Column

Zonder last

‘Helaas Ilja,’ schreef Xavier Baudet, een van de initiatiefnemers van het Oekraïnereferendum, gisteren op mijn Facebookpagina. „Het pakte iets beter uit. Toch mijn complimenten: jij en je geestverwanten hebben alles op alles gezet om de legitimiteit van dit referendum ter discussie te stellen. Als jullie de volgende keer nog iets beter je best doen zal een nieuw referendum de 30% niet halen, en hoef je niet bang te zijn dat jullie het podium moeten delen met een andere elite, of nog erger: het volk.”

Het is een misverstand dat dit referendum een feest was voor de democratie, dat de tegenstanders van het associatieverdrag het referendum hebben gewonnen en dat de uitslag van enige invloed moet zijn op het beleid. Deze drie misverstanden waarop Xavier Baudet, het zelfverklaarde boegbeeld van de andere elite, zijn triomfantelijke feeststemming baseert, verklaren waarom het onnodig is om de legitimiteit van het referendum ter discussie te stellen. Het is illegitiem. Het is zelfs ongrondwettelijk. Maar het grootste misverstand is dat het de bedoeling van democratie is om het volk een podium te bieden.

Oude Griekse denkers over staatsinrichting, zoals Aristoteles en Polybius, wijzen erop dat democratie, die zij positief beoordelen, kan omslaan in haar negatieve pendant, die zij ‘ochlocratie’ noemen. Dat is wat er ontstaat als het gemene volk aan de macht komt, het plebs begint zijn zin door te drijven op grond van zijn numerieke overwicht en demagogen op het podium klimmen om de minst geïnformeerde leden van de samenleving voor hun eigen belangen te mobiliseren. De dommen zijn altijd in de meerderheid en als zij op grond daarvan de macht opeisen, maakt het algemene belang plaats voor de waan van de dag. Dat is wat er in Nederland en elders op dit moment gebeurt. De schreeuwers krijgen de gelegenheid om de denkers te overstemmen. Dat zijn de krachten die populisten als Geert Wilders en Donald Trump uitbuiten voor hun eigen gewin.

Dat een bij uitstek populistisch forum als GeenStijl bij wijze van pubergrap een referendum weet af te dwingen over een zaak die de initiatiefnemers geen hol interesseert, is geen feest voor de democratie, maar een uitwas van ochlocratie. Het volk dat eergisteren daadwerkelijk heeft gestemd, is in de verste verten niet geïnformeerd, geschoold en gekwalificeerd genoeg om een verdragstekst van honderden pagina’s juridisch proza op haar merites te beoordelen. De uitslag zeg niets, ook als de voorstanders hadden gewonnen, omdat hij op grond van de verkeerde argumenten tot stand is gekomen.

En de voorstanders hebben gewonnen. Anders dan bij algemene verkiezingen, waar iemand die niet stemt geen keuze maakt uit tientallen alternatieven, is bij dit referendum een niet uitgebrachte stem een stem om het regeringsbeleid niet bij te sturen. Ongeveer twintig procent van alle kiesgerechtigden heeft tegen het verdrag gestemd. Dat is ongeveer de aanhang van de eurosceptische partijen PVV en SP. Tachtig procent stemt al dan niet stilzwijgend in met het verdrag.

Na dit raadgevende referendum is het woord nu aan het parlement. Politici zeggen braaf dat ze rekening zullen houden met de uitslag, waarmee ze de verkeerd geïnterpreteerde uitslag bedoelen die zegt dat ‘nee’ heeft gewonnen. Dit is ongrondwettelijk. Artikel 67 lid 3 van de Nederlandse Grondwet over de leden van de Staten-Generaal luidt: ‘De leden stemmen zonder last.’ De grondwet verbiedt het expliciet dat parlementariërs zich in hun stemgedrag laten sturen door derden.

Dit referendum dat nooit gehouden had mogen worden en dat is gewonnen door de voorstanders, moet zonder gevolgen blijven.