De industrieel die accountant werd

Wie wil nog martelaar zijn voor de industrie als alleen in het belastingparadijs de Maagdeneilanden nog op hem wachten?

„Ik geloof niet dat er onder de huidige wetgeving enige reden is dat deze deal niet doorgaat.” Dat zei Ian Read, de topman van de Amerikaanse farmareus Pfizer begin februari toen hij de overname verdedigde door zijn bedrijf van Allergan – een in Ierland gevestigde concurrent.

Nu, twee maanden later, gaat de deal niet door. De regering-Obama greep in en maakte het voor Pfizer onmogelijk om de strategie door te voeren waar het het farmaconcern daadwerkelijk om ging. Dat was niet het bereiken van schaalgrootte om beter te concurreren. Of het bundelen van researchkracht om betere en winstgevende medicijnen te maken. Pfizers overname had maar één echt doel: het veilig stellen van zijn buitenlandse kaspositie van 128 miljard dollar. Door Allergan over te nemen en zo via een omweg Iers te worden, zou Pfizer dat geld grotendeels kunnen onttrekken aan de Amerikaanse fiscus. Creatief plan, maar wat heeft het met ondernemen te maken? Hint: misschien is het niet toevallig dat Pfizer-topman Read geen industrieel is, maar een accountant.

Nu hebben Amerikaanse bedrijven wel een beetje een punt. Anders dan Amerika’s imago wellicht suggereert, hebben de VS een van de hoogste tarieven voor de vennootschapsbelasting ter wereld: 35 procent. En als je de belasting die deelstaten hanteren daar bij optelt, kan dat nog een paar procentpunten verder oplopen. De belasting op in het buitenland behaalde en naar de VS teruggehaalde winsten is afgeleid van de vennootschapsbelasting. Vandaar dat veel Amerikaanse bedrijven die winst liever in het buitenland laten. En zo kan het gebeuren dat Apple, met 216 miljard dollar aan cash op vooral buitenlandse rekeningen, geld leent op de financiële markten in de VS.

Ooit concurreerden landen onderling met hun onderwijs, kennis, infrastructuur en ondernemingszin. Bedrijven concurreerden onderling met de kwaliteit en prijs van hun producten en diensten. Nu concurreren landen onderling vooral met hun belastingaanbiedingen. Bedrijven concurreren door daar van al hun rivalen het beste in te shoppen.

Afgezien van de VS is in de rest van de wereld de race naar de bodem in volle gang. Het gemiddelde tarief voor de vennootschapsbelasting daalde wereldwijd in de afgelopen tien jaar van 27,5 procent naar 23,9 procent, stelt adviesbureau KPMG.

In Nederland is het tarief inmiddels gedaald naar 25 procent. Dat hakt in de inkomsten van de staat, die elders moeten worden aangezuiverd. De vennootschapsbelasting bedroeg, op de piek in 1997, 18 procent van de totale belastinginkomsten van de Nederlandse staat. Op dit moment is dat nog maar de helft. Zowel de inkomstenbelasting als de btw zijn sindsdien, als percentage van de totale belastinginkomsten, juist gestegen. Het is vaker gezegd: belasting wordt steeds meer betaald door de mensen die hier niet weg kunnen.

De deze week naar buiten gebrachte Panama Papers leggen een internationale industrie bloot die degenen helpt die wel willen en kunnen ontsnappen. Hoe groot deze wereldwijde bedrijfstak is, daar kan alleen maar naar worden gegist. Wel is duidelijk dat de moderne economie er alweer een stapje verder mee is verwijderd van waar het allemaal mee begon: het simpel maken van goederen uit grondstoffen.

Hoe ver dat kan gaan werd de afgelopen weken geïllustreerd door de lotgevallen van de Britse staalindustrie – een ‘oer’-bedrijvigheid. De Indiase eigenaar Tata wil van zijn noodlijdende Britse staalfabrieken af, desnoods tegen nul pond. Een belangrijke oorzaak voor de verliesgevendheid van de industrie is een stortvloed aan Chinees staal dat op de wereldmarkt wordt gedumpt.

VS hebben allang anti-dumpingmaatregelen getroffen, waarbij extra tarieven op het Chinese staal worden toegepast. De EU deed dat niet. Zij wilde wel, maar het Verenigd Koninkrijk stemde tegen. De Britse regering was op dat moment druk bezig de ontluikende, en potentieel zeer lucratieve internationale handel in Chinese valuta’s naar Londen te halen en wilde Beijing kennelijk niet voor het hoofd stoten.

Zo werd, in wezen, de industrie geofferd aan de financiële dienstensector. Staal verloor van de City, want die laatste is lucratiever. De Panama Papers tonen dat het grote internationale netwerk van belastingroutes zich grotendeels bevindt in Britse ex-koloniën en huidige overzeese gebieden. Het schemergebied huist, ironisch, in het empire waar de zon nooit onder gaat.