Voorstander vs Voorstander

Na het Oekraïnereferendum is er tweespalt tussen de voorstanders. Was het wijs thuis te blijven? Een mailbattle tussen Daniel Schut („Ik wil geen homo economicus zijn”) en Jan Kuitenbrouwer („De thuisblijvers hebben gelijk.”)

Illustratie Kamagurka

Daniel Schut: „Wie voor is en thuisbleef verzaakte zijn democratische plicht.”

Jan Kuitenbrouwer: „Nee, als iemand dat gedaan heeft, zijn het de stemmers.”

Schut: „Pardon?”

Kuitenbrouwer: „Door te gaan stemmen hebben ze meegeholpen aan het uithollen van het kiesrecht. We hebben nu een cijfer, maar wat betekent het? 60-65% van de stemmers is boos over Europa en de vluchtelingen en de buitenlanders en de pyjamadagen en de hoge heren die hun zakken vullen. En 35-40% is voorstander van een associatieverdrag met Oekraïne. Tel uit je winst! 70% houdt van Frans Bauer en 30% is voor windmolens. 80% is tegen het Eigen Risico en 20% is voor een gokverbod. Ik wil best een keer via de stembus mijn algehele ongenoegen kenbaar maken, maar ik denk dat ik nog even wacht tot een referendum over het vetgehalte van yoghurt.”

Schut: „Maar door strategisch thuis te blijven heeft u als voorstander de tegenstemmers in de kaart gespeeld. De 30% is evengoed wel gehaald, alleen nu met een verhouding van stemmen die nog veel meer ten nadele van het associatieverdrag met Oekraïne is uitgevallen.”

Kuitenbrouwer: „Door te stemmen heeft u juist een uitslag ‘geldig’ gemaakt die u niet wilt.”

Schut: „Die 30%-regel is irrelevant en had geen deel mogen uitmaken van het raadgevend referendum. Zelfs een opkomst lager dan 30% is een bruikbaar politiek signaal. Verder vind ik dat ik als burger gewoon eerlijk moet kunnen stemmen, op basis van mijn mening, niet op basis van strategische rekentrucs. Als enkele kiezer kun je de opkomst niet voorspellen. Bovendien, de peilingen gaven allang aan dat de 30% wel gehaald zou worden. Maar het allerbelangrijkste: wat voor een burger wil je zijn? Wil je verworden tot een homo economicus die op basis van maar half begrepen speltheoretische analyses zijn stem verspeelt, of wil je een burger zijn die gewoon doet wat hij moet doen in een democratie: z’n mening geven als daarom gevraagd wordt?”

Kuitenbrouwer: „Die 30%-regel irrelevant? Het halen van de opkomstdrempel was het enige dat er echt toe deed bij dit referendum.”

Schut: „Wilt u soms beweren dat het referendum als instrument onzinnig is?”

Kuitenbrouwer: „Nee, maar een niet bindend raadgevend referendum wel. Dit referendum is op zichzelf een perfecte illustratie van de verwording van onze politiek. Voor een echt grote-mensenreferendum is een grondwetswijziging nodig, dat duurt jaren en daar zijn we te ongeduldig voor, daarvoor zitten we te kort in de politiek en moeten we nog te veel doelpunten maken, en dus maken we nog deze Kamerperiode een speelgoedreferendum, een trapauto waar je in de gang mee op en neer kan rijden, maar niet de weg mee op mag. En inderdaad, next thing you know: wij mogen naar de stembus voor de publiciteitsstunt van een weblog met oplageproblemen. Tel uit je democratische winst.”

Schut: „Aha, nu komen we bij de kern van de zaak: thuisblijver Jan Kuitenbrouwer is tegen een raadgevend referendum, maar is weer wel voor een bindend referendum? Als u écht gelooft dat de 60% tegenstemmers om allerlei domme redenen hebben gestemd, dan kunt u toch niet vóór een bindend referendum zijn?”

Kuitenbrouwer: „Zucht. Ik zal je eerlijk zeggen: in het huidige politieke klimaat in Nederland misschien toch liever niet. Kijk, Zwitserland heeft daar al eeuwen ervaring mee, daar wordt op een volwassen wijze met het middel omgegaan, daar is ook weinig conservatief rechts of links populisme, en ze hebben geen last van Europa, zoals wij wel, ook in dit geval. Als je anno 2016 in Nederland een laagdrempelig, bindend referendum invoert, roep je wel wat over jezelf af, vermoed ik. Directe democratie, het klinkt leuk, maar ja, dat klonk ‘marktwerking in de zorg’ ook. Be careful what you wish for.