Column

De hel

Bij de Hel van het Noorden denk je vooral aan uiteen geranselde tentenkampen in Calais. Aan industriële leegstand in Roubaix en omstreken. De laatste tijd ook aan Marine Le Pen, die het lokale bestuur heeft ingenomen met een programma ranzigheid.

Er is niets poëtisch aan het Franse noorden. Boeren die over holle veldwegen ploeteren hoor je nooit eens fluiten. Alom gekruisigde leegte en stilte.

Maar één zondag in het jaar wordt de Franse uithoek het decor voor passie en liefde, en derhalve voor roekeloosheid. Valpartijen, materiaalpech en andere malheuren geven Parijs-Roubaix het karakter van een feestelijke veldslag. Minnaars van oud ijzer krijgen vleugels.

Er is geen koers waar de elementen zo superieur zijn aan de mens. Wind op kop of in de rug bepaalt letterlijk het verloop van de wedstrijd. De renners hebben de keuze tussen stof en smurrie, tussen natte en droge kasseien. Ze dokkeren over opeenvolgende kasseistroken, onwetend over hoe lang armen en rug het nog zullen volhouden. Iedere morzel van hoekige bulten als botsauto.

Parijs-Roubaix is een foltering. De kasseien husselen de organen van het peloton door elkaar alsof het papiersnippers zijn. Deze klassieker verkeert in staat van oorlog met het menselijke lichaam. Ook topcoureurs rijden gesloopt de piste van Roubaix op. Eddy Planckaert zei het zo: „Je gaat morsdood in de laatste dertig kilometer. Zwart voor de ogen, benen afgesneden, lichaam als vuurbal.”

Toch zijn er specialisten die van deze klassieker hun paradepaardje hebben gemaakt. In een ver verleden waren dat Peter Post, Roger De Vlaeminck, Francesco Moser. Later overheerste de Italiaans-Belgische brigade van Mapei met Tom Boonen, Andrea Tafi, Johan Museeuw en Franco Ballerini. Liefhebbers van kasseien met slagtanden. Vandaag zijn alle ogen gericht op Peter Sagan en Sep Vanmarcke.

Parijs-Roubaix is aangekondigd als het laatste duel tussen de suprême kasseivreters Boonen en Cancellara. Als afscheid van een generatie dus. Het stemt mij weemoedig: wielrenners mogen niet oud worden.

Tom en Fabian zijn met de hand gemaakt om de Hel van het Noorden te temmen. Meervoudig gekroonde kampioenen in Roubaix voor wie dokkeren altijd zingen was. Overigens zijn veteranen onmisbaar voor een parcours dat als gevreesd gedrocht eeuwigheid zoekt. Zoals in een loopgravenoorlog.

Het mooiste zou zijn als Boonen en Cancellara hand in hand de piste van Roubaix binnenstormen en samen over de meet komen, zoals Museeuw, Tafi en Ballerini dat destijds ook deden. Ik wil niet kiezen tussen Fabian en Tom.

Parijs-Roubaix is geen wedstrijd voor gedrapeerde nationalisten. In de helletocht ontstaan andere identiteiten. Inwisselbaar. Carrefour de l’Arbre en het Bos van Wallers zijn vrijstaten. Kasseien met vlag zijn even treurig als een stier met regenhoedje.

De oud-winnaars Boonen en Cancellara zullen moeten afrekenen met Vanmarcke en Sagan. In het moderne wielrennen worden geen cadeautjes uitgedeeld. Roubaix is niet te koop. Het is geen sjacherkoers. Wat moet je met pecunia in de Hel?

Na de Ronde aast Sagan op de dubbel. En als de wereldkampioen iets in het hoofd heeft, breekt de hel los, weten we. Nederland heeft met Niki Terpstra en Maarten Tjallingii ook uitzonderlijke kasseivreters, maar de gunfactor voor Terpstra is troebel. De vierkante eigenheimer heeft de ploegmaats Zdenek Stybar en Tom Boonen iets te vaak voor de wielen gereden. Met demarrages buiten de afspraken om. Er is wantrouwen over zijn teamdiscipline.

Jammer want Terpstra zelf is half kassei geworden. Hij zweeft over de hoekige kinderkoppen alsof het dons is. De wielen zoenen en likken het miserabele gesteente. Aan het stugge pruimenmondje verandert niets.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.