Protest in Parijs, want ‘alles moet anders’

Activisme Geïnspireerd door een documentaire houden zo’n duizend activisten al een week de Place de la République bezet. Het begin van een revolutie?

Foto AP

„Feministische bewustwording”, oreert een meisje in het schemerdonker op Place de la République, „vereist een constante intellectuele inspanning.” Bij wijze van instemming steken de toehoorders die op de koude stenen zitten hun beide handen wapperend de lucht in. Ook de magere punkjongen die de megafoon vasthoudt voor de overwegend vrouwelijke sprekers, wappert met zijn linkerhand. „Het is zo belangrijk om met elkaar te praten”, zegt hij.

Al ruim een week houden studenten, scholieren en beroepsactivisten het favoriete demonstratieplein van Parijs bezet voor eindeloze debatten over de toekomst. Na een manif op 31 maart tegen flexibilisering van de arbeidsmarkt, deelden vrijwilligers uit ultralinkse hoek flyers uit met de uitnodiging niet naar huis te gaan, maar voor een nazit op République te blijven: ‘Nuit debout: on ne rentre pas chez nous’.

Enkele honderden jonge en oudere activisten gaven aan de oproep gehoor en luisterden naar alternatief denkende economen, muziek en elkaar. Hun aantal groeide iedere dag en inmiddels houden zo’n 1.000 mensen met tentjes en kraampjes het plein al een week bezet. In grote provinciesteden als Nantes en Toulouse zijn soortgelijke bewegingen begonnen. Ook in Spanje en België gist het.

Alcoholistenformaat

De sfeer is romantisch en de spandoeken verwijzen doelbewust naar het grote studentenprotest van mei 1968. ‘Liefde en revolutie’, staat onder het beeld van Marianne gekalkt. ‘Durf te dromen’, heeft iemand op zijn jas geschreven. Het bier is goedkoop en komt in blikken van alcoholistenformaat, de broodjes merquez vinden grif aftrek. En natuurlijk: alles moet anders.

De 62-jarige Françoise is „deze zichzelf links noemende regering zat”

„We leven niet meer in een democratie, ik weet niet op welke partij ik zou kunnen stemmen”, zegt de 26-jarige Jocelyn in een kaki jasje dat onder de rode verf zit van het leuzen schilderen. Hij houdt post bij het accueil, het zenuwcentrum waar de dagelijkse vergaderagenda’s opgesteld worden en waar vrijwilligers van alle leeftijden in een rij staan om zich aan te melden. Mensen hier hebben slechts een voornaam, iedereen tutoyeert iedereen en „elke mening is evenveel waard”, zeg de student.

Behalve een commissie die praat over feminisme, zijn er werkgroepen die zich bezighouden met het schrijven van een grondwet, met hulp aan migranten, de toekomst van Europa en een veelheid aan andere onderwerpen. Zij rapporteren aan de Assemblée Générale, de algemene vergadering die vanaf zes uur ’s avonds in kleermakerszit bijeen komt aan de oostzijde van het plein. Iedereen spreekt op persoonlijke titel, en maximaal drie minuten. Is de ‘AG’ het met de bijdrage eens, dan gaan vele handen wapperend de lucht in. Wie het oneens is, laat dat zien door zijn armen boven het hoofd te kruisen. Voor nuances zijn nog wat andere gebaren ingesteld.

Microkosmos

Leiders kent de beweging niet, woordvoerders evenmin. „Alles wat ik zeg is wat ik vind”, verzekert Jocelyn. „Ik zoek naar een nieuwe manier om politiek te bedrijven, naar een ander systeem. Het bestuur moet uit de microkosmos en terug naar de mensen.” Van een vergelijking met de Spaanse Indignados, een actiebeweging van jongeren waaruit de partij Podemos voortkwam, wil hij niet horen. „Politieke partijen zijn niet de oplossing maar het probleem.”

De 62-jarige Françoise, een oudere vrouw die net haar naam op de vrijwilligerslijst heeft gezet, wil op haar beurt vooral laten weten dat ze „deze zichzelf links noemende regering” zat is, zegt ze. „Ze maken kapot wat mijn generatie heeft opgebouwd”, zegt ze.

„Dat mensen nu de straat op gaan, is het begin van revolutie.”

Boos op iedereen

Maar de beweging is minder spontaan ontstaan dan de actievoerders suggereren. Ze begon half februari met een documentaire.

In Merci patron vertelt François Ruffin, hoofdredacteur van het linkse actieblad Fakir (slogan: ‘Boos op iedereen’) op vrolijke wijze het schrijnende verhaal van een echtpaar in Noord-Frankrijk dat jaren geleden werd ontslagen toen een textielfabriek van het luxeconcern LVMH naar goedkopere oorden vertrok. Serge en Jocelyne Klur moeten rondkomen van 400 euro per maand en hebben zo’n schuld opgebouwd dat ze hun huis dreigen te verliezen. Ruffin helpt ze een ingenieuze valstrik op te zetten die ertoe leidt dat LVMH-baas Bernard Arnault, de rijkste man van Frankrijk, de schuld afbetaalt en Serge Klur een nieuwe baan bij een supermarkt bezorgt.

De documentairemaker organiseerde in februari een debat in Parijs met als doel de economische machthebbers „bang te maken”. De ‘andersglobalisten’ van Attac kwamen aan boord, een belangengroep voor daklozen en verschillende vakbondsleden sloten zich aan voor wat ze een ‘convergentie’ van verschillende actiedoelen noemen. Samenwerking dus. „Het belangrijkste is nu om uit onze eigen cirkeltjes te treden”, zei Ruffin eerder deze week in de AG op République. De film toonde volgens hem aan dat een verbond tussen de „petite bourgeoisie” (de filmmaker) en het volk (de Klurs) een machtig man als Arnault op de knieën kreeg.

Ernstige bedreiging

De Franse politiek houdt zich vooralsnog afzijdig. De burgemeester van Parijs beklaagde zich erover dat de demonstranten de publieke ruimte „privatiseerden”, maar maakt geen aanstalten het plein te ontruimen. Het Élysée zou het oproer volgens Le Monde zien als een „ernstige bedreiging” omdat de president jeugd- en jongerenbeleid een van zijn prioriteiten heeft gemaakt. Maar politieke kopstukken houden er rekening mee dat een beweging zonder leiders geen lange toekomst beschoren is.

„Dan zullen ze nog verrast zijn”, zegt de 59-jarige Gilles van Attac. „Ik voer al zeker dertig jaar actie, maar ik heb in jaren niet zo’n dynamiek meegemaakt.” Dat is volgens hem te danken aan de voor veel jonge Fransen onverteerbare hervorming van de arbeidsmarkt, aan de migratiecrisis en „precies op het juiste moment” de ‘Panama-papers’ over belastingontduiking. „We hebben het tij mee.”