nrc.checkt: ‘Xtc-gebruikers zijn depressiever’

Dat zei biomedicus Tibor Brunt van het Trimbos-instituut op 26 maart in Het Parool. Nrc checkt de uitspraak.

Foto iStock

De aanleiding

Ter gelegenheid van het begin van de lente en het festivalseizoen sprak Het Parool met biomedicus Tibor Brunt van het Trimbos-instituut.

Brunt, die promoveerde op onderzoek naar xtc, zei in het interview: „Mensen die nu geregeld xtc gebruiken, zijn wat depressiever. Ze slapen slechter, denken vaker aan de dood en hebben minder zin in seks.”

Is dat zo? We checken of gebruikers van xtc depressiever zijn dan mensen die geen drugs gebruiken.

Waar is het op gebaseerd

Brunt baseert zich op diverse onderzoeken, zegt hij desgevraagd, zoals van de London Metropolitan University in 2003. Daar werden zeshonderd gebruikers van xtc, andere drugs en niet-gebruikers vragenlijsten voorgelegd: xtc-gebruikers bleken meer symptomen van depressie te hebben, zoals zelfmoordgedachten en minder plezier in het leven. Er zijn meer onderzoeken die dat aantonen, zegt Brunt. „Dat is ook niet zo raar, want xtc zorgt voor een tijdelijke verhoging van de stof serotonine. Als je daarmee rommelt krijg je automatisch te maken met depressie.”

En, klopt het?

Er zijn inderdaad meer onderzoeken te vinden die wijzen op een verband tussen xtc en depressiviteit, zoals – om er een te noemen – van Maartje de Win van het AMC uit 2005. Ook Cor de Jong, emeritus hoogleraar vindt een verband tussen depressiviteit en xtc logisch . „MDMA, de actieve stof in xtc, grijpt in in de gebieden waar depressiviteit vandaan komt.”

Hoogleraar verslavingszorg Wim van den Brink heeft wel een aanmerking. Het is niet duidelijk wat oorzaak is en wat gevolg, zegt hij. „Als je op één moment kijkt naar xtc-gebruikers hebben ze inderdaad meer symptomen van depressie, maar uit studies die mensen lange tijd volgen blijkt dat meer xtc-gebruik niet samenhangt met meer somberheid.” En nog iets: „Als je per keer veel xtc gebruikt ben je niet depressiever dan als je weinig xtc gebruikt, blijkt uit onderzoek.”

Hetzelfde geldt voor suïcidale gedachten: xtc-gebruikers hebben die meer maar of er een causaal verband is? Van den Brink: „Xtc-gebruikers doen zelfs meer suïcidepogingen. Het verband tussen drugs en deze gedachten is er ook bij cocaïne, heroïne, cannabis en alcohol.” De doodsgedachten zijn mogelijk eerder een reden om drugs te gebruiken dan het gevolg.

Dat xtc-gebruikers slechter slapen beaamt Van den Brink. Naar een verminderde libido is niet genoeg onderzoek gedaan om er iets zinnigs over te kunnen zeggen. Ook Brunt heeft daar geen bewijs bij: het hoort bij het algemene beeld van een depressie.

De lagere score van xtc-gebruikers zou overigens ook het bewijs van de ’dinsdagdip’ kunnen zijn: de sipheid van een paar dagen die volgt op een feestje met xtc. Brunt stelt dat de ‘xtc-kater’ bestaat en een rol zou kunnen spelen in de onderzoeken. Ook De Jong gelooft in de dip: „Als je op maandagochtend vraagt naar de stemming en xtc-gebruikers geven een drie en anderen een zes, dan zijn ze nog niet meteen depressief.”

Conclusie

Het klopt dat xtc-gebruikers meer kenmerken vertonen van depressiviteit, maar de impliciete conclusie van die uitspraak – xtc veroorzaakt depressiviteit – is niet aangetoond. Sterker, volgens de hoogleraren en Brunt neigen mensen met een voorgeschiedenis met depressie eerder naar xtc-gebruik dan anderen. We beoordelen de uitspraak als grotendeels waar.