Alleen liefdevolle seks biedt soelaas

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

‘Wij, asielzoekers, uitgespuugd door de oorlog, we lijken op chemisch afval. Niemand wil ons, elk land scheept ons over of houdt ons tegen. Nee, we lijken er niet op, we zijn chemisch afval... In de tijd dat ik als asielzoeker in Europa doorbracht, had ik nooit het gevoel dat ik echt een mens ben’, zegt de romanschrijver van Iraakse afkomst Rodaan Al Galidi in een voorwoord bij de door Rop Zoutberg, NOS-correspondent in Rome, geredigeerde bundel De race naar het noorden [1]. Acht Nederlandse journalisten beschrijven in pijnlijk gedetailleerde scènes en gesprekken de situatie van vluchtelingen in diverse Europese landen. De radeloosheid giert door de bladzijden. Die van de vluchtelingen – zij krijgen een stem in hartverscheurende reportages. En die van instanties en regeringen: paniek alom over de ‘logistieke nachtmerrie’ van het asielbeleid.

Inperking van de humanitaire verdragsverplichtingen is volgens de aan Nederland gewijde bijdrage van Marcel ten Hooven een bedreiging van de rechtsstaat. In de meeste EU-landen laten de regeringen zich leiden door angst voor het rancuneuze populisme. De discussie gaat nu over de vraag of Turkije een ‘veilig derde land’ is – maar Sarah Venema herinnert eraan dat het Europese Hof voor de mensenrechten in 2011 oordeelde dat Griekenland zelf geen veilig land was voor vluchtelingen. De ellende verplaatst zich en het opinieklimaat wordt onverzoenlijker. Optimisme is ver weg in deze in hartenbloed gedrenkte bundel.

‘Ik walg van dat tuig dat de hele buurt verziekt’, zegt de naamloze ik-figuur over junkies die in de jaren tachtig de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt onveilig maakten. Ze wordt gecorrigeerd door haar alcoholische vriendin, want zo praat je niet over mensen. In Het loopt, het ademt, het leeft [2] maakt Helen Knopper invoelbaar hoe moeilijk het soms is om hooggestemde idealen over naastenliefde in praktijk te brengen.

In de jaren negentig schreef ze een indrukwekkende trilogie over het leven in de Nieuwmarktbuurt. Na twintig jaar zwijgen is ze terug met een gefictionaliseerd verslag van haar zestien jaar durende vriendschap met buurtgenoot Rosa Bonheur, genoemd naar een negentiende-eeuwse feministische Franse kunstenares, die de zelfkant prefereerde boven de brave burgerij. Knoppers Roos ging ten onder aan drank en drugs.

Niemand kon deze warmbloedige, erudiete vrouw die zelf zo begaan was met verschoppelingen, redden. In 1995 stierf ze, begin zestig, totaal verloederd en van God en iedereen verlaten. De vertelster in deze ‘biografie van een vriendschap’ voelt zich schuldig over haar machteloosheid: ‘Je kunt niets doen voor iemand die zijn leven willens en wetens tot de grond toe afbreekt.’ Pijnlijk herkenbaar, maar is het ook waar?

De twee New-Yorkse vriendinnen in Erica Jongs nieuwe roman Fear of Dying, ongelukkig vertaald als Het ritsloze naspel [3], zijn eveneens in de zestig, maar zij doen er alles aan om verloedering tegen te gaan. Onder het motto: ‘Zestig is het nieuwe veertig’ ondergaan ze facelifts, therapieën en ontwenningskuren om aantrekkelijk te blijven. Hoofdpersoon Vanessa Wonderman is weliswaar gelukkig in haar vierde huwelijk met een 82-jarige multimiljonair, maar ze verlangt naar ‘ritsloze nummers’ met onstuimige minnaars.

Vanessa’s hartsvriendin is schrijfster Isidora Wing, hoofdpersoon van Jongs beroemde erotische bestseller Fear of flying (Het ritsloze nummer) uit 1973. Ze waarschuwt Vanessa tegen de maniakken die ze via de site ‘ritsloos.com’ ontmoet.

Allerlei – prachtig beschreven – gebeurtenissen zoals het sterfbed van haar ouders, de bijna-dood van haar man en de geboorte van een kleinkind doen Vanessa inzien dat seksuele avontuurtjes geen soelaas bieden tegen doodsangst. Dat vermag alleen ware liefde en liefdevolle seks. Dus geen ritsloze nummertjes in deze roman, die niettemin even vitaal, intelligent en geestig is als Fear of flying.

Reisboek, biografie en zinnebeeld van de jaren zestig inéén: Deborah Davis rijdt in Andy Warhols Roadtrip [4] van New York naar Los Angeles over de veel bezongen Route 66, Warhol achterna. Het was 1963, de beginnend kunstenaar (die geen rijbewijs had) scheurde met drie kompanen in een zwarte Ford Falcon stationcar in ruim vier dagen dwars door Amerika. De meeste indruk maakten de als een diashow voorbij flitsende billboards. ‘Die glorieuze commercialiteit van Route 66 was in zijn ogen het beste dat de weg te bieden had en maakte dat hij blij was Amerikaan te zijn.’

De fantastische reclames voor drive-in-restaurants, reusachtige ijsjes, huizenhoge hotdogs en flitsende motelreclames brachten hem in extase. Het onthaal dat hij in Hollywood van de filmwereld kreeg, betekende zijn doorbraak als ‘koning van de pop art’.