Verbruggen is klaar voor juridische strijd

Erelid IOC is boos en wil dat Dick Pound zich verantwoordt voor laster.

Hein Verbruggen

Zijn jarenlange opgekropte ergernis over het zijns inziens disfunctioneren van het wereldantidopingbureau WADA heeft Hein Verbruggen omgezet in een aanklacht tegen voormalig voorzitter Dick Pound en directeur David Howman bij de ethische commissie van het Internationaal Olympisch Comité (IOC).

Voorzitter Craig Reedie van WADA heeft woedend gereageerd en eist dat het Nederlandse erelid van het IOC zijn aantijgingen intrekt. Maar dat zal niet gebeuren, zegt Verbruggen in een telefonische reactie. „Als het hem niet bevalt, moet Creedie maar naar de rechter stappen. Graag zelfs.”

Verbruggen leeft al jaren in onmin met het IOC-lid Pound. De ruzie stamt uit de tijd dat de Nederlander voorzitter was van de internationale wielerfederatie UCI. Pound verweet Verbruggen destijds weinig te hebben gedaan tegen grootschalig dopinggebruik. Hij beschuldigde Verbruggen er bovendien van vele dopingzaken te hebben toegedekt en met name Lance Armstrong in bescherming te hebben genomen. Laster waarvoor Pound zich maar eens moet verantwoorden, vindt het IOC-erelid.

De 74-jarige Verbruggen voelt zich gesteund door een onderzoekscommissie van de UCI naar de zaak-Armstrong. „Het is in mijn ogen een anti-Verbruggen-rapport geworden, maar er staat glashelder in dat ik, noch mijn opvolger Pat McQuaid, medeplichtig ben geweest aan dopinggebruik in het wielrennen en al helemaal niet schuldig zijn aan corruptie.”

De aanklacht bij de ethische commissie heeft volgens Verbruggen zo lang op zich laten wachten, omdat hij eerst juridische grondslag voor die stap wilde hebben. Hij heeft juristen ingeschakeld en een dossier opgebouwd. Hij denkt nu genoeg munitie te hebben om Pound en diens steun en toeverlaat Howman aan te pakken. Verbruggen: „Ik wil mijn naam gezuiverd hebben. En ik wil dat Pound stopt met zijn laster, zoals enige maanden geleden weer in een interview met De Telegraaf. Het wordt tijd dat een onafhankelijke commissie oordeelt of Pound en Howman hebben gediscrimineerd.”

Dubbelhartigheid

Verbruggen op zijn beurt verwijt Pound dubbelhartigheid. Wel gif uitspuwen over de wielersport, die volgens de voormalige WADA-voorzitter verziekt is van de doping, maar geen actie ondernemen tegen soortgelijke misstanden in andere sporten.

De manier waarop WADA heeft gehandeld in de Russische atletiekaffaire is volgens hem daarvan een schrijnend voorbeeld. De klokkenluiders die de Duitse onderzoeksjournalist Hajo Seppelt op het spoor van structureel dopinggebruik in Rusland hebben gezet, hadden eerst WADA ingelicht. „En wat heeft WADA ermee gedaan?” vraagt Verbruggen retorisch. „Niets.”

Hij neemt het WADA kwalijk dat na de onthullingen van Seppelt een eigen, onafhankelijke onderzoekscommissie onder voorzitterschap van Pound is ingesteld. Verbruggen smalend: „Hoezo onafhankelijk? En waarom pas zo laat? Wat heeft WADA al die jaren daarvoor dan gedaan?”

De vraag stellen is hem beantwoorden, vindt Verbruggen, die bovendien in een uitvoerige brief de Foundation Board van WADA heeft gevraagd een onderzoek naar het functioneren van WADA in te stellen. Dat is het belangrijkste bestuursorgaan van WADA met 38 leden, verdeeld over de sport en de overheden.

Verbruggen heeft de brief afzonderlijk naar minister Edith Schippers van Sport gestuurd en hoopt op haar steun bij het verzoek naar een functioneringsonderzoek. De minister heeft nog niet op die brief gereageerd.