Biologie: hijgerige claims

Stand van zaken In de biologie is er een grote sociale druk om werk van anderen niet te weerleggen. Je redt het alleen met nieuwe, spannende resultaten.

‘In mijn vakgebied zijn er papers uit Nature, Cell of Science, waarvan alle ervaren mensen in het vak weten: dit klopt niet.” Dat vertelt Hans Clevers, directeur van het Hubrecht Instituut in Utrecht en oud-president van de KNAW. „Maar zelden schrijft iemand dat expliciet op in een artikel. Dus soms komt er op een congres een promovendus van een afgelegen universiteit op me af, en die blijkt dan al jaren tevergeefs bezig om die publicatie te repliceren. Het is ontzettend inefficiënt.”

Biologen maken zich zorgen over de weinige, „zelfs negatieve” aandacht voor het repliceren van onderzoek, blijkt uit een rondgang. Trekvogelecoloog Raymond Klaassen van de Rijksuniversiteit Groningen wijt het aan het „hijgerige, op scoren gerichte wetenschapsklimaat”. „Vind je een afwijkend patroon in één bepaald jaar, dan zijn de mores om dat met veel kabaal zo hoog mogelijk te publiceren.” Stamcelbioloog Hans Clevers: „Je weet 10 procent, en 90 procent schrijf je erbij.”

Dat zorgt voor overtrokken claims, vinden ze. Clevers schat dat in zijn vak bij de helft van de publicaties binnen enkele jaren blijkt dat niet klopt wat in de titel staat.

In theorie is het in de biologie gemakkelijker dan in de psychologie om zulke overtrokken claims te weerleggen, want veel van het benodigde materiaal is voor iedereen beschikbaar. Cellijnen, stammen van proefdieren en -planten, DNA-databanken, grootschalige geografische bestanden voor ecologen.

Al dat materiaal kan de wetenschap snel vooruit helpen, en daarom is een deel van de onderzoekers wél positief over replicatie. Hoogleraar plantenziektenkunde Bart Thomma van de Wageningen Universiteit: „Als je publiceert, moet je je onderzoeksmateriaal beschikbaar stellen in openbare databases. Daarmee werken we allemaal door op de vindingen van onszelf en anderen. Het wordt doorgaans gauw genoeg duidelijk als er ergens ‘een haar in de boter’ zit.”

Maar volgens anderen is er een grote druk om al die gegevens níet te gebruiken om expliciet het werk van anderen te herhalen, of zelfs te weerleggen. Vakgenoten kunnen je na een non-replicatie gaan zien als iemand die „collega’s onderuit haalt”. En bij toptijdschriften zijn herhalingsexperimenten „slecht verkoopbaar”, dus eindigen ze vaak in een „schamel blad”, en zo verklein je als onderzoeker „je carrièrekansen”.

Hans Clevers vindt dat topbladen zichzelf zouden moeten verplichten om replicaties, ook mislukte, van hun artikelen te publiceren – als een aanvulling bij de oorspronkelijke paper, online en open-access. Trekvogelbioloog Klaassen hoopt dat replicatie een standaardeis wordt. Bij het toekennen van onderzoeksubsidies, en bij publicatie.