Burgemeester haalt zelf gezin uit opvang

Voerendaal Hoe de burgemeester van Voerendaal zelf een vertrokken vluchtelingengezin ging terughalen uit tentenkamp Heumensoord. „Het blijft een dilemma. Tussen hoofd en hart.”

Wil Houben, burgemeester van het Limburgse Voerendaal, wacht op ‘zijn’ vluchtelingen. Hij staat voor zijn Volvo stationwagen, aan de noordkant van het noodopvangkamp Heumensoord. Naast hem staat zijn kompaan Hans Schoon, dierenarts in Voerendaal, ook voor een Volvo. Schoon is nerveus: mag dit nu echt, het oppikken van vluchtelingen uit dit Nijmeegse tentenkamp? Burgemeester Houben maakt zich minder zorgen, al is deze situatie ook voor hem ongewoon. Maar ja, er is nood.

Daar komen ze. Luckman, Susan en hun vier jonge kinderen. Met al hun koffers. Van rechts komt een bewaker het blikveld van Houben en Schoon binnenlopen. Hij nadert tot op een meter of dertig van de parkeerplaats. Dit gaat mis, denkt Schoon. Maar de bewaker loopt weer terug. Koffers worden ingeladen, het past net. Iedereen stapt de Volvo’s in. Weg hier, terug naar Limburg.

Zo wordt Wil Houben (VVD) de eerste burgemeester van Nederland die in eigen persoon een vluchtelingengezin uit de noodopvang weghaalt.

Nu, een kleine vijf maanden later, staat hij nog steeds achter zijn optreden. Onwettig is het niet. Houben: „Het was een aaneenrijging van toevalligheden.”

Begin november, anderhalve week voor de ophaalactie. Voerendaal, een gemeente met 12.000 inwoners in het zuiden van Limburg, ontvangt zijn eerste vluchtelingen. Het zijn er tweehonderd, voornamelijk Syriërs, en ze verblijven in sportcomplex De Joffer. Er hebben zich twee keer zoveel vrijwilligers gemeld als er nodig zijn. Mensen wassen kleren van de vluchtelingen, de kerk houdt inzamelingsacties. Burgemeester Houben vindt het prachtig. Als oud-voorzitter van Midden- en Klein Bedrijf Limburg waardeert hij de ondernemingszin. „Een enorme boost dit, voor het dorp.”

De burgemeester loopt regelmatig door de sporthal. Communiceren met de vluchtelingen doet hij via een van hen, Luckman. Een Syrische Koerd, anesthesist. Een geschoold man, die Engels spreekt. Hij is hier met zijn vier kinderen en vrouw Susan, die ook Engels spreekt. Ze worden zijn vertrouwenspersonen.

Visitekaartje

Het is een crisisopvang. Dat betekent dat het einde van het verblijf snel komt, na vier dagen. Het volgende adres van de groep, blijft tot op de dag van vertrek onduidelijk. Houben is boos op het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA). Hoe kun je deze oorlogsvluchtelingen nu zomaar in een bus stoppen? Aan Luckman geeft hij het visitekaartje met zijn mobiele nummer. „Laat nog eens horen hoe het met jullie gaat.”

Al diezelfde avond gaat zijn telefoon. Het is Susan, de vrouw van Luckman. Ze zijn in Heumensoord beland. Het is er vreselijk. Regen, wind, kou. Ze zitten in een tentenunit die niet af is. Er is geen warm water, geen privacy, geen rust voor de kinderen. „Dit trekken wij niet. Het is hier erger dan in het kamp in Turkije”, zegt Susan. „Kun je iets doen? Ons in een andere opvang krijgen?”

Houben hangt op en denkt: mijn god, wat moet ik hiermee?

Diezelfde avond loopt hij tijdens een kunstveiling dierenarts Hans Schoon tegen het lijf. Dát is toevallig. Want het was Schoon die enige tijd daarvoor bij een buurtbarbecue Houben over de vluchtelingencrisis aansprak. Burgemeester, zeiden Schoon en zijn buren toen: mocht het ooit nodig zijn, wij willen helpen.

Wij willen helpen. Laat die mensen maar komen

Hans Schoon, dierenarts in Voerendaal

Houben vertelt Schoon over het telefoontje van Susan. Schoon, meteen: „Je weet toch wat we gezegd hebben? Laat die mensen maar komen.”

Schoon trommelt zijn buren op, Miriam en Ben van Ineveld. Twee dagen later bespreken zij en de burgemeester de kwestie uitgebreid. Het besluit is definitief: het gezin moet worden opgehaald. De Van Inevelds een klein appartementje bij hun woning. Dat staat vrij. Naast de stallen met shetlanders en Friese paarden.

Maar wie haalt het gezin op uit Heumensoord? Er zijn twee auto’s nodig. Schoon biedt zich aan, hij heeft een grote Volvo. Wil Houben denkt aan de zijne. Tja. Hij heeft deze goede burgers met deze kwestie opgezadeld. Moet hij zelf niet ook eens iets doen? Is dit het moment om moeilijk te doen over zijn positie als burgemeester? „Ik ga ook”, hoort hij zichzelf zeggen.

Voor de zekerheid checkt de burgemeester die week of het eigenlijk wel mag, zo’n gezin ophalen. Hij belt met een contactpersoon bij het COA, om zich ‘in algemene zin’ van de regels te vergewissen. Ja, een gezin ophalen kan, leert hij. De noodopvang is geen gevangenis. Zolang men maar beschikbaar blijft voor de procedure. Zijn precieze plan deelt Houben niet met het COA. Noch met zijn college of gemeenteraad. Geen bestuurlijke trajecten nu, denkt hij. First things first.

En zo halen ze het asielgezin terug naar Voerendaal, naar het dorp Klimmen.

Keukenblok

Het gezin is verheugd met het appartementje: alles wat ze nodig hebben is er. Bedden, keukenblok, eettafel, zelfs een televisie. En bovenal: privacy. Heel Voerendaal bekommert zich om hen. Er is een fiets voor iedereen. Kisten vol kleding komen binnen. Orthopedagoog Wies Bos regelt een school voor de oudste twee kinderen, zeven en vier jaar.

Burgemeester Houben komt zo nu en dan buurten. Hij neemt Luckman mee naar een concert van de plaatselijke harmonie. En naar een wedstrijd van Roda JC. Eén keer rijdt hij hem zelfs om vijf uur ’s ochtends naar Heumensoord, waar Luckman zich die ochtend moet melden voor een asielgesprek.

Half maart, na vier maanden, verlaat het gezin Limburg weer. Het gezin moet van Heumensoord naar een asiellocatie in Leusden, en wil geen afspraken mislopen nu de procedure echt op gang komt.

Leg de kwestie voor aan andere burgemeesters, en zij tonen allereerst begrip voor Houben. „De vluchteling krijgt een gezicht”, zegt Jos Wienen, burgemeester van Katwijk en voorzitter van de asielcommissie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. „Daar wil je je voor inzetten.”

Maar Wienen zou zelf het gezin niet gehaald hebben. Hij vindt de actie „riskant” en „kwetsbaar”. „De burgemeester heeft zich ingezet voor één gezin. Dat wekt de indruk van een voorkeursbehandeling.” Bernt Schneiders, burgemeester van Haarlem en voorzitter van het Genootschap van Burgemeesters: „Hij helpt deze mensen wel en duizenden anderen niet. Dat blijft een dilemma. Tussen hoofd en hart.”

Megagroot probleem

Wil Houben zelf heeft gemengde gevoelens over het geven van zijn visitekaartje aan Luckman. „Ik hield er geen rekening mee dat ze zouden bellen met een megagroot probleem.” Zag hij het bestuurlijk risico? „Een politiek bestuurder is tegenwoordig bijna per definitie risicomijdend. Maar je bent naast een burgemeester ook jezelf. Met eigen normen en waarden. Ik ben over de zestig, ik weet zo’n beetje wat verantwoord is.”

De gereden kilometers op en neer naar Heumensoord zijn bijvoorbeeld voor eigen rekening. „Kijk”, zegt hij. „Hier waren oorlogsvluchtelingen die om hulp vroegen. Burgers zeiden: we helpen graag. Dat is erg mooi. Ik was hun verbindingsofficier.”