof te Tilburg. Wetenschap is de best onderbouwde mening die we hebben. Maar het kan wel beter. Sprenger breekt de staf over statistische significantie, die vooral in de psychologie en biomedische wetenschappen erg belangrijk is geworden. Te belangrijk, vindt Sprenger, wie kijkt er nog naar de werkelijkheid zelf? Hij wil „met nieuwe theorieën en methoden, de realiteit dichter benaderen.” Maar ja, intussen wordt in de wetenschap de publicatiedruk langzaam hoger dan de werkelijkheidsdrang.

Wie wil weten hoe moeizaam wetenschap in de praktijk is, leze de reconstructie van een enthousiaste herhalingspoging van een bijzonder onderzoek naar vrouwen tranen. Overal misverstanden, tegenwerping en uiteindelijk: boze gezichten.