Stemmen

Bij het stembureau in het buurthuis zag ik mijn vader voor de kast met niet uitgeleende streekromans zitten. Hij had de grijze haren over het kalende voorhoofd geharkt en zat in alles uit te stralen dat het wat hem betreft weer een feest voor de democratie was.

Nee, de opkomst hield niet over.

Na zessen hield het op met regenen.

En ja, het tellen van de stemmen gebeurde in alle openbaarheid, wat hem betreft deden ze het – zoals altijd – op de vloer. 

marcelroosmalen0

Het was mijn vader niet, het was een voormalig groenteman uit Amsterdam-West, maar het had hem wel kunnen zijn. De bijna opwinding als er iemand binnen kwam stiefelen. Het uitgebreid controleren van het paspoort, daarna de haast plechtige overhandiging van het stembiljet, gevolgd door een totaal overbodig wijzen naar de stemhokjes. Het kijken naar het in de stembus gooien van de stem en dan ‘die zit’ zeggen.

En dan ‘die zit’ zeggen bij het in de stembus gooien

Ze kregen er, instructieavondje meegerekend, tweehonderd euro bruto voor. Ze waren met vijf, dan kon zo’n dag lang duren. De andere vier waren twee broers en twee vrouwen, waarvan er eentje de ziekte van Crohn had. Die moest dus vaak naar de wc. Ze hadden het vooral over het weer gehad, over ouder worden en met de mannen onder elkaar over voetbal. Johan Cruijff was dood, dat soort gesprekken.

Niet over politiek, dat mocht niet, er konden altijd kiezers meeluisteren. Hij verheugde zich op ‘straks’, op het tellen.

Kon ik me voorstellen dat dat bij gewone verkiezingen veel ingewikkelder was met al die partijen en dan ook nog die voorkeurstemmen?

Ik zag mijn vader al zitten tussen al dat papier op het parket, wat zou hij een goede zijn geweest voor dit stembureau. Misschien wel te goed. Hij zou twee duidelijke stapels maken. Maar als het klaar was, zou hij weer opnieuw beginnen en daarna zou hij nog een keer tellen. De telefoon zou gaan, maar daar zou hij zich niets van aantrekken. Het moest kloppen, dan moesten de stad en het land nog maar even wachten.

Daarna met flapperende fietstassen naar huis. Door de achterdeur naar binnen, van opwinding de jas in de huiskamer alvast open knopen. Al die verhalen over de opkomst en het tellen die eruit wilden. Mijn moeder die al naar bed was, wij rokend en kauwend op de beste stoelen voor de televisie. We vroegen niet eens vriendelijk of hij zijn mond hield.